• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Het bezoek van de paus aan de Verenigde Naties

3/7/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 125 – OKTOBER 1982 

​De bisschoppen ervaarden dat de kerkgeschiedenis zich gedurende een paar dagen niet te Rome afspeelde maar te New-York. Dat schreven wij in ons voorgaand artikel (1). Onze korte conciliegeschiedenis vatten wij op als een stuk kerkgeschiedenis. Daarom moet er ook iets gezegd worden over het bezoek van de paus aan de UNO. Trouwens de aanwezigheid van de paus bij de UNO is misschien wel de meest echte en de meest zuivere weergave geweest van wat een opening van de Kerk naar de wereld toe kan betekenen. 
 
De Voorgeschiedenis. 
 
In januari 1965 had monseigneur Giovanetti, zaakgelastigde van de H. Stoel bij de Verenigde Naties te New-York, aan secretaris-generaal Oe Thant een kopie overhandigd van de oproep van de paus tot ontwapening, uitgesproken op het eucharistisch congres te Bombay. Oe Thant antwoordde dat hij de inspanning van Paulus VI voor de vrede fel waardeerde. Tegelijkertijd liet hij weten dat hij al het mogelijke zou doen om een bezoek van Zijn Heiligheid aan de Verenigde Naties mogelijk te maken. Later kwam er van zijnentwege een officiële uitnodiging. 
 
Het schijnt dat de bekommernis om de vrede werkelijk het eerste doeleinde was van de paus om naar New-York te reizen. Want vrede was er niet op aarde. Er was oorlog in Vietnam en burgeroorlog op San Domingo. Er waren gevechten tussen India en Pakistan. De Verenigde Staten waren verbolgen op rood China dat zij aanzagen als de aanstoker van het vijandelijk treffen tussen deze twee landen. Een economisch tijdschrift uit Hong-Kong beweerde dat de Verenigde Staten een atoombom hadden willen uitwerpen op de pas geplaatste raketinstallaties van rood China, maar dat de invloed van de paus dit had kunnen tegenhouden. 
 
Paulus VI die met een zuiver inzicht alleen volgens zijn geweten wilde handelen en die vrij was van iedere zweem van demagogie, was meer dan wie ook gevoelig voor de stormen van het wereld woelen en meende dat hij iets moest doen. Hij mocht de uitnodiging van de secretaris-generaal van de Verenigde Staten niet afslaan. 
 
De paus heeft ongetwijfeld zekere remmingen moeten overwinnen om de reis naar Amerika te ondernemen. Kon hij zich voor de vertegenwoordigers van de Verenigde Naties vertonen terwijl iedereen wist dat het concilie na drie sessies het nog niet voor mekaar gekregen had een Verklaring over de godsdienstvrijheid uit te vaardigen? Zou hij het wagen zich naar New-York te begeven, de stad met de vele en machtige Joden, wanneer het concilie tot hiertoe machteloos was geweest om iets gunstigs over het uitverkoren volk af te kondigen? 
 
Bovendien was er in de Verenigde Staten nog altijd een sterke antipapistische strekking. De eerste kolonisten van Noord-Amerika waren immers de Pilgrim-Fathers, non-conformistische protestanten die de wijk hadden genomen uit Engeland omdat zij zich niet konden verzoenen met de Anglicaanse en volgens hen katholiserende staatskerk. Zij zijn naar Amerika uitgeweken om de kerk en de samenleving te kunnen inrichten in overeenstemming met hun godsdienstige overtuiging. Zij werden aangevuld met emigranten uit Duitsland en Nederland die om soortgelijke redenen hun land hadden verlaten. Zij vormden allen afzonderlijke kerken (free churches - vrije kerken) die vaak door onherbergzame, nog onontgonnen streken van elkaar gescheiden waren. Op een oppervlakkige toeschouwer moet het Amerikaans protestantisme wel de indruk maken van een hopeloze verdeeldheid. Toch is die verdeeldheid meer schijn dan werkelijkheid. Omdat het reformatorisch christendom in Amerika niet zo overbelast is door theologische en kerkelijke tradities als het protestantisme van Europa, vertoont het in zekere zin een sterkere eenheid. De aanvankelijke opvatting van Pilgrim-Fathers van een christelijke gemeente die alleen Christus als opperhoofd erkent, heeft het Amerikaans protestantisme en zelfs het Amerikaans denken op geestelijk-politiek gebied sterk beïnvloed. 
 
In deze opvatting staat de paus in een concurrentiepositie met Christus. Voor de Amerikaanse protestanten is dat des te meer waar omdat de paus ook een wereldlijk soeverein is. Deze protestanten zijn erin geslaagd de grote Amerikaanse opinie zo te beheersen dat tot nu toe er geen diplomatieke betrekkingen bestaan tussen het Vaticaan en de Verenigde Staten van Amerika. Hoewel dat meermalen hinderlijk is geweest na de tweede wereldoorlog toen de States en de Heilige Stoel aangewezen waren om bondgenoten te zijn in hun strijd tegen het communisme.  
 
Wanneer dan het jezuïetentijdschrift «America» het bezoek van de paus wilde beschouwen als een begin van diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan, was de reactie van het toonaangevend protestantse blad «The Christian Century» bijzonder heftig en bitter. Het opperhoofd van een kerkgenootschap, zo schreef het, willen wij ontvangen. Voor een staatshoofd hebben wij geen belangstelling. 
 
Op het titelblad van het wereldverspreide Amerikaanse magazine «Time» van 24 september 1965 prijkte een buste van Paulus Vl. Het artikel over de paus was zakelijk en correct. Toch gaf het om te besluiten een negatief beeld van de paus: hij is voor honderd procent Italiaan, een kritisch aangelegde intellectueel die ten opzichte van alle problemen mèt een «but, but, but», een «maar, maar, maar», antwoordt; een weifelende persoonlijkheid die met de linkerhand terugneemt, wat hij met de rechter heeft gegeven. 
 
Voor de paus was er moed nodig om in het vliegtuig te stappen naar New York. Vooral dan omdat heetgebakerde protestanten gedreigd hadden op de vlieghaven post te vatten om de paus uit te jouwen. Paulus VI bezat die moed. De dag voor zijn vertrek verklaarde hij in een interview aan de Corriere della Serra dat zijn reis een zuivere humanistische bedoeling had. Mgr. Giovanetti had aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de vraag gesteld of de paus zou ontvangen worden als staatshoofd van het Vaticaan of als hoofd van de Katholieke Kerk. Oe Thant had geantwoord dat hij Paulus VI als paus wilde ontvangen waarmee hij alle onoplosbare moeilijkheden opzijschoof.
 
De Reis 
 
In de vroege morgen van 4 oktober 1965 vertrok de paus met een vliegtuig van Alitalia. In zijn gezelschap bevonden zich vijf kardinalen die de vijf continenten vertegenwoordigden. Mgr. Rugambwa voor Afrika. 
 
Van de vlieghaven reed de paus naar St.-Patrick kathedraal met een omweg door de negerwijk Haarlem. De begroeting was daar allerhartelijkst. 
 
Op de middag was er een onderhoud met president Johnson. De president verklaarde daarna aan de journalisten dat zij hadden gesproken over de 800 miljoen mensen die noch lezen noch schrijven kunnen en wat daarvoor zou moeten gedaan worden, eveneens over de mogelijkheden om iets te ondernemen om de levensduur te verlengen van de miljoenen mensen die voortijdig sterven. Tenslotte werd er gediscussieerd over India en Pakistan, over Vietnam en de Dominicaanse republiek, over alle werelddelen in het algemeen. 
 
Om 15.30 u. plaatselijke tijd betrad de paus het gebouw van de Verenigde Naties. Alle leden-staten waren aanwezig. Eén uitzondering: Albanië. De Albanese vertegenwoordiging ontbrak omdat het bezoek van de paus volgens de voorzitter van de Albanese communistische partij, Enver Hodja, een antwoord was op het verlangen van de Amerikaanse imperialisten en van de revisionisten uit de Sovjet-Unie, om hun wanhopig avontuur te redden. Volgens Hodja keerde het Vaticaan terug tot de middeleeuwse methodes en kruistochten tegen de volkeren, iets wat een catastrofe onvermijdelijk zal maken. 
 
Na een welkomstwoord van Oe Thant hield de paus zijn toespraak. Hij dankte vooreerst voor de uitnodiging mede in naam van het concilie. Daarop wist de paus onmiddellijk zijn eigen persoonlijkheid te situeren en het waarom aan te geven van een onafhankelijke pauselijke staat. «Voor U staat een mens zoals gij, een broeder en te midden van u, vertegenwoordigers van soevereine staten, zelfs een heel kleine broeder, omdat hij, als gij hem tenminste van dat standpunt uit wil bezien, het hoofd is van een minuscuul staatje, met een soevereiniteit die bijna symbolisch is, niet meer dan het noodzakelijke minimum om in vrijheid zijn geestelijke zending uit te oefenen en om degenen die met hem te maken hebben te verzekeren dat hij onafhankelijk is van welke wereldse soevereiniteit ook». 
 
Daarom noemde de paus dit moment eenvoudig. Maar anderzijds beleefde men ook een groots ogenblik, zo ging de paus verder. Hij bracht een boodschap niet alleen in eigen naam of in naam van de grote katholieke familie, maar ook in naam van alle christenbroeders die de gevoelens deelden die door de paus werden vertolkt. Gezien het oecumenisch klimaat van het concilie mocht hij zo spreken. 
 
De boodschap van de paus was op de eerste plaats een plechtige morele bekrachtiging van de Verenigde Naties als instelling. En dan volgde een hooggestemde lofrede op de Verenigde Naties zoals er waarschijnlijk nog nooit een was uitgesproken. «Gij vertegenwoordigt een etappe in de ontwikkeling van de mensheid, van waaruit nooit meer achteruit, maar altijd vooruitgegaan moet worden». 
 
De Verenigde Naties schenken, volgens de paus, aan de veelheid van staten een vorm van co-existentie, die uitermate eenvoudig en efficiënt is. Zij bekrachtigen het belangrijke beginsel dat de betrekkingen tussen de volkeren moeten geregeld worden door de rede, door rechtvaardigheid en onderling overleg, niet door kracht, geweld, oorlog en nog minder door vrees of bedrog. Wij zouden geneigd zijn te zeggen, zo besloot de paus, dat gij als het ware in de tijdelijke orde zijt, wat onze katholieke Kerk in de geestelijke orde wil zijn, namelijk uniek en universeel. 
 
En dan ging de paus over tot wat hij het voornaamste punt van zijn boodschap noemde: het hoogste doel van uw organisatie, heren, is de vrede te bewerken. Zijne Heiligheid werd bijna pathetisch toen hij uitriep: nooit meer de een tegen de ander, nooit meer. 
 
De weg daartoe is ontwapening. Zolang de mens een zwak en wispelturig en soms zelfs boosaardig wezen blijft, zullen defensieve wapens helaas noodzakelijk blijven. Maar het is de grootse taak van de Verenigde Naties om wegen te zoeken die de veiligheid van de wereld verzekeren zonder de toevlucht tot de wapenen te nemen. 
 
De paus ging nog verder: In de Verenigde Naties wordt niet alleen gewerkt voor het bezweren van conflicten tussen de staten maar wordt ook al het mogelijke gedaan om de Staten er toe te brengen om voor elkaar te werken. «Gij verwezenlijkt een systeem van solidariteit dat gericht is op het gemeenschappelijk welzijn van alle volken tezamen en van elke natie en iedere mens afzonderlijk». En als het ware met een vleugelslag plaatste de paus zich op moreel niveau: «in dit alles gaat het om het leven van de mens en het leven van de mens is heilig; niemand mag daaraan raken». 
 
En dan hoorde men de paus twee zinnen uitspreken die wel wat deining zouden veroorzaken: «De eerbied voor het leven, ook wanneer het gaat om het grote probleem van de geboorten, moet in uw vergadering zijn hoogste belijdenis en verstandigste verdediging vinden. Het is uw taak ervoor te zorgen, dat er voldoende brood op tafel van de mensheid is, en niet om het aantal aanzittenden van de maaltijd van het leven te verminderen door het begunstigen van een kunstmatige geboorteregeling». 
 
Als laatste woord wees de paus erop dat het bouwwerk van de moderne beschaving moet rusten op geestelijke beginselen. En de paus drukte dan als zijn vaste overtuiging uit dat die principes moeten uitgaan van het geloof in God. 
 
De onbekende God zoals voor de inwoners van Athene in de tijd van de heilige Paulus en zoals voor vele mensen in onze eeuw? «Voor ons in elk geval, zo luidde het slot van de pauselijke redevoering, en voor allen die de wonderbare openbaring aanvaarden die Christus ons van God is komen brengen, is het de levende God, de Vader van alle mensen». 
 
Na deze voordracht verliet de paus de zaal om zich naar het salon te begeven, waar een aantal prominenten hem voorgesteld moesten worden. Paus Paulus VI onderhield zich daar met Mevrouw Jacqueline Kennedy en met de ministers van buitenlandse zaken van de Grote Vier: Frankrijk, de Sovjet-Unie, Engeland en de Verenigde Staten. Men heeft opgemerkt dat de paus met Gromyko, de Russische vertegenwoordiger, langer heeft gesproken dan met de andere ministers. Een foto werd genomen en verspreid waarop Paulus VI en Gromyko lachend tegenover elkaar staan. 
 
Daarop had er in de kerk van de Heilige Familie, parochiekerk van de Verenigde Naties, een samenkomst plaats met katholieke, protestantse en joodse vertegenwoordigers. 
 
Later op de avond reed de pauselijke stoet naar het stadion van de NewYorkse Yankees-Baseballclub dat omgebouwd was voor een pontificale mis. De paus droeg de votiefmis op voor de vrede. 
 
Om 23.30 u. plaatselijke tijd vertrok de paus terug naar Rome. Te Rome bracht de paus vóór het concilie verslag uit over zijn reis. Hij zag er ontspannen en tevreden uit. De gevreesde incidenten hadden zich niet voorgedaan. Johannes Montini had zijn taak volbracht. 
 
«Nog nooit in de wereldgeschiedenis, zo zegde hij tot de concilievaders, heeft de evangelische boodschap een groter gehoor gehad, en, wij mogen wel zeggen, nooit is zij gretiger en bereidwilliger aanhoord. Nooit is de zending van de Kerk, middelares tussen God en de mensen, meer gerechtvaardigd, meer door God gewild, meer eigentijds als thans». 
 
Betekenis. 
 
Nog nooit in de wereldgeschiedenis ... Volgens Paulus VI is dus het pauselijk gesprek met vertegenwoordigers van vrijwel alle landen van over heel de wereld zonder voorgaande in de geschiedenis. 
 
Staatshoofden zijn er altijd geweest, de geschiedenis van het pausdom gaat terug tot de stichter van de Kerk, Jezus Christus. De stichter van het christendom heeft zich echter niet ingelaten met politieke kwesties en hij heeft zijn boodschap niet speciaal gericht tot staatshoofden. 
 
Voor de verhouding Kerk-Staat verwijst men nogal eens naar Mattheus, 23, 21 : «Geeft aan Caesar wat Caesar toekomt en aan God wat God toekomt». Dit woord van Jezus is van dezelfde aard als het antwoord dat Hij gaf aan de man die hem kwam vragen om aan zijn broeder te zeggen dat hij het erfdeel met hem moest delen: «Man, wie heeft mij als rechter of verdeler over u aangesteld?» (Luc. 12, 14). Jezus weigert een uitspraak te doen over wereldlijke zaken. Men haalt deze teksten gewoonlijk aan om te bewijzen dat Jezus geen theocratie, overheersing van de Kerk over de staat, gewild heeft. 
 
De eerste christenen hebben zich dan ook niet met politieke zaken ingelaten, daarvoor waren zij te veel vervuld van de hoop op de wederkomst van de Heer. 
 
Het wordt anders na de vrede van Constantijn en de bekering van de Franken. Gregorius van Tours verhaalt ons dat Clovis zich liet dopen met zijn antustriones, met de leiders van het volk. De Kerk werd een Kerk van volkeren, of liever van één volk, het populus christianus, het christenvolk. De leider was de keizer, daarna de paus en op een bepaald moment is er een botsing tussen die twee. In de 16e eeuw ontstaan dan de nationale staten die zich soeverein willen opstellen tegenover de paus. Dit heeft aanleiding gegeven tot soms scherpe conflicten tussen Kerk en Staat. 
 
In Italië waar eerst in de 19e eeuw de eenheid was bereikt en een soevereine staat tot stand gebracht, leefde het staatsbestuur op een gespannen voet en bestendige onvrede met de H. Stoel. Wanneer dan na de eerste oorlog in Genève de Volkerenbond werd gesticht, werd de eis van Italië om het Vaticaan niet uit te nodigen ingewilligd. 
 
Na de tweede oorlog waren Italië en de H. Stoel verzoend. De UNO werd opgericht op een basis die steviger was. Men kon verwachten dat deze instelling meer gezag zou hebben en duurzamer zou zijn dan de Volkerenbond. Het Vaticaan is er geen lid van maar heeft er een vaste vertegenwoordiger. 
 
Op het tweede Vaticaans concilie waar men, zoals wij er reeds herhaaldelijk op wezen, scheep was gegaan zonder vaste dagorde, voelde men aan dat er iets moest veranderen in de houding van de Kerk tegenover het wereldlijk bestuur. Maar men bevond zich op dit gebied in een onoverkomelijke aporie om de wereldverachting van de christelijke spiritualiteit met het christelijk humanisme te verzoenen. Wat het concilie niet vermocht uit te drukken werd gekristalliseerd in de daad van Paulus VI te New-York. Hij had vóór zich de wereld die God zozeer heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden (Johan. 3, 16). Met woorden van nederigheid en bescheidenheid bracht de paus daar een boodschap van vrede die moet steunen op het geweten en op God en hij legde getuigenis af van zijn christelijk geloof dat God erkent als de Vader van Jezus Christus. Indien de wereld die boodschap ten volle zou aanvaarden, zou hij ophouden wereld te zijn ... Zo was de toespraak van de paus voor de UNO werkelijk een historische mijlpaal in de betrekkingen tussen Kerk en Staat. 
 
Dit contact van de H. Vader met de vertegenwoordigers van de soevereine staten, kunnen wij ons niet indenken los van het conciliegebeuren. Daarom is dit bezoek een hoogtepunt in de geschiedenis van Vaticanum ll. 
 
B. Boeyckens S.J. 
 
(1) Onze korte conciliegeschiedenis (52), Positief, nr. 124, september 1982, p. 206-207. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht