• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Nog eens huwelijk en gezin

3/7/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 123 – JUNI 1982 

​Gedurende de derde sessie was er een geanimeerd debat geweest over geboorteregeling en speciaal over wat men was beginnen noemen «de pil». De paus had dan die kwestie naar zich toegetrokken. Hij zou een zo ruim mogelijke commissie consulteren om een beslissing te treffen. Een wijze maatregel. Morele problemen die ingrijpen in de meest intieme levenswijze van de mensen kunnen bezwaarlijk behandeld worden in een vergadering van meer dan 2000 leden, al zijn het dan bisschoppen. De menselijke factoren die zich ook op een concilie laten gelden, worden door de Heilige Geest niet weggenomen. Daar komt bij dat deze samenkomst van bisschoppen in het centrum stond van de belangstelling en de media zich gereedhielden om er iets sensationeels van te maken. 
 
Hoewel er tijdens de discussies nog fel werd gedacht aan geboorteregeling en er ook meer dan eens over gesproken werd, was dit toch nooit het eigenlijke onderwerp waarover het ging. Dat waren de doeleinden van het zevende sacrament.
 
Doeleinden van het huwelijk 
 
«Matrirnonii finis primarius est procreatio atque educatio prolis; secundarius mutuum adjutorium et remedium concupiscientiae». Dat lezen wij in canon 1013 van het Kerkelijk Recht. Letterlijk vertaald is dat: Het eerste doel van het huwelijk is de voortplanting en de opvoeding van de nakomelingschap; het tweede doel is wederzijdse hulp en een hulpmiddel tegen de begeerlijkheid. 
 
Een canon van het Kerkelijk Recht is geen geloofsdefinitie maar behoort dan toch tot wat men genoemd heeft het magisterium ordinarium, het gewone leerambt. De doctrine over het finis primarius et secundarius, het eerste en het tweede doeleinde van het huwelijk, is een leer die de Kerk altijd heeft voorgehouden. 
 
Deze uitdrukkingswijze is traditioneel in de Kerk. De laatste jaren heeft zij soms hevige reacties uitgelokt waaromtrent men de vraag kan stellen of die niet vermeden hadden kunnen worden indien men de omschrijving die het Kerkelijk Recht van het huwelijk geeft, had geïnterpreteerd op een manier die meer overeenstemt met de bevindingen van de moderne psychologie en de eerbied voor de menselijke persoon. De voorstelling over de doeleinden van het huwelijk immers die in sommige theologische geschriften naar voren kwam, gaf de indruk dat de echtverbintenis niet veel meer is dan een middel om kinderen voort te brengen. 
 
Onder de invloed van het personalisme dat zich na de eerste wereldoorlog sterk had doen gelden bij vooral katholieke filosofen zowel in Frankrijk als in Duitsland, waren ook theologen anders gaan denken over de doeleinden van het huwelijk. Volgens een personalistische filosofie is een persoon doel-op-zich (daarom nog geen laatste doel) en kan hij nooit als louter middel gebruikt worden. In het verlengde daarvan had de Duitse priester Doms gepoogd een nieuwe theorie over het huwelijk op te bouwen volgens dewelke het eerste doeleinde van het huwelijk de wederzijdse liefde is en het kind de vrucht ervan. Daarmee stond hij in directe tegenspraak met de bepaling van het Kerkelijk Recht. Hij werd veroordeeld door het Heilig Officie. 
 
Dat belette echter niet dat men voortging met pogingen om een personalistische duiding te geven van het huwelijk die niet in botsing zou komen met de traditionele opvattingen van de Kerk. 
 
Zo wilden sommigen «finis» vertalen niet door «doel» maar door «zin». De zin van het huwelijk zou dan het kind zijn. De man zou in de vrouw en de vrouw zou in de man het kind zoeken. Het kind zou aanwezig zijn in iedere huwelijksdaad, ook wanneer er geen nakomelingschap is. Deze uitleg wordt bevestigd door de praktijk van de Kerk die een echtverbintenis op hoge leeftijd altijd voor geoorloofd heeft gehouden, wanneer het dan toch zeker is dat er geen kinderen meer te verwachten zijn. 
 
Of men heeft het zo willen verklaren dat het eerste doeleinde, specifiek doeleinde betekent. Voortplanting kan immers alleen in het huwelijk op menswaardige wijze nagestreefd en verwezenlijkt worden, terwijl men de andere doeleinden van het huwelijk, vervolmaking van man en vrouw en ordening van het seksueel leven, ook buiten het huwelijk, zij het onder andere vormen, vermag te bereiken. 
 
Tijdens de gedachtewisseling over het hoofdstuk «waardigheid van het huwelijk en van het gezin» kon men twee strekkingen onderkennen. Enerzijds waren er degenen die met klem het eerste doeleinde van het huwelijk affirmeerden en anderzijds degenen die spraken over de echtverbintenis als een personengemeenschap tussen twee mensen. De eersten hadden het dan ook vaak over de wet die men duidelijk en zonder omwegen moet verkondigen, de anderen over de grote waarde van de huwelijksliefde waardoor beide partners hun vervolmaking vinden. Ergens zouden die twee wegen elkaar moeten ontmoeten. Anders wordt ofwel een sacrament verlaagd tot iets dat moet dienen om de soort in stand te houden ofwel wordt de huwelijksmoraal afgeschreven en vervalt personalisme tot subjectivisme en willekeur. 
 
Kardinaal Ruffini van Palermo was tegen het schema omdat het te weinig belang hechtte aan het eerste doeleinde van de door het sacrament bekrachtigde levensgemeenschap tussen man en vrouw. 
 
De Spaanse bisschop Alfonso Manoyerro wilde de uitdrukking «instituut van het huwelijk» veranderen in de gangbare term «huwelijkscontract» omdat deze beter de kracht uitdrukt van de vereniging en de verplichting van de gehuwden tot het eerste doel nl. de voortplanting. 
 
De Portugese bisschop Da Silva van Braga wees op het gevaar van subjectivisme bij de zogezegde personalistische benadering. 
 
De bisschoppen van de andere richting sloegen een andere toon aan. Bisschop De Roo van Victoria (Canada) prees het hoofdstuk omdat het uitweidde over de rijkdommen die in de menselijke liefde besloten liggen. 
 
Volgens de Franse bisschop van Avignon, Mgr. Urtasun, is geen relatie tussen personen zo heilig als de huwelijksliefde. 
 
Het meest indruk maakte de tussenkomst van Mgr. Reuss, hulpbisschop van Mainz, die al een en ander had gepubliceerd over het huwelijk en die behoorde tot de commissie die de paus had ingesteld om het brandende probleem van de geboorteregeling te bestuderen. Hij noemde expliciet kardinaal Ruffini en verweet hem dat zijn uiteenzetting de zaak van de geboorteregeling als uitgemaakt beschouwde. Waarom moest de paus dan nog een commissie raadplegen? Overigens was hij van oordeel dat men de liefde een doeleinde van het huwelijk kon noemen, indien men door liefde verstaat: de drang waardoor de huwelijksgemeenschap tot stand komt, de relatie namelijk van persoon tot persoon die het eigene is van het huwelijk. 
 
De aartsbisschop van Milaan en persoonlijke theoloog van Paulus VI, Mgr. G. Colombo, bracht de twee zienswijzen tot een zekere synthese. Hij houdt het bij de personalistische visie van het huwelijk maar is tegen alle anticonceptionele praktijken en methoden. Hij aanvaardt de huwelijksliefde als intrinsiek doel van het huwelijk. Hij is voor verantwoord ouderschap, hetgeen evenwel niet die middelen billijkt die de integriteit van de huwelijksbetrekkingen aantasten. 
 
Nog andere punten 
 
Er werden nog andere punten aangehaald in verband met huwelijk en gezin. Meer dan één vader sprak over abortus, een wraakroepende zonde. De Poolse bisschop K. Maydanski van Wlocawek vroeg een stellingname over de onaantastbaarheid van het menselijk leven, vooral in de moederschoot. Vruchtafdrijving heeft meer mensen gedood dan een oorlog, zo besloot hij. 
 
Kardinaal Suenens van Mechelen-Brussel gaf nog eens een merkwaardige voordracht ten beste. Het ging over een thema dat hij niet voor de eerste keer aan de orde bracht. De wetenschappen die ons moeten helpen om de natuurlijke wetten van de vruchtbaarheid beter te leren kennen. De katholieke universiteiten dienen dergelijke studies te bevorderen. Het is echter absoluut noodzakelijk dat deze onderzoekingen strikt wetenschappelijk blijven en dus alle onmiddellijke morele beïnvloeding vermijden. Tenslotte was de Belgische primaat van oordeel dat het concilie zich moest schrap stellen tegen de openbare zedeloosheid, een schande voor de christelijke landen. Hij brak ook een lans voor het gebed in de familiekring. 
 
De Ierse kardinaal van Armagh, Mgr. Conway, verlangde dat het schema de bijdrage zou vermelden die het christelijk huwelijk geleverd heeft aan het menselijk beschavingswerk van de seksualiteit, aan de bevrijding van de vrouw en de erkenning van de waardigheid van haar persoon. Verder wenste hij dat het schema krachtiger de echtbreuk zou veroordelen, want dat is een typische kwaal bij de christelijke volkeren zoals de polygamie bij de niet-christelijke. 
 
De Indonesische bisschop van Djakarta wierp iets in de concilieaula dat de concilievaders ongetwijfeld aan het nadenken bracht. Het schema was volgens hem te Westers daar waar het de liefde aan de oorsprong legt van de huwelijksband. In het Westen, zo redeneerde hij, trouwt men omdat men van elkaar houdt, bij ons houdt men van elkaar omdat men getrouwd is. Het huwelijk als instelling steunt op de familie en er zijn weinig echtscheidingen. 
 
Praeter Fornicationem 
 
De bespreking over het huwelijk tijdens de vierde sessie was heel wat minder opwindend dan het debat gedurende de derde zitting waar men het expliciet had over geboorteregeling en in het bijzonder over de «pil». Een interventie echter heeft sensatie veroorzaakt, die van Mgr. E. Zoghbi, Melchietische patriarchaal vicaris voor Egypte. 
 
De Melchietische vicaris van Egypte sneed een netelige kwestie aan die volgens hem meer zorgen baart dan de geboorteregeling. Het is de situatie van een onschuldige huwelijkspartner die in de bloei van zijn leven zonder enig misdrijf van zijnentwege, alleen komt te staan door de fout van de andere die een nieuwe echtverbintenis aangaat. Zo'n geval voert volgens Mgr. Zoghbi tot een echte radeloosheid. De bisschop stelde deze pastorale moeilijkheid zeer scherp: wanneer deze verlaten echtgenoot die zijn toestand niet gewenst of niet veroorzaakt heeft, zich tot zijn pastoor of zijn bisschop wendt, ontvangt hij altijd hetzelfde antwoord: «Ik kan voor u niets doen, bid en probeer te berusten in een leven alleen en tracht voor de rest van uw leven de kuisheid te bewaren». Deze oplossing, beweerde de spreker, veronderstelt een heldhaftige deugd, een buitengewoon geloof en een niet alledaags temperament. Het is een raadgeving die een levenswijze aanprijst die niet voor iedereen is weggelegd. 
 
Mgr. Zoghbi verwees naar de tekst van Mattheüs over de onontbindbaarheid van het huwelijk: «Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, en een andere huwt, begaat overspel» (Mat. 19, 9). De interpretatie die de Oosterse met Rome niet geünieerde kerken aan dit vers van Mattheüs geven, laat een onrechtvaardig verlaten echtgenoot toe een tweede huwelijk aan te gaan. 
 
De redenaar stelde dan de vraag of de Katholieke Kerk in deze kwestie de traditie van de Orthodoxe Kerken niet zou overnemen. Hij verzweeg niet dat er in het Oosten misbruiken bestaan op dit gebied en ook vergissingen. Daarom moet men niet lichtvaardig tewerk gaan. Maar de vraag dient gesteld te worden. 
 
Deze tussenkomst had spanning gebracht bij een bespreking die op sommige momenten saai dreigde te worden. Waarover ging het? 
 
In het negentiende hoofdstuk van Mattheüs waar het gaat over de onverbreekbaarheid van het huwelijk, staat inderdaad: «behalve in geval van ontucht». Theologen citeren deze bijzin met de Latijnse woorden van de vertaling van de Vulgaat (in de Katholieke Kerk de officiële Latijnse vertaling van de bijbel): praeter fornicationem. 
 
Deze restrictie vinden wij echter niet in de parallellen bij Marcus (10, 11- 12) en Lucas (16, 18). Ook Paulus kent die uitzondering niet, 1 Cor. 7, 10-11: «De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man. Is dit toch gebeurd, dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen. Evenmin mag de man zijn vrouw verstoten». 
 
Vanuit katholiek standpunt zal men vooropstellen dat wij onze opvatting over het christelijk huwelijk moeten opbouwen vanuit de traditie en het geheel van de theologie van het Nieuwe Testament. 
 
In de Efesiërbrief staat dat het christelijk huwelijk een mega mysterion is, een groot mysterie, een groot sacrament. Dat betekent onder meer dat het huwelijk opgetild wordt tot het niveau van het sacrale. Het eigenlijke van het christelijk huwelijk is genade en heeft zijn wortels in de hemel. Uit de golven van aandrift en de veranderlijkheid van het hart komt iets opdagen dat zijn oorsprong elders vindt, een gestalte van eenheid en kracht, die niet alleen sterk en goed, doch eeuwig en heilig is. Zo mogen wij zeggen dat in het huwelijk God de vrouw bemint door de man en de man door de vrouw. De Efesiërbrief vergelijkt de echtelijke liefde met de liefde waarmee Christus zijn Kerk liefheeft. Die liefde is iets groots en gaat samen met de totale eerbied voor de persoon: ik bemin u tot de dood en ook als jij ontrouw wordt, zal ik je blijven beminnen. 
 
Zo menen wij de echtelijke liefde te begrijpen vanuit het Nieuwe Testament. Wat dan met de afwijking bij Mattheüs? 
 
Men noemt deze tussenzin van de eerste evangelist wel eens een crux interpretum, een kruis voor de exegeten. Tekstkritisch schijnt de kernspreuk van Marcus en Lucas oorspronkelijk te zijn en het bijvoegsel van Mattheüs van latere datum. Dogmatisch echter behoort de hele Mattheüs tot de Heilige Schrift en is dus ook het voorbehoud dat hij aangeeft, geïnspireerd door de Heilige Geest. Meestal vat men het praeter fornicationem zo op dat in geval van echtbreuk de andere partij gerechtigd is om te scheiden, maar niet om te hertrouwen. Het is de separatiotori et mensae, de scheiding van tafel en bed van het kerkelijk recht. 
 
De thesissen die de Melchietische vicaris van Egypte verdedigd had, lokten onmiddellijk een tegenaanval uit. 's Anderendaags improviseerde de pasbenoemde Zwitserse kardinaal C. Journet een repliek. Hij was daartoe gepraamd, naar het schijnt, door velen. 
 
Hij haalde de teksten aan van Marcus, Lucas en Paulus die geen uitzondering toestaan in de huwelijkstrouw en gaf de klassieke uitleg aan het praeter fornicationem van Mattheüs. 
 
Volgens hem is de praktijk van de Oosterse Kerken ontstaan onder de invloed van de burgerlijke wetgeving van keizer Justinianus (6de eeuw). Het Romeinse Recht stond in sommige gevallen echtscheiding toe. Om deze handelwijze te rechtvaardigen gingen de Oosterse Kerken steunen op de clausule van Mattheüs. De Oosterse Kerken laten echter ook nog om andere redenen echtscheiding toe, waar alleen menselijkheid kan ingeroepen worden als motivering. Maar is dit evangelisch? 
 
Hoe echter ook de gewoonten in deze Kerken mag zijn, zo vervolgde de kardinaal, de Katholieke Kerk heeft zich altijd gehouden aan de onvervalste leer van het Evangelie over de onverbreekbaarheid van het sacramentele huwelijk. De Kerk heeft niet het recht het goddelijk voorschrift te wijzigen. 
 
De besprekingen over de onverbreekbaarheid van het huwelijk hadden nogal veel stof doen opwaaien in de Italiaanse pers omdat in Italië de burgerlijke wetgeving over het huwelijk samenvalt met die van het Kerkelijk Recht en echtscheiding dus niet toegelaten is. Op het concilie zelf was er een storm ontstaan die echter beperkt bleef in duur en uitgebreidheid. Tenslotte vond bisschop Zoghbi weinig gehoor bij de concilievaders, ook niet bij die van de Oosterse Kerken. De onmiddellijke superieur van de Egyptische vicaris, patriarch Maximos IV Saigh van Antiochië, die op het concilie nogal dikwijls de contesterende toer is opgegaan, legde een verklaring af waarin hij opmerkte dat Mgr. Zoghbi voor eigen verantwoordelijkheid had gesproken. Hij bracht naar voren dat de mildere praktijk van de orthodoxen steunt op enkele uitspraken van kerkvaders, die dan weer door andere kerkvaders worden tegengesproken. Alzo is er geen voldoende constante en universele traditie opdat de Katholieke Kerk haar handelwijze zou wijzigen. 
 
Over 't algemeen waren deskundigen van oordeel, en dat had zijn invloed op de bisschoppen, dat een ver doorgevoerde discussie over het begrip en de praktijk van het sacrament van het huwelijk in het Oosten en het Westen, op dit ogenblik weinig opportuun was. Dat probleem zal eens moeten behandeld worden bij gelegenheid van een herenigingsconcilie met het Oosten. 
 
Intussen blijft er een pastoraal probleem bestaan dat soms onoverkomelijk kan schijnen. Men vergeet echter niet dat het Oosten op andere punten van de huwelijksmoraal strenger is dan het Westen. De Kerk zou haar zending ontrouw worden indien zij een gemakkelijke oplossing zou nemen alleen maar omdat zij gemakkelijk is. 
 
B. Boeyckens S.J. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht