• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Onze korte Conciliegeschiedenis : Voor de zoveelste maal: De Priesters

3/7/2023

 
Verschenen in POSITIEF nr. 127 – DECEMBER 1982 

​Toen op de tweede sessie van het concilie het bisschopsambt besproken werd, gingen aanstonds stemmen op om er op te wijzen dat de bisschoppen een verkeerd figuur zouden slaan indien zij heel wat zouden te vertellen hebben over zich zelven en maar weinig over de priesters. Dat had menig bisschop in zijn oren gestopt. Het gevolg is geweest dat er sindsdien meer dan één concilievader te pas en te onpas over de priesters begon uit te weiden. De boutade die bij het begin van de tweede sessie nog de ronde deed dat het concilie een concilie was voor bisschoppen, leken en afgescheiden broeders maar aan de gewone priesters voorbijging, was niet meer waar en hoorde men ook niet meer gedurende de vierde sessie. 
 
De priesters waren trouwens door de logica van het concilie-gebeuren een probleem geworden in de Kerk. In een zekere zin waren zij altijd een probleem geweest, in die zin namelijk dat iedere categorie van mensen een probleem is. En in de naoorlogse tijd sprak men graag over problemen. Een instelling of een persoon zonder problemen was iets zonderlings. 
 
Voor de oorlog waren de priesters een soort mensen zonder veel problemen. Hun levenswijze en hun inzet waren sterk gemotiveerd en er heerste onder hen orde en tucht. Na de oorlog echter heeft een bepaalde romanliteratuur zich geworpen op zekere randproblemen bij de priesters en zo een priesterproblematiek in het leven geroepen. Die priesterromans kenden succes in de periode tussen de wereldoorlog en het concilie. Hoe een priester werkt en rust, hoe hij zijn dagen doorbrengt en hoe hij persoonlijk reageert tegenover de omstandigheden van het leven, bleef tot dan toe verborgen. De priesterromans van na de oorlog stalden het uit en vertoonden het in het volle daglicht. 
 
De pastoors en de onderpastoors van de priesterromans waren marginalen. Maar wie herkent zich niet voor een heel klein procent in marginalen? Zo kan het dat bepaalde romans, films, sociologische studies, problemen opdrijven en zelfs scheppen. Zo ver was het nu wel niet gekomen met de priesters op de vooravond van het concilie. Toch smeulde er iets dat het conciliegebeuren zou ontvonken en tot problemen opdrijven. 
 
Celibaat 
 
Onder andere het celibaat. Voor het concilie was het celibaat vanzelfsprekend. En het was nog een vanzelfsprekendheid tijdens het concilie. Toen tegelijkertijd met de discussie over het missieschema gestemd werd over de priesteropleiding en artikel 10 dat het celibaat nog eens bevestigde, aan de goedkeuring van de vaders werd voorgelegd, werd dit met een overweldigende meerderheid goedgekeurd. Er waren slechts zestien stemmen tegen.
 
Maar buiten de concilieaula was het anders. Hier en daar was er aan de vanzelfsprekendheid omtrent het celibaat al stevig geschud. Hoe dit te verklaren? Altijd hetzelfde: het ontbreken van een vaste dagorde bij het concilie. 
 
Men was erin geslaagd de gelovigen te interesseren voor het concilie. In lezingen, in preken zelfs, had men gesproken over het belang van een concilie dat maar om de honderd jaar plaats had. Waarover echter het concilie het zou hebben, wist niemand. 
 
Dit werd dan ingevuld door de gelovigen zelf, of liever door de priesters. En dan somde men van alles op: oecumene, bisschoppen. liturgie en ja, men vernoemde ook wel eens het priestercelibaat. Eerst in grapjes omdat men toch wist dat er niet zou aan getornd worden. Gaandeweg echter werd het ernstig, vooral toen met het concilie zoveel veranderde. Waarom dan ook niet iets wijzigen aan het priestercelibaat? Voeg daarbij een ophemelen van het huwelijk, de felle seksuele prikkeling van de tijdgeest en de levenshouding van de mens uit de consumptiemaatschappij. Deze heeft zich in deze wereld geïnstalleerd en kan maar moeilijk de maagdelijkheid omwille van het Rijk der Hemelen begrijpen. 
 
De talrijke periti, journalisten en die om een of ander reden te Rome rondliepen om het conciliegebeuren mee te maken, begonnen dit punt ook aan te roeren. «Un sujet brûlant qu'il ne semble plus possible à personne d'éluder». «Een heet hangijzer waar niemand meer kan aan voorbijgaan». Zo noemde de Franse publicist Henri Fesquet de celibaatskwestie in een artikel van Le Monde van 5 oktober 1965. 
 
Vernieuwing was het parool. Doch wat velen als conciliaire vernieuwing aanzagen, miste de diepte die dat woord oproept in het Nieuw Testament. Voor hen was het niet veel meer dan verandering. Waarom de celibaatswet niet veranderen? Dat is toch maar een positieve wet. Zij zagen niet in dat het woordje «maar» in deze uitspraak te veel is. 
 
Wanneer dan het priestercelibaat toch niet meer zo vast stond, kwam bij sommigen de idee op om in de missies en in Zuid-Amerika getrouwde mannen tot priester te wijden om alzo een oplossing te geven aan het priestertekort. De bisschop van Lins in Brazilië, Mgr. P. Koop, van Nederlandse oorsprong, had in die zin een tussenkomst willen houden in de concilieaula bij de bespreking over het priesterschema. Maar vanwege het praesidium werd hij dringend verzocht af te zien van die interventie. Mgr. Koop heeft dan een aantal exemplaren van zijn referaat onder de concilievaders verspreid. Dat was nog maar pas gebeurd, toen de algemene secretaris van het concilie, Mgr. P. Felici, een paar dagen voor de behandeling van het priesterschema moest beginnen, een brief voorlas van de paus, gericht aan kardinaal E. Tisserant, de deken van het praesidum. De heilige Vader zegt in deze brief dat het hem bekend geworden is dat sommige bisschoppen van plan zijn het kerkelijk celibaat van de Latijnse Kerk aan te snijden op het concilie. 
 
Zonder in het minst de vrijheid van de vaders te beperken, wenst de paus omtrent dit vraagstuk zijn opinie bekend te maken: «Een openbaar debat over dit thema dat van zo groot belang is en de hoogste voorzichtigheid eist, is volstrekt niet opportuun. En het ligt in ons voornemen niet alleen met al onze krachten die oude, heilige en providentiële wet te handhaven maar ook het onderhouden ervan kracht bij te zetten door de priesters van de Latijnse Kerk de oorzaken en redenen in herinnering te roepen waarom nu op bijzondere wijze die wet als bijzonder geschikt moet beschouwd worden. Dank zij deze wet immers kunnen de priesters heel hun liefde uitsluitend aan Christus toewijden en totaal en edelmoedig inzetten voor de dienst van de Kerk en van de zielen. » 
 
De lezing moest hier onderbroken worden wegens het geestdriftig applaus van de bisschoppen. De brief eindigde met de mededeling dat indien een of ander vader zijn eigen mening omtrent dit onderwerp tot uitdrukking wilde brengen, hij zich schriftelijk kon wenden tot het praesidium, dat op zijn beurt alles aan de paus zou doorgeven die coram Domino, voor de Heer, de zaak grondig zou onderzoeken. 
 
De paus wilde klaarblijkelijk geen luidruchtigheid over deze zaak. Wat te begrijpen is. Doch juist na deze brief werd het priestercelibaat «hot news» voor de publiciteitsmedia. De Italiaanse krant Il Messagero van 12 oktober schreef dat Mgr. Koop zijn interventie verspreid had tegen het verbod van de paus in. Het was weer eens een gelegenheid om de alarmklok te luiden tegen de progressieve Hollanders. Maar L'Avenire d'ltalia die doorgaans goed geïnformeerd is, wist op 14 oktober te melden dat Mgr. Koop de tekst van zijn referaat aan de concilievaders had uitgedeeld voordat de brief van de paus was voorgelezen. 
 
De Latijns-Amerikaanse bisschoppelijke Raad (CELAM) zond aan de paus een telegram waarin hij de heilige Vader dankte voor zijn brief over het celibaat. Het priestercelibaat werd in dit telegram een bron van priesterlijke heiligheid genoemd en van vruchtbaarheid voor het apostolisch ambt. 
 
Doch intussen hadden de bisschoppen een geschrift ontvangen van een heel andere aard. Het ging ook wel over het priestercelibaat, maar het vroeg iets dat op het eerste zicht van dezelfde aard leek maar dat eigenlijk iets anders was. Het stelde voor dat de priesters zouden mogen huwen. Daardoor wordt het evangelisch ideaal van maagdelijkheid losgekoppeld van het priesterschap, wat niet het geval is in de Oosterse Kerk waar nu wel gehuwden tot priester worden gewijd, maar priesters niet mogen huwen. 
 
De voorstelling en de argumenten om dit te verkrijgen verschilden dan ook totaal van hetgeen Mgr. Koop had aangevoerd. Deze wilde gehuwde mannen wijden wegens het priestertekort. Wat nu verspreid werd sprak van een veranderde visie op de mens. 
 
Men vraagt zich werkelijk af waarop zo een bewering toch kan steunen. In de stukken die het concilie tot hiertoe had gepromulgeerd zal men zoiets niet vinden. De visie op de mens is hier niet veranderd en nog altijd die van de Schrift en de Traditie. De mens die geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God, die in zonde vervallen is en daarvan gered door het zoenoffer van Onze Heer Jezus Christus. 
 
Het libellus, zo heette het aan de vaders bezorgde boekje, vermeldde het schema «Kerk en Wereld». Maar wij zagen juist in welke aporie dit project versukkeld was. En de vaders verweten het schema juist dat het te weinig rekening hield met de zondige mens. 
 
Wat in het libellus stond was dan ook vreemd aan het gedachtengoed van Bijbel en Traditie. Het sprak over een positieve waardering van de menselijke lichamelijkheid en over de rechten van de individuele vrije persoonlijkheid. De verdiensten van de celibaatswet werden wel met de lippen beleden maar waren inwendig niet verwerkt. Het hele stuk ademt een «wereldse geest» in de betekenis die het Evangelie daaraan geeft. De initiatiefnemers waren Nederlandse intellectuelen, allen leken, waarschijnlijk daartoe aangezet door priesters. Zij hadden handtekenen verzameld uit andere landen, waaronder ook leren, Italianen en Spanjaarden. Bij de Nederlanders zijn er die later berucht zullen worden in de postconciliaire crisis. Onder andere twee dames wier naam in de postconciliaire verwarring een blijvend image zal oproepen. Oud-minister Magda Klompé die op het pastoraal beraad van Noordwijkerhout de uit protest de zaal verlatende nuntius, zal achterna lopen en daarna struikelen over de kabels van de televisie installatie. Mevrouw Halkes, een gescheiden vrouw, die sigaren rookt, die «feministische theologie» zal doceren aan de universiteit van Nijmegen en een triestige beruchtheid verwerven met haar standpunt over abortus. 
 
Dit schrift reveleert het para-concilie. Hier ontstaat een vrijzinnige kerk waar men nog niet zo vlug zal vanaf geraken. 
 
Het Debat 
 
De besprekingen over de priesters waren wijd lopend en gerekt. Men moest dikwijls hetzelfde horen. Over 't algemeen was men het eens omtrent het essentiële van de inhoud. De verbeteringen die men wilde aanbrengen waren eerder van secundaire aard. Dit verwekte het gevoel dat vele sprekers hun advies wilden spuien omwille van de priesters thuis. Er werd immers al te vaak beweerd dat het concilie wel veel aandacht besteedde aan de bisschoppen maar aan de priesters voorbijging. 
 
Een aantal vaders wilden dat de heiligheid van de priester meer benadrukt zou worden. 
 
Zo stelde de Spaanse bisschop van Taragona, Mgr. B. de Arriba Y Castro, een verandering voor van de titel. In plaats van «Het leven en de bediening van de priester», «De heiligheid van de priester». Hij vond dat er meer reliëf moest gegeven worden aan de priesterlijke spiritualiteit waarvan de nederigheid de grondslag is. 
 
De Italiaanse bisschop G. D' Avach maakte de opmerking dat de priester zijn inwendig leven moet voeden zowel door persoonlijk gebed als door liturgie. Want een persoonlijke devotie buiten de liturgie is onvolledig, om niet te zeggen onmogelijk en een liturgisch leven zonder persoonlijke godsvrucht kan leiden tot een soort hypocrisie. 
 
De Peruaanse aartsbisschop van Lima, Mgr. Lancazuri Ricketts, wees erop dat in het schema niet vermeld was dat het Eucharistisch offer in het centrum moet staan van het leven en van het ambt van de priesters.
 
De aartsbisschop van Florence, Mgr. E. Florit, sprak over de priesterlijke armoede en stelde voor dat de priester bij zijn wijding niet alleen een belofte van gehoorzaamheid zou afleggen tegenover zijn bisschop, maar ook een belofte van armoede. 
 
Men hoorde ook andere klanken. Kardinaal Doepfner van München vond dat het schema meer had van een geestelijke lezing dan van een conciliestuk. De stijl moest eenvoudiger zijn en meer overeenkomstig met de hedendaagse mentaliteit. Het zal de lachtlust opwekken van de priesters wanneer zij een «kostbare geestelijke kroon van hun bisschoppen» worden genoemd, zo het al geen ergernis veroorzaakt. 
 
Kardinaal Alfrink van Utrecht was vol lof over de tekst maar stelde toch heel wat verbeteringen voor. 
 
Terecht, zo betoogde hij, wordt de sacrale, de heiligende taak van de priester naar voren gebracht. Dit gebeurt echter zodanig dat men zou kunnen denken dat de activiteit van de priester als het ware besloten ligt binnen de muren van de kerk en de sacristie. Er wordt weinig gezegd over de dialoog van de priester met zogenaamde rand-katholieken, met de niet-katholieke christenen, met de atheïsten en degenen die hun hoop alleen op het wereldse stellen. Deze evangelische dialoog zal men momenteel moeten rekenen tot de meest voorkomende, min of meer dagelijks terugkerende taak van de priester. 
 
De priester dient ook de problemen van binnen-wereldse aard te zien in het licht van het geloof, zonder zich overigens te mengen in aangelegenheden op economisch, sociaal of politiek terrein. Hierover wordt in het schema vrijwel niets gezegd. Het wekt de indruk dat de priester buiten dit streven staat van de mensheid welke uitziet naar een betere wereld, terwijl hij toch dit streven moet leiden naar de uiteindelijke bestemming van de mens. Men zou het schema zo kunnen interpreteren alsof de mensen van de priester alleen maar een leer kunnen verwachten ten aanzien van het boven-wereldse, dat als het ware van buitenaf aan het menselijk leven wordt toegevoegd. 
 
Kardinaal Suenens van Mechelen-Brussel sprak in dezelfde zin als de aartsbisschop van Utrecht. Hij was van oordeel dat de priester van vandaag moeite heeft om zijn plaats te vinden in deze wereld die zich steeds meer ontkerstent en waarin priesters vreemdelingen lijken. Daarbij komt dat de leken heel wat taken waarnemen die vroeger door geestelijken werden verricht. Er moet onderstreept worden dat de priester op de allereerste plaats in dienst van Christus staat en dat Christus hem nodig heeft om het geloof te brengen, om de gelovigen te verenigingen rond de Eucharistie en ze tot de Vader te leiden. Hij moet het evangelisatiewerk van de leken bezielen en coördineren, de leken-apostelen ontdekken en hun charismen onderscheiden om ze in dienst van de Kerk te stellen. 
 
Kardinaal Ruffini van Palermo raakte het celibaat aan. Hij noemde het een prachtig en schitterend sieraad van het priesterschap niet alleen in de Westerse Kerk maar ook in een groot deel van de Oosterse Kerk. De bisschop uit Sicilië had een teer punt aangeraakt. De Oosterse traditie namelijk van de celibaatswet. Want die bestaat ook in het Oosten, al is het dan op een andere manier dan in het Westen. In het Oosten namelijk wijdt men wel gehuwde mannen tot priester, maar eens priester mag men niet meer trouwen. En een bisschop wordt altijd genomen uit de ongehuwde priesters. En dan zijn er nog de monniken die de belofte van maagdelijkheid afleggen en daarom vaak meer invloed hebben dan getrouwde priesters. 
 
Wanneer kardinaal Ruffini het priestercelibaat een sieraad noemde van de Westerse Kerk en van een groot deel van de Oosterse Kerk, sprak hij geen onwaarheid. Bij sommigen kwam dit echter over als een geringschatting van de gehuwde Oosterse clerus. Daarom vroeg kardinaal Bea met aandrang dat het schema de gehuwde priesters van de Oosterse ritus niet als tweederangs priesters zou aanzien. 
 
De discussie over de priesters had vijf dagen geduurd, twee dagen langer dan voorzien. In het slotwoord verklaarde de relator namens de competente commissie, Mgr. Marty van Reims, dat men bij de verbetering zal trachten de twee verschillende opvattingen tot eenheid te brengen, namelijk degene die het accent wil leggen op de priesterwijding en de roep tot heiligheid die daaruit voortvloeit en degene die de zending van de priester in de wereld en de noodzakelijke aanpak die dit vereist, wil benadrukken. Eigenlijk is dit hetzelfde probleem waarvoor men stond bij de behandeling van het schema Kerk en Wereld. Men was er nog niet mee klaar gekomen, op verre na niet. 
 
Priester - Arbeiders 
 
Kort voor het einde van de debatten over het leven en de bediening van de priester maakte het Franse episcopaat plotseling bekend dat de Heilige Stoel toestemming had gegeven om de beweging der priester-arbeiders weer tot leven te brengen. Pius XII had in 1954 verboden dat priesters als arbeiders zouden gaan werken in fabrieken. Maar sommige Franse bisschoppen hadden nooit de hoop opgegeven dat de instelling na passende herziening en met de nodige veiligheidsmaatregelen weer in ere zou worden hersteld. Zo ver was het nu. Paulus VI had weer eens het juiste ogenblik gekozen voor een belangrijke bekendmaking. 
 
De wijzigingen die werden aangebracht waren ondermeer dat het experiment voorlopig drie jaar zou duren. De uitgekozen priesters zouden geen prêtres-ouvriers (priester-arbeiders) genoemd worden, maar prêtres au travail, priesters aan de arbeid. Door deze subtiele distinctie wilde men hun status veiligstellen, namelijk als apostelen onder de arbeiders, en niet als uitsluitend arbeiders. Zij moesten nauw contact onderhouden met hun kerkelijke overheden en zij mochten niet meer afzonderlijk wonen, maar moesten een gemeenschappelijk leven leiden met andere confraters. Zij mochten lid zijn van een syndicaat maar er geen leiding in nemen. 
 
Een maatregel van Pius XII was ongedaan gemaakt. 
 
B. Boeyckens S.J. 


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht