• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Nog eens de leken

3/6/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 102 – MEI 1980 

​Volgens een plan van kardinaal Döpfner werden de 17 schema's die bij het begin van de tweede sessie aan de concilievaders waren aangeboden, tot 6 herleid. (1) Dit was een drastische inkorting om het concilie niet ettelijke decennia te laten duren, maar om het na een derde, hoogstens na een vierde sessie, af te sluiten. Ondanks deze besnoeiing had een schema over het lekenapostolaat genade gevonden. 
 
Dit is des te merkwaardiger daar de leek reeds een ruime plaats had gekregen in het schema over de Kerk, en er nog breedvoerig over zou gesproken worden in het schema over de kerk in de wereld van deze tijd. Wat bewijst dat de pro-leek stemming op het concilie wel sterk aanwezig was. 
 
Zo werd de diepere theologische fundering van het lekenapostolaat overgelaten aan het schema over de Kerk, en werden de interessantste problemen in het schema over de Kerk in de hedendaagse samenleving besproken. Voor het schema over het lekenapostolaat bleef er niet veel over. 
 
Kenschetsend en zelfs eigenaardig mag het wel genoemd worden dat Mgr. Hengsbach van Essen, lid van de verantwoordelijke commissie, en die verslag uitbracht over het schema, op niet mis te verstane wijze te kennen gaf dat hij maar matig te spreken was over het afgeleverde werk. 
 
Het stuk heeft dan ook een felle kritiek moeten doorstaan. Het was alsof de vaders hoe langer hoe meer een hogere toon aansloegen, en wij menen niet te overdrijven wanneer wij de taal die sommigen spraken, als contestatie bestempelen. 
 
Klerikalisme 
 
Een woord dat voortdurend terugkwam, was klerikalisme. Men was ertegen. Dit concilie moest een punt zetten achter alle klerikalisme. 
 
De Amerikaanse kardinaal Ritter van Saint-Louis verweet het schema klerikalisme, omdat erin gesproken werd tot de leken als een werkgever tot zijn werknemers. Het vrije initiatief dat een recht is voor de leken, wordt er onvoldoende in erkend en hun betrekkingen tot de hiërarchie worden te juridisch geformuleerd. 
 
De Canadese bisschop van Hull, Mgr. Chabonneau, vond dat het nu eens uit moest zijn met het klerikalisme dat zo veel onheil in de Kerk heeft gesticht. Zowel de priesters als de leken zijn leden van het godsvolk en zij hebben beiden een gemeenschappelijke taak te vervullen. 
 
In dezelfde zin sprak de Indonesische bisschop van Den Pasar, Mgr. Sani, in naam van alle Indonesische bisschoppen. Hij was van oordeel dat de tijdelijke orde niet tot haar recht kwam in het schema en dat er een tegenstelling werd geforceerd tussen Kerk en wereld. 
 
Mgr. de Vet van Breda die het woord nam in naam van al de Nederlandse bisschoppen, bracht op zijn manier het idee van Y. Congar naar voren dat de autonomie welke de 'wereld' bezit bij de oplossing van haar problemen, moet gerespecteerd worden en dat daarom alle cultuurklerikalisme moet vermeden worden. 
 
Volgens de Canadese bisschop van Sault Saint Marie, Mgr. Carter, is het schema in zonde ontvangen en wel de zonde van het klerikalisme. Het klerikalisme is de erfzonde van dit schema. Al te laat heeft men bij de samenstelling een beroep gedaan op medewerking van leken en er is niet veel van terecht gekomen. Dit schema is geen dialoog met de leken maar een samenspraak tussen clerici over leken. 
 
De Oostenrijkse bisschop van Eisenstadt, Mgr. Laszlo, maakte de opmerking dat in een bepaald groot theologisch woordenboek bij het woord 'leek' verwezen wordt naar 'clericus'. (Het is inderdaad zo dat men het woord leek alleen maar negatief kan bepalen als niet-clericus!) 
 
Voor heel wat bisschoppen was het een ontlading van een bepaalde ontevredenheid. Het was alsof in deze bespreking de methode en de manier van denken van de Romeinse curie voor de zoveelste maal, maar dan met een nog niet gehoorde heftigheid, op de korrel werd genomen. 
 
In de toespraak van de Indische bisschop van Bhopal, Mgr. D'Sousa, werd het een uitbarsting. 
 
Dit concilie, zo betoogde Mgr. D'Sousa, wil de Kerk vernieuwen en zelfs in zeker opzicht hervormen. Onder de zaken die moeten opgeruimd worden om de Kerk te hervormen, behoort het klerikalisme, dat al zo dikwijls is aangeklaagd, ook in deze conciliezaal. Zijn wij, katholieke clerus, werkelijk voorbereid om van het klerikalisme afstand te doen en om de leken te beschouwen als broeders in de Heer, aan ons gelijk in waardigheid in het mystieke Lichaam, al verschilt het ambt, om ons niet gelijk in het verleden verantwoordelijkheden aan te matigen die op hen rusten, dus om aan de leken over te laten wat tot hun competentie behoort, zoals bv. de opvoeding, de sociale dienst, het beheer van de tijdelijke goederen, enz.? 
 
Aldus: waarom moet de vertegenwoordiging van de Kerk in verschillende internationale organisaties altijd door priesters gebeuren? 
 
Kunnen in de Romeinse congregaties niet veel priesters vervangen worden door leken? Waarom kunnen geen leken opgenomen worden in de diplomatieke dienst van de heilige Stoel, ook om in een apostolische nuntiatuur aan het hoofd te staan? Zeer veel andere voorbeelden kunnen aangehaald worden, vanaf het Vaticaan tot de kleinste parochies. Als dit gebeurt, dan zullen veel priesters vrijkomen voor de sacramentele en sacrale taak, waarvoor zij gewijd zijn. 
 
Indien de Kerk in dit heel belangrijk punt niet overgaat tot een radicale reorganisatie, dan zal al ons praten over de nieuwe ontwikkeling van de evangelische actie ijdel blijven. De oprechte toepassing van dit schema zal spectaculaire veranderingen eisen. 
 
Het is nu wel zo dat wanneer wij aan de leken grotere ruimte van actie
geven, er talrijke fouten en indiscreties kunnen begaan worden en het is niet uitgesloten dat een verwarde situatie ontstaat. Maar de wet van het leven wil nu eenmaal, dat niets kan groeien zonder crisis. Als wij overtuigd zijn dat de leken opdrachten moeten vervullen die zij tot nu toe niet hadden, dan moeten wij ons graag in de gevaren storten die deze evolutie meebrengt. Wel is de voorzichtigheid een kardinale deugd, maar wij moeten ons hoeden voor overdreven voorzichtigheid, want deze is, ook als zij niet leidt tot immobilisme, erger dan vermetelheid. Draagt dit schema geen vrucht, dan wordt nog groter onheil gesticht; draagt het vrucht, dan gaat de Kerk een nieuwe jeugd tegemoet. 
 
Deze toespraak werd herhaaldelijk onderbroken door handgeklap en toen de spreekbeurt ten einde was, brak er een daverend en langdurend applaus los. Het was alsof een bepaald establishment sidderde op zijn grondvesten. 
 
Zoals de inneming van de Bastille een symbool was voor het einde van het absolute koningdom, zo zou men deze redevoering kunnen aanzien als de afsluiting van een tijdperk in de Kerk. Maar zoals men de zuivere scheiding van twee tijdperken in de geschiedenis niet kan trekken, zo ook hier niet. Zoveel is zeker dat de tussenkomst van Mgr. D'Souza weergaf wat vanaf het begin van het concilie bij sommige vaders leefde, een stemming, een trend die steeds maar aanzwol, die men moeilijk door een formule kan bepalen, maar die dan toch in deze redevoering een verwoording had gevonden. 
 
Die stemming was: vernieuwing van de Kerk. Op welke manier of hoe of wat wist men niet goed, als het maar verandering bracht. 
 
Wanneer dan een bisschop met een concreet voorstel afkomt dat op een bepaald gebied een radicale vernieuwing voorstelt, dan barst het los en kan er niet hard genoeg worden toegejuicht. 
 
Maar bij een nuchter toezien stelt men de vraag of er in die bewogen redevoering van Mgr. D'Souza geen stuk demagogie steekt. Hier werd een massa opgezweept, want hoe eerbiedwaardig bisschoppen ook zijn, met meer dan 2000 bijeen, vormen zij een massa, met alle psychologische en sociologische kenmerken vandien. 
 
Werd hetgeen hier wordt voorgesteld, wel goed langs alle kanten bekeken? Men mag nu nog zo te keer gaan tegen het klerikalisme, Spiritus Sanctus posuit episcopos regere Ecclesiam Dei: de heilige Geest heeft bisschoppen aangesteld om de Kerk te besturen (Hand. 20, 28). Christus heeft een hiërarchische Kerk gewild. En eigenlijk zijn bisschoppen en priesters ook leken. Want als men het woord leek positief wil omschrijven, dan is het synoniem van gelovige en dan is ook een bisschop en een priester een leek. 
 
Door de heilige Geest zijn deze laatsten aangesteld om de Kerk te besturen. Het is nu wel zo dat in de post tridentijnse periode de clerus wel wat veel naar zich heeft toegetrokken. Er steekt dan ook wel iets in het idee om in internationale organismen de Kerk te laten vertegenwoordigen door leken. Doch een leek aan het hoofd stellen van een apostolische nuntiatuur? Op zichzelf is er niets tegen maar een pauselijke nuntius is dan toch de vertegenwoordiger van de paus en staat daardoor enigszins boven de bisschoppen. Van de bisschoppen vraagt het kerkelijk recht dat zij licentiaat zouden zijn in de theologie. Zou dan een pauselijke nuntius niet eens de vorming en de status van priester moeten bezitten? Of beeldt men zich een loopbaan in van Pauselijk diplomaat waaraan een studie van theologie, kerkelijke recht en eventueel nog andere disciplines zouden voorafgaan, maar waarvoor een priesterwijding niet zou nodig zijn? 
 
Uitgesloten is dit niet. Het zou dan toch, zoals de spreker het voorzag, een spectaculaire omwenteling betekenen. Was het dan voorzichtig zo'n voorstel in de concilieaula te gooien? Volgens Mgr. D'Souza is overdreven voorzichtigheid erger dan vermetelheid. Is dit wel zo? Ligt er geen oorzakelijk verband tussen deze vlammende speech en de postconciliaire contestatiegeest? Anderzijds moest dit alles toch eens gezegd worden en misschien kon het niet beter uitgesproken worden dan op een concilie, misschien. Bovendien is het niet rechtvaardig een daad te beoordelen op een afstand van 15 jaar met een kennis van toestanden die de steller van die daad niet kon voorzien. Of toch? Bestaat zin voor verantwoordelijkheid er niet in dat iemand de draagwijdte van zijn daden tracht uit te meten en niet denkt aan onmiddellijk succes maar aan de gevolgen op lange termijn. Zoals een staatsman denkt aan de volgende generatie en niet zoals een politicus aan de volgende verkiezingen. 
 
Katholieke Actie 
 
Toen men tijdens de tweede sessie discussieerde over het hoofdstuk 'De leken' in het schema over de Kerk, had men in de tussenkomsten twee opvattingen kunnen onderkennen over het apostolaat van de leken. Een eerste opinie zag het ideaal van alle lekenapostolaat in de Katholieke Actie: organisatie van leken die van de hiërarchie een mandaat ontvangt voor het apostolaat. Volgens een andere theorie bestond de specifieke taak van een leek erin, het Godsrijk te verbreiden in het tijdelijke, in zijn beroep, in zijn gezin en waar dan ook, zonder dat hij daarom lid moest zijn van een bepaalde organisatie of zonder een mandaat te ontvangen van de hiërarchie, omdat hij die apostolische zending, krachtens zijn doopsel, van Christus zelf ontvangt.(2) 
 
Het schema zweefde tussen beide meningen. Pater R. Tucci S.J., hoofdredacteur van La Civilta Catholica en een van de voornaamste opstellers van het schema, heeft dat in een conferentie willen verantwoorden in die zin dat het schema de twee standpunten moest weergeven. 
 
Het gevolg was echter dat zowel degenen die alle heil in de Katholieke Actie zagen, als degenen die meer voor de eigenheid van de leek opkwamen, ontevreden waren en hun kritiek op het schema niet spaarden. 
 
Zo beweerde de Italiaanse bisschop van Mondovi, Mgr. C. Maccari, eens een topfunctionaris in de Katholieke Actie, dat het schema niet beantwoordde aan de verwachtingen omdat het een mozaïek is van alle mogelijke vlug bij elkander geraapte fragmenten. De ware en echte definitie van het lekenapostolaat past enkel ten volle op de Katholieke Actie die een hoger apostolaat is dan het apostolaat dat alleen maar voortkomt uit de plichten van het Doopsel. 
 
Volgens een andere Italiaanse bisschop, Mgr. D'Agostino van Valle Luccania, ontvangt de Katholieke Actie in het schema onvoldoende reliëf en moeten de dwalingen van het laïcisme bestreden worden. 
 
Kardinaal Caggiano van Buenos Aires steunde op pauselijke documenten van Pius XI en Pius XII om aan te tonen dat de Katholieke Actie de hoogste vorm is van lekenapostolaat, omdat zij een deelname is aan het hiërarchisch apostolaat en krachtens een canonieke zending. Nog een Italiaanse bisschop, Mgr. Barbero van Vigevano, stelde dat het feit dat de hiërarchie een opdracht geeft aan leken geen vorm is van klerikalisme. 
 
Maar de replieken van de andere partij waren minstens even zelfverzekerd en soms heftiger. Ook hier was het een Italiaanse bisschop, Mgr. L. Bettazzi, hulpbisschop van Bologna, die een referaat hield dat hout sneed. Het schema moet, volgens hem, het gevaar vermijden lam te leggen wat nu goed lijkt maar tegelijk nog altijd in ontwikkeling is. Het mag de vrije armslag van het lekenapostolaat niet belemmeren door nu alle mogelijke praktische dingen als het ware te canoniseren. Het moet op de allereerste plaats de christelijke leer van het lekenapostolaat uiteenzetten. De samenwerking tussen hiërarchie en leken moet niet conciliair aan structuren gebonden worden, want dat zou de vrije werking van de heilige Geest in de Kerk belemmeren. De leek is zelf Kerk en kan niet tegenover de Kerk gesteld worden. 
 
Mgr. Tenhumberg, hulpbisschop van Münster, die in naam van 38 bisschoppen uit Duitsland en Scandinavië sprak, verklaarde ronduit dat het schema te veel de Katholieke Actie begunstigt. 
 
De Amerikaanse bisschop van San Antonio, Mgr. Leven, was levendig en bracht de concilievaders aan het lachen. Volgens hem miste het schema «punch» en hij vroeg excuus omdat hij geen Latijnse uitdrukking had gevonden om dit engelse woord weer te geven. Hij vroeg zijn collega's de talenten van de leken die zij in hun bisdommen kunnen vinden, niet te begraven. Hij zette zijn medebroeders in het episcopaat ertoe aan te luisteren naar de leken, want de enige leken waarmee sommige bisschoppen een dialoog aangaan, zijn hun huishoudster en hun dokter. 
 
De interventie van kardinaal Suenens was sui generis, en onder geen enkel van de twee strekkingen onder te brengen. Hij was voor een brede opvatting van de Katholieke Actie. Wanneer men wil bewijzen dat de Katholieke Actie de hoogste vorm is van lekenapostolaat dan wil men iets bewijzen dat niet te bewijzen is. Zo wordt het Marialegioen in sommige landen als Katholieke Actie beschouwd, in andere dan weer niet. Men moet hier vermijden dat sommige bewegingen de Katholieke Actie monopoliseren; dat kan een vorm van klerikalisme zijn. 
 
Maar hier kwam kardinaal Liénart van Rijsel tegenop. De Katholieke Actie preciseerde hij, werd nauwkeurig gedefinieerd door Pius XI. Het zijn leken die organisatorisch verenigd zijn en die de bisschop verbindt aan zijn evangelisatiezending en ze daartoe een mandaat verleent. 
 
Sommige tussenkomsten bleven marginaal hoewel zij verstandig en diepgaand waren. Al dat gediscussieer over de doelstellingen van het lekenapostolaat viel steriel uit wanneer men luisterde naar de mededeling van de aartsbisschop van Krakau, Mgr. Woityla, die erop wees dat in sommige streken een georganiseerd lekenapostolaat niet mogelijk is, maar dat er daar toch met veel vurigheid en toewijding aan apostolaat wordt gedaan. 
 
Nog meer marginaal was de opmerking van kardinaal Höffner, aartsbisschop van Münster. Hij waarschuwde tegen het optimisme van het schema waar het spreekt over de consecratie van de wereld door de christelijke tegenwoordigheid van de leken. Daarin is het project niet voldoende bijbels, want het schijnt de erfzonde niet te kennen en ook niet de werking van de kwade geest in de wereld. Toch zullen beide realiteiten tot het einde der tijden blijven als oorzaken van kwaad en onvolmaaktheid in de sociale orde. Het is een theologische waarheid dat de wereld nooit volmaakt was en het nooit zal worden.
 
Na het debat sprak een leek, Patrick Keegan, voorzitter van de wereldbeweging van de christelijke arbeiders, in naam van de leken-toehoorders in het Engels. Wat hij zei waren algemeenheden. Het was een van de show-momenten van de kerkvergadering die er noodzakelijk bijhoren. 
 
De bespreking had ongetwijfeld een eensgezindheid onder de bisschoppen aan het licht gebracht: het schema moest helemaal herwerkt worden. Dat verklaarde dan ook Mgr. Hengsbach in zijn slotwoord. Hij voegde eraan toe dat de definitieve goedkeuring van het Kerk-schema diende afgewacht te worden om aan het schema over het lekenapostolaat een waar theologisch fundament te geven. 
 
Meteen werd het duidelijk dat er een vierde sessie zou volgen. 
 
B. Boeyckens S.J. 
(1) Zie Positief, nr. 96, november 1979, p. 271. - 138 –
(2) Cfr. Positief, nr, 84, september 1978, p. 207. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht