• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Decreet over de Priesteropleiding en Decreet over het ambt en het leven van de Priesters

3/7/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 139 – FEBRUARI 1984 

​Men had zo dikwijls herhaald dat het concilie zich vooral bezig hield met de bisschoppen, de leken en de afgescheiden broeders, maar de priesters verwaarloosde, dat men op de duur veel is gaan spreken over hen en er zelfs twee stukken aan gewijd heeft: het Decreet over de priesteropleiding en het Decreet over het ambt van de priesters. Het eerste document werd reeds goedgekeurd op 28 
oktober, samen met het Decreet over het pastorale ambt van de bisschoppen, het Decreet over de aangepaste hernieuwing van het religieuze leven, de Verklaring over de christelijke opvoeding en de Verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten. Het Decreet over het ambt en het leven van de Priesters werd afgekondigd de voorlaatste dag van het concilie, op 7 december 1965, samen met de Verklaring over de godsdienstvrijheid, het Decreet over de missies en de Constitutie over de Kerk in de hedendaagse wereld. 
 
Het Decreet over de Priesteropleiding. 
 
Dit Decreet heeft glansrijk de eindstreep gehaald. Er waren slechts 15 tegenstemmers. Het zijn traditionele standpunten en beproefde aanbevelingen die dan toch meermalen worden aangevuld of verzwakt door beschouwingen die «progressief» werden genoemd. Men kon er de opmerkingen in onderkennen die bisschoppen zoals kardinalen Léger, Suenens, Döpfner en anderen in de concilieaula ten beste hadden gegeven. 
 
Zo was er de kwestie van de klein-seminaries, instellingen waarin jongens reeds tijdens hun middelbare studies tot het priesterschap worden opgeleid. Over 't algemeen waren de «conservatieven» er voor, de «progressieven» er tegen. Het Decreet aanvaardt ze en geeft er richtlijnen voor, maar zegt niet dat ze moeten bestaan. Wij worden de invloed gewaar van kardinaal Döpfner van München wanneer uitdrukkelijk wordt vermeld dat banden met de eigen familie niet totaal mogen verbroken worden. Er wordt ook duidelijk verklaard dat de studies zo dienen ingericht te worden dat de leerlingen zonder moeite ze elders kunnen voortzetten, wanneer zij ertoe besluiten een andere levensstaat te kiezen. 
 
Volgens het Decreet kunnen er klein-seminaries zijn of niet zijn. Dat is niet het geval voor de groot-seminaries. Hun noodzakelijkheid voor de priesterlijke vorming wordt bevestigd. De bisschoppen moeten president en professoren zorgvuldig uitkiezen. Op het seminarie moet gepeild worden naar de zuiverheid van inzicht bij de seminaristen en naar hun geschiktheid voor het priesterschap. Degenen die er verantwoordelijkheid voor dragen, wordt op het hart gedrukt dat zij bij de selectie en keuring van de studenten een vaste houden (debita firmitas) ook al is er een priestertekort te betreuren. 
 
Wanneer afzonderlijke bisdommen niet in staat zijn een eigen seminarie op te richten, dienen verschillende bisdommen dit samen te doen.
 
Het Decreet getuigt van een ernstige bekommernis omtrent de geestelijke vorming van de priesters. Op het seminarie moeten zij leren bidden. Hun godsvrucht dient gevoed te worden. 
 
Allemaal klassieke raadgevingen. Hoewel men hem vroeger ook wel kon waarnemen, horen wij toch enigszins een nieuwe klank wanneer wij vernemen dat de studenten zeer duidelijk dienen in te zien dat zij niet bestemd zijn voor een dominerende positie of voor ereambten maar dat de dienst van God en het pastorale dienstwerk geheel beslag op hen leggen. 
 
Over het priesterlijk celibaat wordt er gezegd dat de toekomstige priesters moeten weten waarin het bestaat en door welke gevaren het in deze tijd bedreigd wordt. 
 
Het vijfde hoofdstuk draagt als titel: «De studiïs ecclesiasticis recognoscendis» «Het herzien van de kerkelijke studies». Veel wordt er echter niet veranderd. Het is de beschrijving van het leerprogramma zoals het werd gevolgd, afgezien van bijkomstige wijzigingen in de loop der tijden, vanaf het concilie van Trente tot aan Vaticanum ll. Alleen wordt, wanneer het over de filosofie gaat, gezwegen over de H. Thomas van Aquino. 
 
Voor de theologie wordt de traditionele indeling gegeven van een te bewijzen thesis: uit de Schrift, de Traditie en de «ratio theologica», uit de rede. De H. Thomas wordt hier als gids aangewezen. 
 
In het 6e hoofdstuk dat helemaal gaat over «het bevorderen van het strikt pastorale onderricht», kan men een naklank beluisteren van wat kardinaal Suenens in de concilieaula had naar voren gebracht, wanneer hij als zijn mening te kennen gaf dat de vorming van de seminaristen ook praktisch moest zijn en er reeds vanop het seminarie een meer pastorale opleiding nodig was. 
 
Vooraleer de seminaristen een aanvang nemen met de studies op het groot-seminarie, wordt er van hen gevraagd dat zij eerst een diploma zouden verwerven waarmee in hun land hun leeftijdsgenoten tot de hogere studies worden aanvaard. De kennis van het Latijn wordt vereist om de bronnen van de gewijde wetenschap en de documenten van de Kerk te kunnen begrijpen. 
 
Decreet over het ambt en het leven van de Priesters. 
 
«Dit Decreet behoort niet tot de betere documenten van het Concilie en, helaas, zullen de priesters er niet in vinden, wat zij verwachten of wat juist in deze tijd tot hen gezegd had kunnen worden. Van de andere kant biedt het voldoende passages, die waard zijn opnieuw overwogen te worden: het is een zorgvuldige en uitgewogen samenvatting van hetgeen voor priesterambt en -leven geldig was en is.» Dat lezen wij in Katholiek Archief, XXI, 25 maart 1966, col. 366. Het was ongeveer de mening van alles wat in die jaren opinie maakte. In Stimmen der Zeit schrijft W. Seibel dat het Decreet over het ambt en het leven van de priesters, niet tot de beste teksten van het concilie behoort. «Daarvoor slaat het te veel een moraliserende toon aan die past bij een geestelijke lezing, en is het te paternalistisch, niet nuchter genoeg, gaat het vooral niet uit van de werkelijke situatie van de priester in de huidige tijd en speelt het niet in op zijn concrete problemen.» (1) 
 
Wat wordt hiermee bedoeld? Een zogezegd reëel priesterbeeld dat uit de priesterromans wordt gehaald waar altijd marginale gevallen worden behandeld zonder een verwijzing naar omhoog? Of het priesterbeeld van de sociologische studies dat al even neerhalend is omdat die studies bijna altijd besluiten willen opdringen en alzo aan een onwetenschappelijke grensoverschrijding doen? 
 
Er ontstond in deze tijd een strekking om alles van beneden uit te zien en feitelijke toestanden, (die dan nog vaak overdreven en generaliserend worden voorgesteld) als normen te aanzien. «Men mag niet meer moraliseren» betekent dan veeleer dat een ideaal van volmaaktheid niet meer mag voorgesteld worden en dat de kerkelijke doctrine moet opgebouwd worden niet vanuit het Evangelie, de Traditie, de beproefde geschriften van geestelijke schrijvers en vooral niet vanuit het voorbeeld van de heiligen, maar vanuit de mediocriteit van het dagelijkse leven, vanuit probleemgevallen zoal niet van psychische afwijkingen. En door zich schrap te zetten tegen het zogezegde paternalisme wil men de democratie, die in de burgerlijke samenleving gewettigd is, doen binnendringen in de Kerk waar zij niet thuishoort. 
 
De meerderheid van de bisschoppen moet wel ingezien hebben dat een stuk over de priesters niet kan steunen op zulke ideeën. De koplopers van de nieuwe spiritualiteit voor de priesters wisten trouwens zelf niet goed waar zij naartoe wilden. Naar hun eigen bekentenis moesten zij dat nog uitzoeken. Zij waren trouwens voortdurend op zoek ... Dat verklaart dat zij over hun bezwaren zijn heengestapt en dit Decreet hebben goedgekeurd. Slechts 11 vaders stemden tegen. 
 
Mogen wij in dit alles de leiding zien van de H. Geest? Wanneer men de decreten van het concilie bestudeert en tevens al wat er in en rond het concilie gebeurde, heeft nagegaan, valt het op hoe weinig osmose er geweest is in de documenten van het concilie van de wereldse ideeën die er te Rome en elders aan het gisten waren. 
 
Het uitgangspunt van het Decreet is niet sociologisch maar theologisch, verticaal en niet horizontaal: alle priesterlijke diensten worden verricht tot vermeerdering van Gods glorie en tot bevordering van het goddelijk leven in de mensen. Daardoor zijn de priesters uit het volk Gods afgezonderd. Het woord van Paulus wordt hier aangehaald, dat zij zich niet mogen aanpassen aan deze wereld (Rom. 12,2). Hier wordt echter onmiddellijk aan toegevoegd, iets wat de laatste tijd meer op de voorgrond is gekomen, dat de priesters in de wereld onder de mensen leven en als goede herders hun schapen moeten leren kennen en hen die niet van deze schaapstal zijn, opzoeken. 
 
De taak van de priester bestaat er dan in het volk Gods bijeen te brengen door het Woord van de levende God. Maar bron en hoogtepunt van heel de prediking is de Eucharistie. De overige sacramenten, evenals alle kerkelijke bedieningen en apostolaatswerken, hangen ermee samen. Het belang van de Eucharistie trouwens komt als een leidmotief voortdurend terug in dit Decreet. 
 
Er wordt verder uitgeweid over het apostolaat van de priester om te besluiten dat hij nooit in dienst mag staan van een of andere ideologie of menselijke partij. 
 
In een tweede hoofdstuk wordt gewezen op de binding tussen de priester en de bisschop aan wie hij eerbiedige gehoorzaamheid verschuldigd is, op de verhouding tussen de priesters onderling, die broederlijk moet zijn en gastvrij. Er wordt ook op gewezen dat de priesters graag en met vreugde moeten samenkomen voor ontspanning. Het woord van de Heer uit Marcus wordt hier aangehaald: «Kom nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.» (Mc. 6,31) 
 
Een ganse paragraaf wordt besteed aan de spreiding van de priesters. Want, zo betoogt het Decreet, een priester is priester van de universele Kerk; hij moet derhalve bereid zijn om ook zijn hulp aan te bieden aan priesterarme bisdommen. 
 
In het derde hoofdstuk gaat het over het leven van de priesters. Zij zijn geroepen tot heiligheid die zij zullen bereiken door hun taken oprecht en onvermoeibaar te vervullen in de Geest van Christus. Het Decreet ontwikkelt hier verheven gedachten waarin men de H. Schrift en de rijke katholieke Traditie doorvoelt zoals die is neergelegd in de geschriften van de kerkvaders en de teksten van de heilige Liturgie. 
 
Met een verwijzing naar het ritueel van de priesterwijding zoals wij die vinden in het Pontificale Romanum heet het: «Als bedienaren van de heilige geheimen treden zij op in de persoon van Christus (personam gerunt Christi), vooral in het heilig misoffer en daarom worden zij uitgenodigd om hetgeen waarmee zij omgaan, ook na te volgen (ut quod tractant imitentur): met het celebreren van het mysterie van de dood van de Heer moet het afsterven gepaard gaan in eigen ledematen van gebreken en begeerten. 
 
Bij deze gelegenheid wordt de priester nog eens het dagelijks celebreren aanbevolen, ook wanneer er geen gelovigen aanwezig zijn. Hiermee wordt de waarde van de privaatmis in navolging van Pius XII in de encycliek Mediator Dei (1947), nog maar eens benadrukt. 
 
Voor het overige wordt het voorbeeld van de Heer als grote leidraad voor de heiliging van de priesters gesteld: de wil volbrengen van de hemelse Vader. Indien zij daarnaar streven zullen zij eenheid weten te brengen in hun leven en innerlijkheid harmonisch kunnen verbinden met uiterlijke activiteit. 
 
Omtrent het gebruik van stoffelijke goederen die de priesters verwerven bij de uitoefening van hun kerkelijke dienst, wordt gezegd dat zij die moeten gebruiken voor een behoorlijk levensonderhoud en voor de vervulling van de plichten van hun staat. 
 
Zij mogen de gelden die voortkomen uit de kerkelijke bedieningen niet aanwenden om zichzelf te verrijken en ook mogen zij de inkomsten ervan niet besteden aan de vermeerdering van hun eigen familiebezit. 
 
Als hulpmiddelen om die hoge roeping van de priester waardig te beantwoorden, worden de deugdelijke gebedsoefeningen aanbevolen: dagelijkse eucharistie, brevier, veelvuldige biecht, meditatie, gewetensonderzoek, bezoeken aan het Allerheiligste, diverse gebedsoefeningen die de priesters zelf kiezen, godsvrucht tot de H. Maagd Maria. In Maria vinden de priesters een wonderlijk voorbeeld van ontvankelijkheid voor de H. Geest. In dit laatste horen wij een zwakke echo van een nieuwe tendens in de spiritualiteit die heel wat afwijkingen zal kennen: de tekenen des tijds kunnen onderscheiden en er de werking in zien van de H. Geest. De houding die Maria heeft aangenomen zal voor de priester bestaan in het «oprecht onderzoeken van de tekenen van de wil Gods en de impulsen van zijn genade in de verschillende levensgebeurtenissen en zo met de dag ontvankelijker worden voor de zending van de priester waartoe hij in de H. Geest geroepen is. » 
 
Zeer mooi, maar men kan het betreuren dat bij de geestelijke oefeningen voor de priester, het bidden van de rozenkrans niet wordt vermeld zoals in het oude kerkelijk Recht. Het nieuwe kerkelijk Recht spreekt daar evenmin over. 
 
Het Decreet eindigt met een aanmoediging voor de priesters. Wat het werk van een priester soms zwaar maakt, is dat hij het resultaat van zijn arbeid niet ziet. En als hij meent het te zien, is hij naïef en ijdel, of erger, eigent hij zich een eer toe die alleen God toekomt. Daarom drukt het Decreet erop dat de priester in de uitoefening van zijn taak, nooit alleen staat. Alle priesters, ja alle gelovigen werken samen aan de uitvoering van Gods heilzame plan, dat het mysterie van Christus is, het van alle eeuwigheid in God verborgen Geheim, dat slechts geleidelijk tot voltooiing wordt gebracht. 
 
Enkele maanden na de sluiting van het concilie en de afkondiging van het Decreet over de priesters, verscheen in Etudes, het culturele tijdschrift van de Franse jezuïeten, une revue à manchettes, een bijdrage van H. Holstein met als titel: «Les prêtres s'interroqent» «De priesters stellen vragen aan zichzelf» (2) Volgens de auteur is de huidige crisis onder de priesters de weerklank van wat wij zouden kunnen noemen de crisis van de Kerk van Vaticanum ll. Het gaat er niet om stil te staan bij detailpunten of vóór bijzondere situaties of bij uitzonderlijke bedieningen uitgeoefend door priesters, het komt er op aan een helder zicht te krijgen op de oriëntatie die het concilie ons heeft gegeven en in te zien dat dit een veranderd priesterbeeld veronderstelt en een nieuwe aanpak van de priesterlijke taak. » In dit artikel wordt verscheidene malen naar de Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, verwezen. Er wordt ook gesproken over de Constitutie Kerk en Wereld evenals over het Decreet over het oecumenisme en de Verklaring over de godsdienstvrijheid. Omtrent het Decreet over de opleiding van de priesters of dat over de priesters zelf, geen woord! 
 
«Liberté que de crimes on commet en ton nom!- «Vrijheid, hoeveel misdaden heeft men niet gepleegd in uw naam!» Men zou als variante op deze spreuk een andere kunnen formuleren: «Concilie, wat heeft men allemaal niet gezegd en gedaan in uw naam!» 
 
Omwille van de zogezegde conciliaire vernieuwing werd van de seminaristen de studie van het Latijn niet meer geëist, werd het celibaat in twijfel getrokken, werden zelfs in sommige landen de seminaries afgeschaft. In de zogezegde «geest van het concilie» werd een priesterbeeld voorgehouden dat het tegengestelde is van wat het concilie gewild heeft. Dat zou men niet gedaan hebben indien men het concilie had begrepen in de lijn van de Traditie. Het zijn die dingen die ons hebben aangezet om onze korte conciliegeschiedenis te schrijven. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
O.-L.-Vrouwdreef 8, 9040 Oostakker 
(1) W. Seibel, «Die vierte Sitzungsperiode des Konzils - Dienst und Leben der Priester» - in Stimmen der Zeit, Band 177, Jahrgang 91, 1966, 1 es Heft, Januar, p. 59-60. 
 
(2) Etudes, 324, juni 1966, p. 833-849. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht