• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : De Verklaring over de Godsdienstvrijheid

3/7/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 137 – DECEMBER 1983 

​Iets over de Geschiedenis van de Verklaring 
 
Op het concilie werd er de laatste twee weken van november en de eerste week van december alleen nog maar gestemd om dan de dag vóór de sluiting nog vier documenten af te leveren: de Verklaring over de godsdienstvrijheid, het Decreet over de missies, het Decreet over de priesters en de Constitutie over de Kerk in de hedendaagse wereld. In dit artikel zullen wij de Verklaring over de godsdienstvrijheid behandelen. 
 
Het schema over de vrijheid van godsdienst heeft een beroerde geschiedenis gekend. Dat op het einde van de derde sessie dit schema de eindstreep nog niet behaalde, had de ontevredenheid gewekt van heel wat concilievaders tijdens die onbehaaglijke «zwarte week». (1) 
 
Om dat voortdurend uitstellen goed te maken, werd op de vierde sessie begonnen met de bespreking over de vrijheid van godsdienst. De rapporteur, Mgr. De Smedt van Brugge, gebruikte toen de uitdrukking: schema re-re-reemendatum, een her-her-herwerkt schema. 
 
Maar ook na deze discussie was men geen stap verder geraakt. De paus moest naar Amerika vertrekken om voor de Lino te spreken. Hij zou in New-York geen goed figuur slaan indien er op het concilie nog niets omtrent de vrijheid van godsdienst uit de bus was gekomen. Daarom maakte hij nog eens gebruik van zijn gezag en legde een stemming op over de vraag of het schema dienstig was voor verdere bespreking. De uitslag was: 1997 voor en 224 tegen, hetzij 88 % voor. Een overweldigende meerderheid dus, maar in concilieverhoudingen toch ook een betrekkelijk grote minderheid (2). 
 
Rond dit schema is er op het concilie niet veel gedialogeerd maar wel aan politiek gedaan. Wanneer de paus de voornaamste woordvoerders van de twee strekkingen bijeen had willen brengen in een beperkte gespreksgroep, was er een luide tolle uitgeroepen in de rangen van de «progressieven». Zij stelden hun veto tegen Mgr. Marcel Lefebvre, waarop de generaal van de Spiritijnen uit de groep verwijderd werd. 
 
Het schema was een werkstuk van het secretariaat voor de eenheid. De opwerpingen van de oppositie waren van doctrinaire aard. Daarom stelde zij voor dat een gemengde commissie, bestaande uit leden van het secretariaat voor de eenheid en vertegenwoordigers van de theologische commissie, het project zouden herwerken. 
 
Doch het secretariaat wilde zijn schema niet uit handen geven, bracht wel heel wat verbeteringen aan die in de richting van de oppositie gingen, maar haar niet tevreden stelden. 
 
Het schema werd nog maar eens herwerkt. 27 en 28 oktober werd gestemd artikel per artikel en dan nog eens over het geheel. Voor de stemmingen werd door het Coetus lnternationalis Patrum een geschrift verspreid waarin de aangebrachte correcties als onvoldoende werden bestempeld. De goedkeuring van wat hier werd voorgesteld zou geen evolutie betekenen maar een verandering in de leer van de pausen vanaf Gregorius XVI tot Leo XIII en zelfs tot Pius XII. Tegenover de aangehaalde Bijbelteksten konden andere worden gesteld die het tegenovergestelde voorhouden. Het wachtwoord werd gegeven bij de onderdelen tegen te stemmen, non placet, en bij de tekst in zijn geheel placet Juxta modum, ja onder voorbehoud. 
 
Het getal stemmen van hen die de aangebrachte veranderingen verwierpen, lag tussen 127 en 254. Het document in zijn geheel werd door 68 vaders afgewezen. 543 bisschoppen gaven een «placet juxta modum».
 
Het placet juxta modum bleef onder de 1 /3. Dat betekende dat er geen substantiële wijzigingen moesten worden aangebracht. Wel zou de commissie het schema nog eens re-emendare, nog eens herwerken. 
 
Bij een laatste stemming de 7e december waren er nog 70 tegenstemmers. Heel wat vaders zijn dus over hun moeilijkheden heen gestapt. Toch is 70 het grootste aantal tegenstemmers dat op het concilie tot hiertoe bereikt werd. Omtrent deze Verklaring kan men niet zeggen zoals van de Constitutie over de Openbaring dat alles tot de bodem doordacht was, dat alle ja-stemmen overtuigde stemmen waren en dat iedere bisschop deze Verklaring als zijn eigen werk mocht beschouwen. Men kan zelfs bezwaarlijk deze oorkonde, zoals het Decreet over het lekenapostolaat, als een eerlijk compromis aanzien. Hier wordt de stelling weergegeven van een groep die wel een overgrote meerderheid vormde op het concilie maar die met de minderheid niet echt gedialogeerd heeft. 
 
Waardigheid van de menselijke Persoon eist Godsdienstvrijheid. Bij de gedachtewisseling over deze Verklaring is de vraag gesteld of men ze zou grondvesten op filosofische of theologische premissen. Voor beide zienswijzen valt iets te zeggen. Opdat het mogelijk zou zijn voor alle mensen, ook voor niet-gelovigen, de Verklaring te begrijpen zou het wenselijk zijn uit te gaan van filosofische principes die voor iedereen gelden.
 
Maar anderzijds is een concilie toch altijd een aangelegenheid van de Kerk die haar boodschap steunt op de Openbaring. Daarom zou men op theologische argumenten moeten steunen. De Verklaring wilde aan de twee opvattingen tegemoet komen en zet in het eerste hoofdstuk haar onderwerp uiteen met filosofische redeneringen terwijl het tweede hoofdstuk theologisch wordt gehouden. 
 
Zo begint de Verklaring met een filosofische uitdrukking die plechtig aandoet: «Dignitatis humanae personae». «Van de waardigheid van de menselijke persoon». Het doet denken aan een wijsgerige stroming die personalisme heet en in verband waarmee men Max Scheler in Duitsland en Emmanuel Mounier in Frankrijk kan noemen. 
 
Men wordt vooral de invloed van deze laatste gewaar. Mounier had zijn gedachten reeds vóór de oorlog ontwikkeld in het tijdschrift «Esprit». Onder invloed van Pascal, Péguy, Blondel, zette hij zich in voor de bevrijding van de persoon uit geestelijke, sociale en politieke dwang. 
 
«Steeds groter, zo heet het in de Verklaring, wordt het aantal van hen, die eisen dat de mensen in hun handelen niet door dwang zullen worden gedreven, maar geleid zullen worden door het bewustzijn van hun plicht en daarbij het gebruik zullen genieten van eigen overleg en van eigen verantwoordelijke vrijheid. Ook eisen zij een juridische omgrenzing van de openbare macht, opdat de grenzen van een waardige vrijheid, zowel van de persoon als van de gemeenschappen, niet te eng zullen worden getrokken. Deze eis tot vrijheid in de menselijke maatschappij slaat vooral op de geestelijke goederen van de mens, en hoofdzakelijk op die, welke betrekking hebben op de vrije uitoefening van de godsdienst in de samenleving. » 
 
Onmiddellijk daarop echter wordt deze statige princiepsverklaring afgezwakt door te verkondigen dat de mens katholiek moet zijn. Dit laatste wordt niet met zoveel woorden gezegd maar sommige niet-katholieken zullen het wellicht zo begrijpen. 
 
Het was een toegeving aan de minderheid die riskeert als gevolg te hebben dat een niet-katholiek erdoor geschokt wordt en niet verder leest. 
 
Volgens de Verklaring moet de mens wel vrij zijn van uiterlijke dwang in godsdienstzaken maar is hij verplicht de ware godsdienst te volgen. De ware godsdienst is de katholieke godsdienst. Doch de ware godsdienst zal zich op geen enkele andere wijze opleggen dan door de kracht van de waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk de geest binnendringt. 
 
Er wordt nog eens een tweede tegemoetkoming gedaan aan de minderheid. Het is een verandering die het secretariaat van de eenheid er zonder veel geestdrift en deze keer niet wegens de tussenkomst van een «hoger gezag» heeft ingebracht. Maar het secretariaat voor de eenheid deed veel enerzijds om de redactie van de Verklaring in eigen handen te houden en anderzijds om de goedkeuring van de minderheid te winnen. De aangebrachte wijziging bestaat hierin dat men beweert dat deze Verklaring zich achter de traditionele leer van de Kerk stelt. 
 
Deze thesis wordt echter niet bewezen. Mgr. De Smedt legde het aldus uit: latere theologische en historische studies zullen hier wel klaarheid in brengen. Wat echter de kern van het probleem betreft, komt het hierop neer dat de pausen tot Leo XII eerder de nadruk legden op de morele verantwoordelijkheid van de openbare macht tegenover de ware godsdienst, terwijl de laatste pausen, zonder afbreuk te doen aan deze leer, haar hebben vervolledigd met te wijzen op de plicht van de openbare macht om in godsdienstige zaken de waardigheid van de persoon te eerbiedigen. 
 
Deze uitleg overtuigde de minderheid niet. Het doet wel vreemd aan dat de Verklaring hier een gevolgtrekking neemt uit studies die nog niet gemaakt zijn. 
 
Overigens is het duidelijk dat deze Verklaring niet op één lijn kan gebracht worden met de uitspraken van de pausen van de 19e eeuw. Hier is geen evolutie maar revolutie. Nochtans hadden Pius XI, Pius XII en zeker Johannes XXIII bij sommige gelegenheden in dezelfde zin als de Verklaring gesproken. Wat dan gedaan met het adagium: nihil innovetur nisi quod traditum est, geen nieuwigheid in de Kerk die niet aansluit met de traditie? 
 
Is het echter niet zo dat deze stelregel primair geldt voor de leer? En gaat het hier eigenlijk over een leer? Is hetgeen de Verklaring uitdrukt niet veeleer een houding tegenover concrete toestanden? 
 
Omdat deze laatste veranderen, kan het niet anders dan dat de reacties daartegenover ook niet dezelfde blijven. Zo heeft de Kerk het interest vergen voor geleend kapitaal lange tijd afgekeurd en daarna toegelaten. Toch is de leer van de Kerk over de rechtvaardigheid wezenlijk dezelfde gebleven. 
 
Wanneer de pausen van de 19e eeuw erop wezen dat de staat de ware godsdienst dient te bevorderen, dan zou men kunnen stellen dat hun richtlijnen gelden voor een samenleving die in een ononderbroken evolutie nog teruggaat tot de bekering van de Germaanse volkeren. Daaromtrent lezen wij in de Historia Francorum van Gregorius van Tours dat Clovis, de koning der Franken, zich liet dopen met al zijn antrustiones, met heel zijn gevolg. Het was een maatschappij waarin de princeps, het staatshoofd, een grote invloed had en over veel beschikte. Sindsdien is er de Franse Revolutie geweest, een revolutie en geen evolutie. Langzaam, zoals trouwens alle ideëengoed dat de loop van de geschiedenis heeft beïnvloed, drong de geest van de Franse Revolutie door in de mentaliteit en instellingen. Het zou ons te ver voeren om aan te tonen dat de Kerk in haar aanpassing hieraan behoedzaam moet zijn en niet mag vooroplopen. Op een bepaald moment moet zij toch een stap zetten. Dat zij het eens zou doen kon men reeds besluiten uit toespraken en encyclieken van Pius XI, Pius XII en Johannes XXIII. Zij deed het en definitief in deze Verklaring. In deze Verklaring spreekt de Kerk terug de taal van de vier eerste eeuwen. Volgens Tertullianus behoort het tot het menselijk en natuurlijk recht (humani juris et naturalis potestatis est) dat iedereen mag vereren wat hij wil. Dwingen ligt niet in de aard van de godsdienst. (3) En de apologeet Lactantius was van oordeel dat om te overtuigen op godsdienstig gebied men woorden moest gebruiken en geen stokken. (4) Het is een taal die men eigenlijk nooit verleerd had in de loop van de kerkgeschiedenis, zoals het in de Verklaring met heel wat citaten wordt gestaafd. 
 
In deze Verklaring wordt godsdienstvrijheid opgeëist niet alleen voor het individu maar ook voor de religieuze groeperingen. Dat veronderstelt dat zij zich mogen inrichten volgens de reglementen die zij zelf opstelden, dat zij zelf hun bedienaars mogen kiezen en opleiden, dat hun de mogelijkheid gegeven wordt om met elkaar betrekkingen te onderhouden en ook met hun geloofsgenoten in het buitenland, dat hun de toelating gegeven wordt om de nodige gebouwen op te richten en goederen te verwerven, dat zij in alle vrijheid vergaderingen kunnen houden en culturele, opvoedkundige, caritatieve en sociale verenigingen stichten. 
 
Het is duidelijk dat de Verklaring hier een lekenstaat voor ogen heeft. Een «katholieke staat» wordt nochtans niet van de hand gewezen maar ook niet als ideaal gesteld. Weer eens een toegeving aan de minderheid waar zij weer eens geen voldoening mee neemt. 
 
De vrijheid van godsdienst heeft haar grenzen. De godsdienstige verenigingen mogen de openbare orde niet storen. Maar wie zal uitmaken wanneer een godsdienstige vereniging de orde verstoort? Dat is een zwak punt in de Verklaring dat niet is opgelost. De Poolse bisschoppen waren hierover ongerust. Achter het ijzeren gordijn hadden de communisten aan Pacem in terris een uitleg gegeven die de Paus zeker niet bedoeld had. 
 
Bood de Kerk hier geen pricipe aan dat de communisten verkeerd en als drogreden zouden kunnen aanwenden? 
 
Theologische argumenten 
 
De Verklaring over de godsdienstvrijheid bevat zoals wij zagen maar twee hoofdstukken. Het eerste «over het recht van de persoon en van de gemeenschap op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden» «De jure personae et communitatum ad libertatem socialem et civilem in re reliqiose». Het tweede draagt als titel: «De godsdienstvrijheid in het licht van de Openbaring» «Libertas religiosa sub Luce Revelationis». 
 
De Verklaring wil hier geen tweede bewijs geven dat kracht bijzet bij het eerste maar de christenen erop wijzen dat, omdat het gebod van godsdienstvrijheid wortelt in de goddelijke Openbaring, zij voor de heilige opgave staan dit gebod te onderhouden. 
 
Het is er de opstellers van de Verklaring niet om te doen de lezers en eventuele tegenstrevers met teksten uit de bijbel rond de oren te slaan want zij weten dat men hier andere teksten kan tegenoverstellen. Zeer voorzichtig erkent de Verklaring dat de Openbaring niet uitdrukkelijk het recht tot vrijheid van elke uiterlijke dwang in godsdienstige aangelegenheden bevestigt. Zij besluit echter hiertoe uit de ontleding van de geloofsdaad zelf die een vrije daad is, daar de mens, vrijgekocht door Christus de Redder en tot het kindschap Gods door Jezus Christus geroepen, de zich openbarende God niet kan aanhangen tenzij de Vader hem trekt en dat hij aan God een redelijk verwoorde en vrije geloofsgehoorzaamheid schenkt. Daarom is het geheel in overeenstemming met de aard van het geloof om op gebied van de godsdienst elke dwang aan de kant van de mensen uit te sluiten. 
 
In het besluit stelt de Verklaring vast dat de godsdienstvrijheid in de meeste grondwetten is vastgelegd als een burgerrecht en dat zij plechtig erkend wordt in internationale documenten. Er zijn echter staten waar de vrijheid van godsdienst wel in de grondwet staat maar waar desniettemin de openbare instanties zelf de burgers van het belijden van de godsdienst trachten af te houden en het leven van de godsdienstige gemeenschappen uiterst moeilijk en bijna onmogelijk maken. Het concilie vraagt dat dit niet zo zou zijn, maar dat alle mensen, nu de volkeren meer één worden, vredelievend zouden samenleven. 
 
Daarom is het nodig dat de godsdienstvrijheid overal doeltreffend juridisch wordt gewaarborgd en dat eerbied wordt getoond voor de hoogste plichten van de mens om in de maatschappij vrij de godsdienst te beleven. 
 
Men kan niet beweren dat de afkondiging van deze Verklaring in de wereldpers of elders grote weerklank heeft gevonden. Dat is maar al te begrijpelijk wanneer men bedenkt dat die dag, 7 december 1965, nog drie ander conciliedocumenten werden gepromulgeerd, waaronder de Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van deze Tijd. Wij mogen bovendien ook niet vergeten dat zeven jaar na de mededeling van paus Johannes de XXIII dat er een concilie ging plaats hebben, de deelneming van geest en gemoed van zoveel mensen met het conciliegebeuren verzwakt was. 
 
Er verscheen wel een opmerkelijk artikel van Carrillo de Albornoz over de Verklaring omtrent de godsdienstvrijheid in The Oecumenical Review van januari 1966, (p. 58-84): The Oecumenical and World Significence of the Vatican Declaration of Re/igious Liberty» « De oecumenische en wereldbetekenis van de Vaticaanse Verklaring over Godsdienstvrijheid». 
 
Hij noemt de Verklaring het voornaamste document op oecumenisch gebied dat uit de beraadslagingen van het tweede Vaticaans concilie is voortgekomen en voegt eraan toe dat het misschien wel het belangrijkste is van wat op oecumenisch gebied als zodanig werd gepubliceerd. 
 
Wel maakt hij de reserves die iedere protestant maakt ten opzichte van de ecclesiologie van de Katholieke Kerk waarin deze Kerk als de ene ware Kerk beleden wordt. De context van de Verklaring vroeg niet, volgens Carrillo de Albornoz, dat dit nog eens herhaald werd. Hij aanziet dit als een anti-oecumenisch gebaar. 
 
Het centraal comité van de oecumenische Raad der Kerken dat samenkwam te Genéve in februari 1966, nam een resolutie aan die overeenstemde met de uiteenzetting van Carrillo Albornoz naar wiens artikel verwezen werd. 
 
Deze Verklaring die geen eenheid bracht onder de christenen, veroorzaakte verdeeldheid onder de katholieken. Want zo ze een schuchtere toenadering betekent op oecumenisch gebied, dan heeft ze een kleine maar overtuigde groep onder de katholieken afgestoten. Mgr. Marcel Lefebvre en nog anderen hebben er zich niet bij neergelegd. Voor Mgr. Lefebvre is deze Verklaring meer een oorzaak van conflict geweest met het Vaticaan dan de liturgische aangelegenheden. Pater de Lubac spreekt hier van een communicatiestoornis. Dat zal wel zo zijn zoals trouwens voor de meeste menselijke misverstanden. De communicatiestoornis is echter nog niet opgeklaard. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
O.-L.-Vrouwdreef, 8, 9040 Oostakker. 
 
- 310 - 
 
(1) cf. Onze korte Conciliegeschiedenis, Positief nr. 112, mei 1981, p. 
 
139-143. 
 
(2) cf. Onze korte Conciliegeschiedenis, Positief nr. 120, maart 1982, p. 72-78. 
 
(3) «Ad scapularn», c. 2. 
 
(4) Lactantius, Oivinarum lnstitutionum, lib. V, 19. Geciteerd in de Verklaring. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht