• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Huwelijk en Gezin

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 107 – DECEMBER 1980 

​In onze vorige bijdrage kondigden wij aan dat het in dit artikel over een heet hangijzer zou gaan. Sedert geruime tijd was de huwelijksmoraal een pastoraal probleem. Hadden de kerkelijke oversten, de paus, de bisschoppen en de moralisten voldoende begrip voor de moeilijkheden van de echtparen en moest er hier door het concilie geen verlossend woord gesproken worden? Of gaat het hier om de hoge eisen van het christendom: het dragen van het kruis voor wie Christus wil volgen? 
 
De Pil 
 
Deze kwestie werd nog dringender toen in 1954 de Amerikanen Pincus en Rock een pil vonden die kunstmatig een toestand veroorzaakt die de natuur zelf tijdens de zwangerschap bewerkt: het stilleggen van het rijpingsproces bij de eicellen. 
 
Er ontstond onmiddellijk veel publiciteit rond dit product hoewel het niet uitgemaakt was dat er geen nevenwerkingen zouden volgen, vooral op lange termijn. 
 
Voor katholieke moralisten was het een moreel vraagstuk. Is de pil een geneesmiddel om de vruchtbaarheidscyclus van de vrouw te regelen of is het een stilleggen van het rijpingsproces alleen maar om zwangerschap te vermijden? In het eerste geval is er, vanuit moreel standpunt, niets tegen het gebruik van die pil, in het tweede geval is het een tegennatuurlijke daad. «Geslachtelijke omgang, zo had Pius XI zich uitgedrukt in de encycliek Casti Connubii, is in strijd met de natuurwet en verkeerd wanneer conceptie van nakomelingschap wordt verhinderd. » En in een toespraak tot de Italiaanse Unie van Verloskundigen, in oktober 1951 had Pius XII met even grote duidelijkheid gesproken: «Deze regel is nu nog van kracht gelijk hij het was in het verleden en hij zal het ook in de toekomst altijd blijven, omdat het niet een voorschrift van menselijk recht is, maar de uitdrukking van een wet van de natuur en van God.» 
 
Alle katholieke moraaltheologen traden het pauselijk standpunt bij. Er werd alleen enige discussie gevoerd omtrent sommige grensgevallen. 
 
Gelijktijdig echter met het concilie kwam hier verandering in. Het sein werd gegeven door de Leuvense moraaltheoloog L. Janssens met zijn artikel: «Morale conjugale et progestogènes» in Ephemerides Theologicae Lovanienses, 39, (1963), p. 787-826. 
 
L. Janssens gaf in dit opstel zijn mening te kennen dat een willekeurig gebruik van de pil ontoelaatbaar is, maar hij stelde de vraag of het zondig is wanneer de pil gebruikt wordt om mensen die wegens bepaalde omstandigheden geen nieuw leven ter wereld kunnen brengen, in staat te stellen hun huwelijksliefde volledig tot uitdrukking te brengen. Tot een gelijkaardige stelling kwam de hulpbisschop van Mainz, J.M. Reuss.(1) 
 
Het schijnt dat vooral de bijdrage van L. Janssens Mgr. Heenan, aartsbisschop van Westminster, en de bisschoppen van Engeland en Wales er toe gebracht hebben een gezamenlijk schrijven uit te vaardigen over huwelijk en gezin. Zij betreurden het dat de gewetens in twijfel werden gebracht door onvoorzichtige uitlatingen waardoor zelfs afbreuk werd gedaan aan het gezag van de Kerk, die altijd geleerd heeft dat contraceptie in strijd is met de wet van God. Hoewel de mogelijkheid wordt opengelaten dat scheikundigen een pil zouden kunnen vervaardigen waardoor de tijd van de ovulatie vooraf bepaald kan worden, verdedigden de bisschoppen van Engeland met klem het traditioneel standpunt van de Kerk en stelden zij zich tegen degenen die op een onverantwoorde wijze lieten doorschemeren dat het concilie misschien voor gehuwden nieuwe richtingen zou uitvaardigen. 
 
Deze herderlijke brief van het Engels episcopaat had een grote weerklank in de pers. Velen spraken hun bewondering uit voor de moed die de Engelse bisschoppen aan de dag legden met dit schrijven. Niet-katholieke bladen gaven meestal te kennen dat zij het niet eens waren met de stellingname en de argumenten van de katholieke bisschoppen. Er waren ook scherpe reacties bij sommige katholieken die vonden dat de verklaring geen houvast bood voor de oplossing van de vele praktische problemen die het gebruik van de pil nog omringen. 
 
Het meeste stof deed The Guardian opwaaien die een interview publiceerde van zijn Romeinse correspondent met de bekende moraaltheoloog, de redemptoristen pater B. Häring. Volgens deze journalist had de Duitse moralist beweerd dat de Engelse bisschoppen een fout begaan met hun herderlijke brief. Verder zou hij verklaard hebben dat de meeste theologen het gebruik van de pil in bepaalde gevallen als toelaatbaar beschouwen als zijnde het minste van twee kwalen, omdat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de nieuwe pil en de tot nu toe gebruikte contraceptiva. 
 
Na de publicatie van dit vraaggesprek telefoneerde de secretaris van de Engelse bisschoppenconferentie onmiddellijk naar Rome voor een confrontatie met pater Häring. Natuurlijk had de verslaggever van The Guardian hem verkeerd verstaan en onjuiste koppen aangebracht! Pater Häring hield staan dat hij niet gezegd had dat de bisschoppen een fout hadden begaan, maar hij was wel van mening dat de gynaecologen de huidige pil niet als een sterilisatieverwekker beschouwen. Volgens pater Häring schept deze nieuwe pil een nieuw probleem en blijft de kwestie nog volledig open. 
 
De discussie over de pil liep zo hoog op dat de paus moest ingrijpen. Dat deed hij in een toespraak tot het Heilig College van kardinalen, de 23ste juni 1964. 
 
De Heilige Vader had het over de ernst van het probleem van de geboorteregeling, iets waarover iedereen spreekt. Hij gaf te kennen dat de Kerk een open oog heeft voor de vele aspecten van deze kwestie, betreffende de vrijheid van de echtgenoten, hun geweten, hun liefde en hun plicht. «Nochtans moet de Kerk, zo ging hij voort, dit probleem ook benaderen uitgaande van de wet Gods. De Kerk is volop bezig met de studie van dit vraagstuk in samenwerking met vele deskundige geleerden. Wij willen u echter intussen in alle openhartigheid mededelen dat wij tot nu toe niet voldoende bewijsvoeringen aanwezig achten om de normen die aangaande deze kwestie door Paus Pius XII zijn bepaald, als verouderd en dus niet langer geldig te beschouwen. Zij blijven dus van kracht totdat wij ons in geweten verplicht zien ze te wijzigen. In een zo gewichtige zaak is het van het grootste belang dat alle katholieken een en dezelfde richtlijn volgen, de richtlijn die door het gezag van de Kerk bepaald wordt. Daarom dringen wij er op aan dat niemand zich aanmatigen een standpunt te verkondigen dat afwijkt van de thans geldende normen. » 
 
Hier was het Petrus die sprak, Petrus die van de Heer de opdracht had ontvangen zijn broeders te sterken in het geloof. Meteen wist men dat er een soort kerkelijke commissie bestond om de kwestie van de geboorteregeling te bestuderen. 
 
Het conciliedebat 
 
Men kon zich afvragen welke de taak van het concilie nog was op het gebied van geboorteregeling nu de paus dit probleem tot zich had getrokken. Op dit punt trachtte de inleider van het debat Mgr. J. Dearden, aartsbisschop van Detroit, te antwoorden. Hij verklaarde dat het schema volstrekt niet de bedoeling had de volledige leer over het huwelijk te geven, maar alleen die punten wilde behandelen die in het brandpunt van de belangstelling staan en een oplossing vragen. Het accent ligt op de edelmoedige en menswaardige voortplanting. Het schema aanvaardt dat de echtgenoten volgens het oordeel van een juist gevormd geweten en volgens de leer en in de geest van de heilige Kerk, het aantal kinderen kunnen bepalen. Dit betekent echter niet dat het schema iedere methode toelaat ter bereiking van het doel van de geregelde voortplanting. Het oordeel over de concrete middelen heeft de paus zichzelf voorbehouden. Een conciliaire discussie zou dergelijke gedetailleerde problemen niet kunnen oplossen. 
 
Het werd weer eens een groot debat waarin vooral kardinalen het woord namen. Men hoorde de kardinalen Ruffini, Léger, Suenens en patriarch Maximos IV Saigh, die in iedere discussie hun stem verheffen alsof men in de gedachtewisseling zonder hun mening niet voortkon. Sommigen verdedigden de traditionele leer van de Kerk zonder meer. Anderen stonden daar ook wel achter maar wezen erop dat bepaalde nieuwe ontdekkingen wel een andere aanpak vroegen. Men voelde toch wel dat er een tussenkomst was geweest van de paus. Niemand verdedigde expliciet de toelaatbaarheid van de pil. 
 
Kardinaal Ruffini van Palermo zette de bespreking in. Zoals gewoonlijk was zijn referaat snedig en scherp. Hij haalde St.-Augustinus aan die spreekt van een «crudelis libido» (wrede wellust) die zelfs steriliserende vergiften had uitgevonden; aldus werden de gehuwden echtbrekers van elkander en kwamen tot verkrachting en prostitutie. Hij besloot met te affirmeren dat, buiten de periodieke onthouding, er maar een weg is om de voortplanting uit te sluiten: de volledige onthouding. 
 
Mgr. Léger van Montréal bracht de doeleinden van het huwelijk ter sprake. Volgens het kerkelijk recht is het huwelijk gericht op de voortplanting van het menselijk geslacht, op de wederzijdse hulp van de huwenden en de ordening van hun seksueel leven. De aartsbisschop van Montréal legde de nadruk op het zogenaamde tweede doel, de wederzijde hulp of de huwelijksliefde. Deze doelgerichtheid van de huwelijksdaad maakt de huwelijksvereniging gewettigd ook wanneer zij niet op voortplanting gericht is.
 
De aandacht van de concilievaders was vooral gespannen toen kardinaal Suenens van Mechelen-Brussel het woord nam. De Belgische prelaat had boeken geschreven over het huwelijk die uiterst klassiek waren, met ternauwernood enige persoonlijke visie. Een tijdje geleden echter had hij in Boston in een lezing verzekerd dat er spoedig een pil beschikbaar zou zijn die geboorteregeling met goedkeuring van de Kerk zou mogelijk maken. Hij zei dat de Kerk haar leer niet kan veranderen, maar dat de nieuwe situatie twee kwesties naar voren had gebracht. Een medische vooreerst die erin bestaat te weten of de pil onmiddellijk sterilisatie verwekt of alleen maar de natuurlijke functies regulariseert. Een morele kwestie die afhankelijk is van de medische. Want rechtstreekse sterilisatie kan niet aanvaard worden, maar ik ben ervan overtuigd dat, zo was de uitspraak van kardinaal Suenens, de nieuwe pil dit zal vermijden. 
 
De stellingname van kardinaal Suenens had nogal beroering verwekt en zij was aanleiding tot een herhaalde waarschuwing van Mgr. Heenan tegen de pil. 
 
Op het concilie was de aartsbisschop van Mechelen-Brussel voorzichtiger, want sindsdien was er de redevoering geweest van de paus tot de kardinalen. Toch voelde men in zijn speech een zekere ontevredenheid wegens het ingrijpen van Paulus Vl. Hij eiste de bekendmaking van de namen van diegenen die de paus wilde consulteren en bezwoer de concilievaders een Galileïproces te vermijden. 
 
Een daverend applaus volgde op deze interventie. Maar wat betekenen die toejuichingen? Is dit de manier om in deze delicate kwestie de wil van de Heer te vinden? Daarenboven had de tussenkomst van kardinaal Suenens iets van een bravourestukje door het op te nemen tegen de paus en op te komen voor het vrijgeven van de namen van de pauselijke raadgevers in deze zaak. Zijn verwijzing tenslotte naar Galileï was een vergelijken van twee dingen die niet kunnen vergeleken worden. 
 
De woorden van de kardinaal hadden Paulus VI diep gegriefd en hij ontbood hem bij zich. Enige dagen later verklaarde Mgr. Suenens publiek in de concilieaula dat hij niet had willen raken aan de kerkelijke leer over het huwelijk en dat de samenstelling van de pauselijke commissie om het probleem van de geboorteregeling te onderzoeken uitsluitend tot de bevoegdheid behoorde van de Heilige Vader. 
 
Na kardinaal Suenens verscheen Maximos IV Saigh uit Libanon op het spreekgestoelte. Zijn taal was zoals altijd Frans en rondborstig. De termen die hij gebruikte om de pastorale impasse van de huwelijksmoraal aan te duiden waren nog scherper dan bij Mgr. Léger of Mgr. Suenens. Hij had het over families die in voortdurende angst verkeren omdat zij niet zien hoe een normaal huwelijksleven in overeenstemming is te brengen met de eisen van hun geweten. Volgens hem moesten de officiële standpunten herzien worden in het licht van de moderne wetenschappen en uitvindingen. 
 
De referaten van de kardinalen Léger, Suenens en van patriarch Maximos IV Saigh waarbij we nog een interventie moeten voegen van Mgr. Staverman, een Nederlandse bisschop uit Indonesië, hadden de suggestieve opmerkingen van kardinaal Ruffini overstemd. De indruk van deze eerste dag was dat de Kerk haar standpunt over het huwelijk op bepaalde punten zou wijzigen. Een toehoorder kon moeilijk het gevoelen van zich afwerpen dat sommigen drukking wilden uitoefenen op de H. Vader. 
 
's Anderendaags was de stemming anders. Nochtans was de eerste spreker, kardinaal Alfrink van Utrecht, van de progressieve richting. Zijn betoog was echter rustiger, academischer en alles samen ook verstandiger en meer bescheiden, dan dat van de concilievaders Léger, Suenens, Maximos of Stavermans. 
 
De Nederlandse kardinaal begon met erop te wijzen dat alle priesters in de zielzorg geconfronteerd worden met de angsten en moeilijkheden van vele gelovigen die nochtans van goede wil zijn en alle verplichtingen van het huwelijksleven wensen te volbrengen. Toch staat het vast dat de Kerk de goddelijke wet niet omwille van zelfs zware menselijke moeilijkheden mag veranderen. Ook is het duidelijk dat sociologische analysen van deze nood uit zichzelf geen uitsluitsel kunnen geven over de zedelijkheid van menselijke daden. De Kerk kan en mag niet toegeven aan een situatie-ethiek die voor sommige gevallen waarlijk absoluut ethische normen buiten werking gesteld acht. Bovendien zal zij steeds blijven verkondigen dat het offer en de onthechting mede tot het wezen zelf van het christendom behoren. 
 
Maar niet alleen het kruis, ook de verblijding van de verrijzenis behoort tot het wezen van het christendom, en God heeft geen vreugde aan de verdrukking van mensen. Er is nu wel door een beter inzicht in het wezenlijke onderscheid tussen de zuiver biologische en de menselijke seksualiteit, bij vele gehuwden, katholieke wetenschapsbeoefenaars en niet weinige theologen een oprechte twijfel ontstaan (dubium honestum) of in bepaalde conflictgevallen de algehele of periodieke onthouding de enige menselijk en christelijk zedelijk verantwoorde, effectieve oplossing zou zijn. De Kerk van haar kant moet bezorgd zijn om de gaafheid van de goddelijke wet, maar ook voor de reële menselijke problemen. Daarom moet zij een nauwgezet onderzoek instellen zodat alle gelovige de oplossing van de Kerk zouden aanvaarden. De Kerk moet de gewetens van haar gelovigen hetzij binden, hetzij ontlasten. 
 
Na kardinaal Alfrink nam kardinaal Ottaviani het woord. Het werd een persoonlijk getuigenis. Kardinaal Ottaviani vertelde voor degenen die het nog niet wisten, dat hij uit de Romeinse volkswijk Trastevere afkomstig was. Zijn vader was bakkersgast en heeft twaalf kinderen voortgebracht waarvan kardinaal Ottaviani de elfde was. Vader Ottaviani heeft nooit getwijfeld aan de Voorzienigheid en heeft nooit gebruik gemaakt van de geboorteregeling. Na dit getuigenis gaf de kardinaal als zijn mening te kennen dat de bewering in het schema dat gehuwden het aantal kinderen moeten vaststellen, dient verworpen te worden als strijdig met de traditionele leer van de Kerk. 
 
De tussenkomst van kardinaal Ottaviani had indruk gemaakt. Gedurende de eerste sessie was hij door de pers voorgesteld als de boeman van het concilie die alle vernieuwingen wilde tegenhouden. Zijn imago was dat van een onbuigzaam en weinig begripvol man. Gaandeweg echter had men hem van een andere zijde leren kennen. Men begon te weten dat hij al zijn geld besteedde om behoeftigen te helpen en het drong ook door dat hij in de omgang soepel en heel hartelijk kon zijn. Ofschoon hij dan toch weer de keiharde chef bleef van het Heilige Officie. 
 
Kardinaal Ottaviani werd opgevolgd door de Ierse dominicaner kardinaal Browne. Hij ook was van de traditionele richting. In de lijn van de heilige Thomas van Aquino maakte hij een onderscheid tussen vriendschaps-liefde en begeerlijkheids-liefde. In het huwelijk moet men ernaar streven dat de begeerlijkheids-liefde uitgroeide tot vriendschaps-liefde. Voor de huwelijksproblemen verwees hij naar de pauselijke commissie. Indien, met verlof van de paus, ook het concilie er zich mee zou moeten bezighouden, diende dat te gebeuren in een beperkte commissie die dan haar conclusies voorlegt aan de algemene vergadering. 
 
Tenslotte aanhoorden de concilievaders de hulpbisschop van Mainz, Mgr. Reuss, die namens 145 bisschoppen sprak. Mgr. Reuss die, zoals wij zagen, reeds met een artikel was tussengekomen in het debat en een soort aanpassing van de traditionele leer had voorgestaan. Hij wilde benadrukken dat gehuwden niet egoïstisch en willekeurig de plicht van de voortplanting mogen verwaarlozen, maar zij kunnen wel een beslissing treffen over het aantal kinderen op basis van een verlicht geweten. 
 
Bij al deze tussenkomsten die men duidelijk in twee kampen kan scheiden, willen wij nog een standpunt vermelden van twee Spaanse bischoppen, Mgr. Beitia van Santander en Mgr. Hervas van Ciudad die in naam van 126 vaders sprak. Beiden wilden dat voor alles een eresaluut zou gebracht worden aan de grote gezinnen. 
 
Als slotsom van deze discussie zou men kunnen stellen dat hij bijna een maat voorslag is geweest. De beslissing lag immers zij de paus die een zo ruim mogelijke raadpleging zou houden. En dat was wijs. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
(1) J.M. Reuss, Eheliche Hingabe und Zeugung. 
Ein Diskussionsbetrag zu einem differenzierten Problem, in Theologische Ouartalschrift 143, (1963), p. 454-467. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht