• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Kerk en Wereld

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 105 – OKTOBER 1980 

​Meer dan tweeduizend bisschoppen waren te Rome samengekomen voor een concilie. Hun eerste agendapunt was: Waarover gaan wij spreken? Want zij wisten het niet. 
 
Dit is een boutade. Maar zoals in bijna iedere boutade steekt er waarheid in. 
 
Het concilie was volgens de bedoeling van paus Johannes XXIII samengeroepen om de eenheid onder de christenen te bewerkstellingen. Toen Orthodoxen en protestanten verstek lieten gaan, werd het een concilie van de Rooms Katholieke Kerk alleen. 
 
Waarover men het zou hebben, werd niet vastgesteld. problemen zijn er echter altijd. Onmiddellijk werden commissies gevormd om schema's (projecten) voor te bereiden voor het concilie. 
 
Toen dan, na bijna vier jaar voorbereiding, de bisschoppen van over heel de bewoonde aarde te Rome vergaderd waren, werden al die schema's verworpen, behalve één: het schema over de liturgie. 
 
Wanneer men dan klaar was met de liturgie, kwam weer de vraag naar voren: Waarover gaan wij spreken? Toen had kardinaal Suenens een geniale inval. «Wat verwacht de wereld van ons?» zo vroeg hij. Hij gaf het antwoord: Dat wij ons uitspreken over de grote vraagpunten die de wereld beroeren, zoals daar zijn oorlog en vrede, gezinsplanning en seksualiteit, rijkdom en armoede, sociale en economische bekommernissen. Maar vooraleer wij daarover een woord tot de wereld toesturen, moeten wij ons eerst voorstellen. Het eerste wat wij aldus te doen hebben is een Constitutie uit te vaardigen over de Kerk en dan eerst over de houding van de Kerk tegenover de brandende kwesties van vandaag. 
 
Zo wist men het. De tweede en de derde sessie heeft zich ijverig beziggehouden met het gereedmaken van een Constitutie over de Kerk. Wij hebben dit besproken in onze vorige artikelen. De Constitutie zelf werd als conciliedocument afgekondigd op het einde van de derde sessie. Te gelegener tijd zullen wij nog een bijdrage leveren over de Constitutie van de Kerk in haar geheel. 
 
Naar gelang de derde sessie vorderde, voelde men aan dat een bepaalde vraag bij de bisschoppen sluimerde: wanneer gaat men een begin maken met het schema Kerk en Wereld? Die titel had men gegeven aan het ontwerp over de Kerk en de moderne vraagstukken. Oorspronkelijk was dit het schema 17. Toen enkele schema's waren weggevallen, werd het schema 13, een naam die tamelijk veel gebruikt werd. 
 
Gaandeweg was men echter ook de moeilijkheden beginnen te beseffen die inherent zijn aan een Constitutie over Kerk en Wereld. Is het christendom niet essentieel eschatologisch (naar de uiteinden toe) gericht? Heeft de Heer Jezus niet gezegd dat zijn Rijk niet van deze wereld is? Een theoloog zoals R. Bultman besluit daaruit: Er bestaat geen christelijk humanisme (1). Over christelijk humanisme ging het nu juist bij de behandeling van schema 13. In het katholieke denken had zich de laatste vijftig jaar een sterke stroming ontwikkeld van christelijk humanisme. Wanneer men echter dieper op de zaak wil ingaan, moet men de vraag stellen of die twee termen, christelijk en humanisme kunnen samengebracht worden. Niet alleen Bultmann maar de meeste protestanten zullen in de lijn van Luther antwoorden: neen. 
 
Ook zal men niet veel humanistische trekken kunnen ontwaren in de geloofshouding van de eerste christenen. Daarvoor waren zij te veel doordrongen van hun geloof in de wederkomst van de Heer. Vervuld van het verlangen naar de Heer, worden de waarden van deze wereld, die zal verdwijnen, onwezenlijk. 
 
Na de vrede van Constantijn in het begin van de 4de eeuw, zal het christendom stilaan de hele samenleving doordringen, en ontstaat er een christelijke maatschappij en een christelijke cultuur, die natuurnoodzakelijk geen afbraak, maar duurzaamheid en vervulling moeten nastreven. De bouwers van kathedralen arbeidden niet met de gedachte dat die weldra zouden vergaan, en Thomas van Aquino schreef zijn Summa niet met de overtuiging dat zijn theologische constructies toch niet zo belangrijk waren. 
 
In de middeleeuwen was de cultuur dan toch door en door christelijk. Zij was de vestiging van de staat Gods op aarde, terwijl de gedachte aan de eeuwigheid en de vergankelijkheid van het aardse zeer levendig bleef. Benedictus van Nursia die de vader van de Europese cultuur wordt genoemd, wilde dat zijn monniken altijd de dood voor ogen zouden houden en paus lnnocentius IV die op het hoogtepunt stond van de pauselijke macht en in vele aardse zaken en belangen gemengd was, schreef een boek: «De contemptu mundi», over de verachting van de wereld. 
 
In de 16de eeuw echter is er een eerste begin van loshaken uit het grote geheel van de christelijke cultuur, vooral dan op het gebied van wetenschap en politiek. Het wordt een uitbarsting met de Franse revolutie die alles wil seculariseren. Van dan af stelt de Kerk zich verdedigend op tegenover een zelfstandige ontwikkeling van wetenschap en politiek en vertoont zij een zeker wantrouwen tegenover de vooruitgang. 
 
Anderzijds wanneer dan de profane cultuur tekenen van ontbinding laat zien, zal de Kerk de menselijke waarden verdedigen. Dat werd vooral gedaan, sedert Leo XIII, door pauselijke encyclieken. Daardoor kreeg de paus en het pausdom hoe langer hoe meer gezag, niet alleen bij katholieken, maar bij alle mensen. 
 
Over ieder actueel brandpunt van natuurlijke moraal hebben de pausen zich uitgesproken. Tegelijkertijd hadden sommige christelijke denkers getracht de loutere menselijke waarden synthetisch te behandelen en vanuit hun christendom te waarderen: christelijk humanisme. Ondanks het afstand nemen van de Kerk tegenover louter menselijke waarden, tegenover de wereld dus, konden deze auteurs steunpunten vinden in de Traditie en in de Heilige Schrift. «Omne ens est bonum» «Al wat bestaat is fundamenteel goed» is één van de voornaamste stelregels van het 
thomisme. En in de Schrift verwijzen de christelijke humanisten nogal eens naar 1 Tim. 4,4: Al wat door God is geschapen is goed, en vooral naar Gen. 1,25: God zag dat het goed was. 
 
De Franse filosoof J. Maritain heeft wellicht het meest synthetisch de leer van het christelijk humanisme te boek gesteld in zijn werk: «Humanisme intèqral» (1936)(2). 
 
In deze studie zet Maritain uiteen dat de middeleeuwse opvatting van de christelijke staat (res publica christiana) haar tijd heeft gehad. Dat de christenen van nu als taak hebben een samenleving op te bouwen op de grondvesten van menselijke waarden. Hierin kunnen zij samenwerken met niet-christenen. 
 
Maritain heeft invloed uitgeoefend op heel wat katholieke leiders, onder meer op paus Paulus Vl. Men kan hem aanzien als een van de inspiratiebronnen van schema 13. 
 
Teilhard de Chardin 
 
Maritain leefde nog toen op het concilie de bespreking over het schema 13 aan de gang was. Zijn invloed is misschien wel diepgaand geweest, maar dan bescheiden en zonder dat hij in de concilieaula of in geschriften over het concilie dikwijls vernoemd werd. Een auteur echter die tijdens het concilie reeds overleden was maar waarover in die tijd veel werd gesproken en geschreven en die bijna als een vlag heeft gediend voor de «progressieven» was Teilhard de Chardin. 
 
Mgr. Garonne heeft beweerd dat heel wat concilievaders aan hem dachten toen zij in de concilieaula één of ander naar voren brachten in de bespreking van het schema Kerk en Wereld(3). Volgens Mgr. Marcel Lefebvre werd het concilie beheerst door een teilhardiaanse geest(4). Maritain daarentegen heeft gelijk wie uitgedaagd om in de Constitutie Gaudium et Spes (Kerk en Wereld) al was het maar de schaduw van een schaduw (l'ombre d'une ombre) van goedkeuring te vinden van de teilhardiaanse leer. Pater de Lubac dan weer die zijn ordebroeder Teilhard de Chardin goed heeft gekend, die het met hem niet op alle punten eens is en zich in een andere denkrichting beweegt, houdt staande enerzijds dat de invloed van de teilhardiaanse geest waarover Mgr. Marcel Lefebvre het heeft, niet het concilie maar een para-concilie betreft, en anderzijds dat Maritain zijn pijlen afschiet op een zeker teilhardisme waarin Teilhard zich niet zou herkend hebben (5). 
 
Het is hier niet de taak de leer van Teilhard voor te stellen en er de rechtgelovigheid van af te wegen. Om het concilie te begrijpen moet men echter toch een en ander van deze schrijver en van zijn invloed afweten. 
 
De jezuïet Teilhard de Chardin die in 1955 overleed, had tijdens zijn leven niet zoveel kunnen publiceren, omdat zijn geschriften telkens werden tegengehouden door zijn oversten. Na zijn dood echter werden zij uitgegeven door een van zijn familieleden. Zijn meest gekend boek draagt de titel «Le Phénomène humain» «Het verschijnsel mens». Onmiddellijk was het een reuzesucces. 
 
In 1962 verscheen een Monitum van het Heilig Officie over Teilhard de Chardin. Het was gesteld in tamelijk vage termen en men heeft het belang ervan wel eens overdreven. Doch kort daarop volgde een niet getekend artikel in de Osservatore Romano dat veel agressiever van toon was. Het duurde niet lang of men wist dat het van kardinaal Ottaviani kwam, de prefect van de Congregatie voor de geloofsleer en de voorzitter van het Heilig Officie. 
 
Kardinaal Ottaviani had vooral bezwaren tegen de pantheïstische strekking van het systeem van Teilhard. En inderdaad wanneer men «Le Phénomène humain» leest, stoot men vaak op volzinnen die moeilijk anders dan pantheïstisch kunnen uitgelegd worden, zij het dan dat zij veel van dat pantheïsme verliezen, wanneer men ze plaatst in het geheel van het oeuvre van Teilhard. 
 
De vraag omtrent de orthodoxie van de teilhardiaanse synthese was reeds vroeger gesteld. Misschien werd die nog meer in twijfel getrokken door wat Teilhard zegde dan door wat hij schreef. Zo moet Teilhard nogal krasse en schokkende uitspraken hebben gedaan tegenover vooraanstaande katholieke intellectuelen. Ondermeer tegenover de tot het katholicisme bekeerde Duitse filosoof D. von Hildebrand en tegenover 
 
 
Maritain heeft zich na het concilie scherp afgezet tegen de postconciliaire decadentie en tegen wat hij noemt het teilhardisme. Het concilie zelf heeft hij altijd verdedigd. 
 
- 238 - 
 
de eveneens tot het katholicisme bekeerde Franse existentialist Gabriël Marcel(6). 
 
Alzo stond Teil hard bij velen in een slecht daglicht. Daarbij komt dat hem denkbeelden werden aangewreven die hoegenaamd de zijne niet waren, maar waartoe hij toch aanleiding had gegeven. «Teilhardisrne» was voor velen een soort atheïstisch monisme. Alles ontstaat door evolutie uit één molecule, ook de geest en de onstoffelijke ziel. En alles evolueert naar een eindpunt, het punt omega(?), dat God is. Wanneer Mgr. Lefebvre en Maritain spreken over teilhardisme, dan is het over deze theorie. 
 
Men verweet ook aan Teilhard dat er in zijn systeem geen plaats was voor de erfzonde en de verlossing en dat het blijk gaf van een nietchristelijk en weinig realistisch optimisme tegenover de wereld. Dit laatste is een bezwaar dat men ook wel eens zal horen tegen schema 13. 
 
Tenslotte kan men erop wijzen dat wanneer men Teilhard als referentiepunt neemt voor de problematiek van Kerk en Wereld, men eigenlijk niet diep genoeg op de zaak ingaat. Teilhard trouwens heeft zelf in de inleiding van «Le Phénomène hurnain», zijn visie sterk gerelativeerd. Het is enerzijds geen natuurwetenschap en anderzijds geen filosofie. Het is alleen maar zien-voir»). 
 
Met andere woorden het denken van Teilhard bevindt zich op een niet-reflexief niveau. Tenslotte is het een soort wetenschappelijk gedicht. Maar kan men uitgaan van poëzie om een conciliestuk op te stellen? 
 
Geschiedenis van het Schema 
 
Zoals wij er reeds op wezen, moest het eerste ontstaan van het schema gezocht worden in de suggestie van kardinaal Suenens op het einde van de eerste sessie toen hij voorstelde dat het concilie zich zou uitspreken over de grote knelpunten die heel de mensheid bezighouden. Het moet een dialoog worden met de wereld. In dit schema zou het concilie zich niet alleen richten tot de leden van de Katholieke Kerk, zelfs niet alleen tot de christenen, maar tot alle mensen. 
 
Johannes XXIII die eerst een verenigingsconcilie wilde voor de christenen, moet in zijn gedachten, tijdens het concilie, overgeschakeld zijn naar dit breder opzet. Zijn encycliek Pacem in Terris is daarvan de weerslag (8). 
 
Kardinaal Suenens kon reeds in januari 1963 aan de overkoepelende commissie een eerste project aanbieden. Het droeg als titel: «Over de aanwezigheid van de Kerk in de wereld van vandaag». De commissie vroeg een tweede voorstel. Ook dit was vlug klaar onder de benaming: «De actieve aanwezigheid van de kerk bij de opbouw van deze wereld». 
 
Mgr. Suenens had beide werkstukken laten gereed maken door periti van de universiteit van Leuven waar de theologische faculteit zich al langer had beziggehouden met «De theologie van de aardse werkelijkheden». 
 
De overkoepelende commissie gaf dan de twee ontwerpen door aan de leden van een gemengde commissie gevormd uit de theologische commissie en de commissie voor het lekenapostolaat. 
 
Deze gemengde commissie koos dan op haar beurt op 29 november 1963 en bij geheime stemming, een subcommissie om zich actief met de zaak bezig te houden. Maakten deel van deze subcommissie, Mgr. Schröffer bisschop van Eichstatt, Mgr. Hengsbach, bisschop van Essen, Mgr. Ménager, bisschop van Meaux, Mgr. Ancel, hulpbisschop van Lyon, Mgr. McGrath, hulpbisschop van Panama en Mgr. Guano, bisschop van Livorno. Twee Duitsers dus, twee Fransen, een Panamees en een Italiaan. Zij coöpteerden nog twee andere bisschoppen: Mgr. Wright van Pittsburg en Mgr. Blomjous van Muanza (Tanzanië). 
 
Als voorzitter werd Mgr. Guano gekozen. Hij was van de progressieve richting, maar men dacht dat hij als Italiaan zijn landgenoten niet te veel zou doen steigeren. Secretaris werd een peritus, de Duitse redemptorist Häring, die als moraaltheoloog reeds min of meer gewaagde theorieën had vooropgesteld. Van dan af werd er hard gewerkt. Heel wat periti werden aangesproken. De moeilijkheden schenen echter groter dan men verwacht had. Het is niet zo gemakkelijk vanuit het evangelie een synthetisch antwoord te geven op de concrete vragen die de wereld zich stelt. Vooral dan omdat deze vragen, hoe belangrijk ook, van gewicht verliezen in het licht van de eeuwigheid. Had kardinaal Suenens niet te vlug gesproken en het concilie in een richting gestuurd waarin het verloren zou lopen? Men begaf zich nu op een heel ander terrein dan dat van de liturgie, of dat van de brandende theologische kwesties. Het gevaar lag er ook in dat men zich in deze bespreking zou verwijderen zowel van protestanten als van orthodoxen, bij wie de humanistische traditie veel minder sterk was. 
 
Op een bepaald moment had men in de commissie de indruk dat men nog eens goed moest nadenken en studeren over alles wat in schema 13 aan bod zou komen. Dat zou tijd vergen. Sommigen vonden dat het probleem nog niet rijp was. Daarenboven vreesden een aantal vaders de reacties van de pers wanneer zij zouden discussiëren over de hete hangijzers als daar waren, de vrede, de atoombom, de honger en de armoede in de wereld, de geboorteregeling. Zo kwam dan bij sommigen de bedenking op om schema 13 uit te stellen, of zelfs van de dagorde van het concilie af te voeren en alles in handen te leggen van de paus met het verzoek er een encycliek over te schrijven. 
 
Dat zou echter een gezichtsverlies worden met vérstrekkende gevolgen. En de meerderheid van de concilievaders die de moeilijkheden niet ten volle realiseerden, wachtten met ongeduld op de aanpak van dat schema. Er werd zelfs gefluisterd dat dit uitstel weer te wijten was aan maneuvers van de curie. De paus trouwens die zich, toen hij nog kardinaal Montini was, voor dit schema had uitgesproken, wilde de bespreking doorzetten. De 20e oktober 1964 werd dit schema aan de concilievaders voorgesteld. 
 
Bij het schema waren aanhangsels aangebracht waarin juist over meer concrete vragen werd gehandeld zoals het huwelijk, het economisch en sociaal leven, de wereldvrede. Mgr. Marcel Lefebvre had reeds, voor de bespreking begon, de vraag gesteld of die aanhangsels tot het schema behoorden. Mgr. Felici, de secretaris van het concilie, had eerst negatief geantwoord. Daarna had hij zijn antwoord min of meer ingetrokken. Tijdens de bespreking zou men het niet goed weten. 
 
Het debat over het Schema in zijn geheel 
 
Vooraleer de concilievaders de verschillende hoofdstukken van het schema afzonderlijk gingen behandelen, werd er eerst gesproken over het schema in zijn geheel. Dit debat moest besloten worden door een stemming die zou uitmaken of men het project als discussiestuk aanvaardde. 
 
De eerste dag waren het alleen kardinalen die op het spreekgestoelte verschenen: kardinaal Liénart van Rijsel, Spelmann van New-York, Lercaro van Bo log na, Léger van Montréal, Döpfner van München, Meyer van Chicago, Silva van Santiago en Ruffini van Palermo. Daarmee werd het belang van het schema in het licht gesteld, Alle woordvoerders verdedigden het schema, maar wilden het op heel wat punten verbeteren. 
 
De scherpste kritiek kwam van kardinaal Ruffini die het niet nam dat een conciliedocument de evolutie van het menselijk geslacht als een vaststaande waarheid beschouwde. Hij vond ook dat wat er gezegd werd over de geboorteregeling, steunde op een situatiemoraal, die veroordeeld was door de Kerk. Maar hij was ervoor dat het concilie een Constitutie zou uitvaardigen over Kerk en Wereld, feliciteerde de schrijvers van het schema en vroeg dat men er niet tegen zou stemmen. 
 
Deze stellingname van kardinaal Ruffini had tot gevolg dat de voorstanders van het schema zich veilig voelden en hun bezwaren gerust naar voren konden brengen zonder dat er gevaar bestond dat het als onderwerp tot gedachtewisseling zou afgevoerd worden. 
 
De tweede dag trad de vader van het schema, kardinaal Suenens, op als eerste spreker. De bewondering die kardinaal Suenens op het einde van de eerste en in het begin van de tweede sessie had verwekt, was wel wat aan het tanen gegaan. Hij gaf wel eens de indruk dat hij geniale invallen had, maar degelijke onderlegdheid miste en dat hij niet ten volle de problematiek van het christelijk humanisme had uitgemeten. Maar deze interventie was superieur. 
 
De aartsbisschop van Mechelen-Brussel was vooral gevat waar hij het had over de verhouding van de humanisatie tot de evangelisatie. Hij citeerde hier de woorden die Pius XI schreef naar Mgr. Roland-Gosselin, bisschop van Versailles, bij gelegenheid van de Franse sociale week in 1936. De Kerk civiliseert door te evangeliseren. Men mag het niet zo voorstellen dat zij evangeliseert door te civiliseren (Il ne faut jamais perdre de vue que l'objectif de l'Eglise est d'évangéliser et non de civiliser. Si elle civilise, c'est par l'évangélisation). 
 
Kardinaal Bea had een ernstige kritiek van theologische aard tegen het schema. Het legt te veel de nadruk op de incarnatie en vergeet de verlossing. De kardinaal wees hier op een zwak punt van de Leuvense theologische school. Daar sprak men al eerder over een incarnatietheologie. Door mens te worden, heeft God al het menselijke geheiligd. Zo krijgt de bekende spreuk van de heidense blijspeldichter Terentius, homo sum et nihil humani a me alienum puto, ik ben mens en niets van het menselijke is mij vreemd, een christelijke betekenis. Dit is echter maar een halve waarheid, want het mensdom was onder de heerschappij van de zonde. God is mens geworden om het mensdom door zijn kruisdood daarvan te verlossen. 
 
Een treffende kritiek kwam van de aartsbisschop van Krakau, Mgr. Wojtyla, die de spreekbuis was van alle Poolse bisschoppen. Volgens hem zat het schema tussen twee stoelen, door zich zowel tot de christenen als tot de niet-christenen te willen richten. Aan de christenen moet de Kerk, zonder dubbelzinnigheden en met gezag, haar leer voorhouden. Met de niet-christenen kan de Kerk maar alleen dialogeren vanuit gezamenlijke standpunten. Men moet kiezen tussen de twee. 
 
De derde dag van de bespreking was bijzonder interessant door de verscheidenheid en de rijkdom van gedachten die naar voren werden gebracht. 
 
Volgens Mgr. Hurley van Durban (Z.-Afrika) had het schema meer moeten aansluiten bij de visie van pater Teilhard de Chardin die zulke schitterende inzichten ten beste geeft op theologisch, wetenschappelijk, evolutionistisch en eschatalogisch gebied. 
 
Maar volgens de Spaanse generaal van de Dominicanen, pater Fernandez, had men in plaats van een overdreven evolutionisme als basis te nemen, moeten vertrekken van een thomistische theologie van de kosmos, geconcentreerd op het mysterie van het mensgeworden Woord, waarin het heelal zijn voltooiing vindt. 
 
Naar de mening van Mgr. Shehan van Baltimore dan weer dient het accent te worden gelegd op de Kerk als «realiteit in ontwikkeling», welke in contact treedt met de problemen van de hedendaagse beschaving. Al blijft de Kerk, wat haar wezen betreft, onveranderlijk, toch ontwikkelt zij zich in de leer, in de structuren, in het bewustzijn van zichzelf. Zij moet de moed hebben «met de tijd mee te gaan». Groeikracht is immers volgens Newman een teken van leven. 
 
De Braziliaanse bisschop van Campos, Mgr. de Castro, protesteerde omdat de princeps hujus mundi, de vorst van deze wereld, de duivel, geïgnoreerd werd. Deze manifesteert zich zo duidelijk in de kranten, in de seksuele kwesties, in het laïcisme, in het modernisme, in het communisme. Men is vergeten dat de duivel werkt en dat de strijd tegen de boze geest in het centrum van de geschiedenis staat. 
 
De interventie die wellicht het meest deining heeft verwekt was die van Mgr. Heenan van Westminster. De aartsbisschop sprak, zoals Mgr. Wright van Pittsburg het twee dagen later zou uitdrukken, vanuit diepe en persoonlijke gevoelens. Zeker is dat hij in de concilieaula wilde kwijt zijn wat hem al lang op het hart lag. 
 
Hij gaf op de eerste plaats uiting aan zijn wrevel tegenover de periti. Zinspelend op een vers uit de Aeneïs van de Latijnse dichter Vergilius riep hij uit: timeo peritos et annexa ferentes, ik vrees de experts ook wanneer zij ons begiftigen met bijvoegsels. Er is ons gevraagd, zo ging hij verder, alleen over het schema zelf te discussiëren en de bijvoegsels ter zijde te laten. Maar dan zal dit schema later alleen door de specialisten worden uitgelegd. Wat God verhoede! Want hoeveel nadeel werd er al niet berokkend aan het concilie door sommige periti wegens hun geschriften en voordrachten! Zij zijn gering in aantal, maar hun stem reikt tot de uiteinden der aarde. Deze specialisten bekommeren zich niet om het leergezag van de bisschoppen, en zelfs niet om dat van de paus. Wat voor zin heeft het te spreken over een college van bisschoppen, wanneer specialisten met hun artikelen, boeken, lezingen in de contramine staan. Maar tot op heden is het geen dogma van de Katholieke Kerk dat de theologen die tot het concilie zijn toegelaten, onfeilbaar zouden zijn. De theorieën van deze of gene moeten niet worden aangezien als de algemene opvatting van de theologen, die natuurlijk wel een speciaal gezag heeft. 
 
Verder had de kardinaal het tegen bepaalde clerici die de wereld niet kennen, maar vaak een kinderlijk vertrouwen hebben in mensen van de wereld. In de wereld, zo argumenteerde hij, kan het onaangenaam en wreed zijn. In de materie waarover het gaat in een Constitutie over Kerk en Wereld, is het nutteloos slechts de raad in te winnen van mensen die hun hele leven hebben doorgebracht in kloosters, seminaries of universiteiten. 
 
De toon van Mgr. Heenan werd bijzonder scherp wanneer hij uitweidde, bij wijze van voorbeeld, over het huwelijk. Er was daarover een controverse geweest tussen hem en pater Häring. De medici, zo betoogde hij, leggen er zich ijverig op toe om een doelmatige contraceptieve pil te ontwikkelen. Dit soort pil wordt aangediend als een wondermiddel voor de oplossing voor alle seksuele problemen der echtelieden. En intussen, wordt gezegd, moeten de gehuwden en zij alleen, uitmaken wat goed is en wat verkeerd. Maar, zo voegt het schema eraan toe, het echtpaar moet handelen overeenkomstig de leer van de Kerk. Doch dat is precies wat een getrouwde man en een getrouwde vrouw willen weten: wat is nu de leer van de Kerk? 
 
Tenslotte stelde Mgr. Heenan voor een nieuwe commissie te benoemen, bestaande uit deskundige leken en uit priesters met een lange pastorale ervaring. En laat dan over drie of vier jaar de vierde sessie van het concilie plaatshebben. Sommigen van ons zullen dan al een beter leven zijn ingegaan. Zij zullen het concilie doelmatiger kunnen helpen door hun gebeden dan nu door hun spreekbeurten. Een ding is zeker, het zal een schande zijn, om, nu wij eindelijk aan de werkelijk pastorale problemen toe zijn, de bespreking in een ijltempo te voeren en te besluiten. 
 
Dit vlijmscherpe betoog van iemand die geïrriteerd was en zich zelfs beledigd voelde, werd gemilderd omdat het overgoten was met een vleugje Engelse humor. 's Anderendaags diende de Duitse Benedictijnerabt van Beuron dom Reutz hem van repliek en zijn geestigheid moest niet onderdoen voor die van de aartsbisschop van Westminster. 
 
Tremens factus sum ego et timeo dum discussio venerit atque ventura ira. Een bevend riet ben ik geworden en ik ben vol vrees voor het oordeel dat gaat voltrokken worden en de nakende toorn. Deze zware woorden van het Libera uit de doden liturgie waarmede de interventie van de abt van Beuron werd ingezet, relativeerde al onmiddellijk de aanval van Mgr. Heenan tegen de periti en de zogezegde kamergeleerden. 
 
Gisteren heeft men beweerd, zo ging dom Reutz verder, dat het geen nut heeft raad te vragen aan hen die de wereld niet kennen, aan degenen die niet leven in de wereld maar binnen de omheining van de seminaries en de kloostercellen. Daarom ben ik bang te spreken, ik leef buiten de wereld, ik ben monnik en abt. Misschien hebben ook die veertig monniken de wereld niet goed gekend, die bij het begin van de zevende eeuw door Gregorius uitgezonden werden om Engeland te evangeliseren en de Engelsen te veranderen in engelen(9).
 
Misschien heeft ook de monnik St.-Augustinus de wereld niet gekend, die bij de bekering van de Engelsen de eerste bisschop van Westminster werd. En ook weet ik, dat de heilige Benedictus die niets van de wereld afwist, morgen door paus Paulus VI te Monte Cassino tot patroon van Europa zal uitgeroepen worden. 
 
Wat de periti betreft, zij werden door de paus benoemd. Non sunttimendi sed diligendi et amandi. Zij moeten niet gevreesd worden, maar met liefde bejegend. 
 
Na die inleiding sprak dom Reutz over het schema zelf. Hij was ervoor, maar wenste dat het begrip «wereld» beter zou ontwikkeld worden. In de Heilige Schrift wordt het woord in twee tegengestelde betekenissen gebruikt: het werk van God, de schepping, en de wereld die gewond is door de zonde en overgeleverd aan de dood. 
 
Tenslotte antwoordde de abt van Beuron nog op hetgeen de bisschop van Durban had uiteengezet over Teilhard de Chardin. Deze auteur is een dichter en een filosoof. Hij heeft een heerlijke lofzang geschreven over de materie, maar onvoldoende rekening gehouden met de aanwezigheid van het kwaad in de geschiedenis. Vandaar zijn overdreven optimisme. Die dwaling werd echter vermeden in het schema, want het laat duidelijk zien dat wij nooit een paradijs op aarde zullen hebben. 
 
Mgr. Heenan wist de aardige tegenzet van dom Reutz op prijs te stellen. Men vertelt dat hij hem die dag op een etentje uitnodigde. Het is er echter nooit van gekomen ... na de concilievergadering werd dom Reutz het slachtoffer van een dodelijk auto-ongeval. Deelgenoot van de Kerk zonder vlek of rimpel van de eindtijd, bidt hij voor de Kerk die haar pelgrimstocht nog niet heeft beëindigd. 
 
Als laatste spreker verscheen de bisschop van Livorno, voorzitter van de gemengde commissie die het schema had voorbereid, Mgr. Guano. Men had op hem moeten wachten omdat hij nog eerst een onderhoud had met de paus. Hij verklaarde dat de commissie er zich volkomen van bewust was dat het voorgestelde schema nog zeer onvolmaakt is. Het werd trouwens niet aangeboden om nu reeds gecanoniseerd te worden, maar om op weg gezet te worden naar een goede verantwoorde voltooiing in de vierde zittingsperiode. Het zou toch jammer zijn indien het stuk als object voor discussie zou worden verworpen. Het is niet de bedoeling van de commissie af te dalen tot een gespecialiseerde studie van alle mogelijke problemen, want dit moet gebeuren door vakkundigen. Zo heeft de paus zich het laatste woord gereserveerd voor enkele meer delicate kwesties. Toch zou het wenselijk zijn dat in deze derde zittijd al iets kan worden gezegd over punten van bijzonder belang, zoals de vrede, de honger, de armoede, het atheïsme. 
 
Met een grote meerderheid werd het schema aanvaard als basis voor een verdere bespreking. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
 
(1) «Humanlsrnus und Christentum» in «Glauben und Verstehen», II, p. 137. 
(2) In de Duitse vertaling heet het: «Christlicher Humanismus» (1950). 
(3) Mgr. Garonne, Le Concilie. Orientations, p. 61. 
(4) Mgr. M. Lefebvre, J'accuse Ie Concile, p. 7. 
(5) H. de Lubac, Teilhard posthume. Réflexions et souvenirs, p. 151. 
(6) Zoals Maritain hebben D. von Hildebrand en Gabriël Marcel de postconciliaire verwarring bestreden. Wij wezen er reeds op in ons tijdschrift. Bij hun overlijden hebben wij enkele regels aan hen gewijd in onze rubriek «Van Hier en Elders». Voor Gabriël Marcel in nr. 38, januari 1974, voor von Hildebrand in nr. 69, februari 1979. 
(7) Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet. 
(8) Deze wereldbrief moet men zien op de achtergrond van het conciliegebeuren, met ideeën, gevoeligheden en denkvormen die daar naar voren kwamen. Wij bespraken dat in Onze korte Conciliegeschiedenis (12), Positief, nr. 78, januari 1978, p. 17-20. 
(9) Zinspeling op iets dat de H. Gregorius zou gezegd hebben toen hij te Rome Engelsen zag: non sunt Angli, sunt angeli. Het zijn geen Engelsen, maar engelen. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht