• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De Huwelijksliefde

13/1/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 1 - 1969

Merkwaardig is het dat er een treffende overeenkomst bestaat - bij de beschrijving van de huwelijksliefde, het afwijzen van de contraceptie en de bespreking over periodieke onthouding - tussen enerzijds de encycliek Humanae Vitae uitgevaardigd einde juli 1968 en anderzijds het in 1967 verschenen boekje van 
Dr. A.A.A. TERRUWE, De liefde bouwt een woning, Romen en Zonen, Roermond.
 
Het feit dat na het verschijnen van het vermelde boekje paus Paulus VI bij een private audiëntie aan de Nederlandse psychiater prof. Dr. J. Prick een persoonlijke boodschap van sympathie en zegen voor Dr Terruwe heeft meegegeven, schijnt er wel op te wijzen dat de paus kennis had genomen van de publicatie van Dr Terruwe. Dat zou dan weer een teken ervan kunnen zijn dat de paus ook buiten zijn advies-kommissie ruim informatie heeft genomen bij ter zake bevoegden. Dit zal meer belang hebben voor het volgende nummer van Positief, waar we hopen naast de encycliek de tekst te plaatsen van Dr Terruwe over anticonceptiemiddelen en periodieke onthouding.
 
Wat nu de huwelijksliefde betreft, wie een commentaar wil geven op de beschrijving van de echtelijke liefde in nummer 9 van de encycliek, kan o.i. best daarvoor de fijne psychologische ontleding benutten welke wij hier overschrijven uit blz. 47-56 van De liefde bouwt een woning.
 
ENCYCLIEK HUMANAE VITAE Nr 9 : (vertaling Katholiek Archief)
 
In dit licht treden duidelijk de eigenschappen en eisen naar voren die kenmerkend zijn voor de echtlelijke liefde; het is van het hoogste belang; deze op hun juiste waarde te schatten. 
 
Zij is voor alles een volledige menselijke. dat wil zeggen tegelijk zinnelijke en geestelijke liefde. Het gaat dus niet alleen om een louter natuurlijke of emotionele drift. maar ook en vooral om een vrije wils daad die zich in de vreugden en in het verdriet van het dagelijks leven zoekt voort te zetten ja te vermeerderen; en wel zo dat de echtgenoten een van hart en ziel worden en samen hun menselijke voltooiing bereiken. 
 
Zij is vervolgens een alomvattende liefde, dat wil zeggen een heel bijzondere vorm van persoonlijke vriendschap, waarbij de echtgenoten alles grootmoedig met elkaar delen zonder ongerechtvaardigd voorbehoud of egoïstische berekening, Wie zijn partner werkelijk liefheeft, heeft deze niet alleen lief om wat bi] van hem of haar ontvangt, maar om hem of haar zelf, blij zijn partner door de gave van zichzelf te kunnen verrijken. 
 
De echtelijke liefde is ook trouw en uitsluitend tot de dood; want aldus aanvaarden bruid en bruidegom haar op de dag waarop zij zich vrij en in volledig bewustzijn door de huwelijksband een elkaar verplichten. Hoewel het soms moeilijk ken zijn deze echtelijke trouw op te brengen, kan niemand beweren, dat zij onmogelijk zou zijn, edel en vol verdienste als zij is in tegenspoed. Het voorbeeld van zovele echtparen door de eeuwen heen bewijst niet alleen, dat zij met het wezen van het huwelijk overeenstemt, maar bovendien, dat zij de bron is van een diep en duurzaam geluk. 
 
Deze liefde is tenslotte vruchtbeer, omdat zij immers niet in de gemeenschap van de echtgenoten kan blijven opgesloten, maar zich wil verwijden en nieuwe levens wil verwekken. Door hun innerlijke aard zijn het huwelijk en de huwelijksliefde gericht op qezinsstichtinq. Van het huwelijk zijn de kinderen waarlijk een uitmuntend geschenk en zijzelf dragen hogelijk bij tot het welzijn van de ouders.
 
Dr A. TERRUWE, DE LIEFDE BOUWT EEN WONING, BLZ. 47-56.
 
Wij hebben nu de betekenis en werking van de liefde in het algemeen gezien; waar er echter geen liefde is, die meer de mens in zijn geheel aangrijpt dan de liefde tussen man en vrouw, en er daarom geen liefde is waarvoor de beleving er van meer van belang is dan deze, willen wij aan de liefde in het huwelijk een eigen beschouwing wijden.
 
Geen liefde is er, die zo met de natuur van de mens gegeven is, en zo tot het geluk van de mens bijdraagt als deze. Man en vrouw zijn voor elkaar geschapen, van nature tot elkaar geordend. De mens is niet op zichzelf een volkomen wezen; hij heeft voor zijn welzijn het andere geslacht nodig. Hij heeft het nodig in de biologische sfeer, omdat zonder het andere geslacht hij niet de naast zijn levensdrang meest fundamentele ordening van zijn natuur, de ordening tot de voortplanting, kan beleven. Maar hij heeft het andere geslacht evenzeer nodig in de typisch-menselijke gevoelssfeer. Het eerste en diepste gevoel. dat de mens heeft, het gevoel, waarop alle andere gevoelens, die in zijn hart opkomen, gebaseerd zijn, is de liefde. Van nature moet de mens liefhebben, moet er dus een wezen zijn, dat voor zijn natuur als zodanig een goed is, een wezen, dat uiteraard tot hem geordend is om zijn liefde te ontvangen; de vrouw voor de man en de man voor de vrouw. De diepste liefde van de mens gaat naar een persoon van het andere geslacht, en de meest fundamentele levensvreugde bloeit op uit de liefde, die de vrouw aan de man en de man aan de vrouw geeft. Man en vrouw. ook afgezien van de voortplantingssfeer, zijn voor elkaar geschapen, zoals het staat in het 'Boek der Schepping' (2.16) : "Het is niet goed voor de mens alleen te zijn. Laat ik hem een hulp maken, hem gelijk '. In dit verhaal van de schepping wordt zelfs alleen de geordendheid tot elkaar in de gevoelssfeer vernoemd : dat zij voor de liefde voor elkaar geschapen zijn, dat de man daarom zijn vader en moeder verlaten zal en zijn vrouw zal aanhangen, en dat zij 'twee zullen zijn in een vlees ', dat zij samen een eenheid, uiteraard in en door hun gevoel, zullen vormen Zo is het ook inderdaad : het gevoel van een man gaat vanzelf naar een vrouw open, en het gevoel van een vrouw niet minder spontaan naar een man.
 
De liefde van man en vrouw is daarom ook wezenlijk verschillend van iedere andere liefde, omdat er hier een natuurlijke basis is, waardoor zij op elkaar zijn afgestemd, iets, wat bij geen enkele andere liefde het geval is. Bij iedere andere liefde, ook bij de meest oprechte vriendschapsliefde. is er wel een gelijkheid van de natuur, waardoor de liefde kan ontstaan, maar er is nooit een natuurlijke geordendheid van de een tot de ander, die om liefde roept. * Bij de liefde van ouders tot kinderen houden de ouders van de kinderen, omdat dezen iets van henzelf zijn; zij zijn ook van nature tot de kinderen geordend om hen op te voeden, maar er is geen wederzijdse geordendheid tot elkaar, en daarmede niet de wederkerigheid, die de vreugde van de liefde brengt. Geen liefde is meer natuurlijk, meer adequaat aan de mens, zoals hij door God geschapen is, dan de liefde van man en vrouw. De man heeft uiteraard behagen in de vrouw, de vrouw uiteraard behagen in de man. Maar deze natuurlijke, fundamentele gerichtheid op elkaar is niet ineens en zonder meer volwaardige menselijke liefde. Man en vrouw zijn wel in hun wezen, in hun kern, op elkaar gericht. maar de mens is niet alleen kern : die kern is omkleed door een eindeloos gedifferentieerd geheel van bijkomstigheden, die het concrete, existentiële zijn van de mens bepalen. Om nu werkelijk liefde te krijgen, moet er ook een behagen in elkaar zijn in deze bijkomstigheden. en hoe meer bijkomstigheden dit behagen omvat, des te groter en des te voller zal ook de liefde zijn; terwijl altijd in die liefde het fundamentele, het kernbehagen, dat man en vrouw in elkaar hebben, weerklinkt.
 
Dit welbehagen in bijkomstigheden kan zich nu voordoen in alle onderdelen van het concreet menselijke gevoelsleven. Het kan gebaseerd zijn op de uiterlijke verschijning : een mooi meisje, een mooie vrouw behaagt aan de man; en omgekeerd : een knappe, harmonisch gebouwde man kan meisjes tot verrukking brengen. Het kan gebaseerd zijn op het gevoelsleven : een man weerstaat niet aan de liefheid van een vrouw, een vrouw bemint de kracht, de flinkheid van de man Het kan gebaseerd zijn op het karakter, en dan treedt de geestelijke persoonlijkheid van de mens, zoals deze het zinnelijk leven doordringt, reeds meer op de voorgrond. In het algemeen zal een liefde meer waar menselijk zijn, naarmate het geestelijke in het zinnelijke meer bepalend is voor de genegenheid.
 
Nu is de mens ook psychisch een groeiend wezen, en het typische van deze psychische groei is juist, dat het zinnelijke steeds meer in het geestelijke opgenomen wordt. Het kind wordt nog geheel door het zinnelijke bepaald; in de puberteit begint de onderschikking van het gevoel aan de rede, maar dit gaat heel geleidelijk, zodat eerst door de adolescentie heen de mens tot de volwassen staat komt, waarin het gevoel geheel in de rede geïntegreerd is en de mens echt volledig mens is geworden. En zoals de groei van heel het gevoelsleven is, zo is ook de groei van het natuurlijke liefdegevoel van man tot vrouw. Het begint met een heel oppervlakkige liefde, die men kenschetsend kalverliefde noemt: hoe ouder men wordt. hoe dieper de liefde de mens aangrijpt, hoe diepere lagen van het gevoelsleven, lagen, die meer het innerlijke. geestelijke naderen, worden geraakt, totdat tenslotte de mens echt als mens met heel zijn wezen kan liefhebben en de volwassen liefde van man voor vrouw, en van vrouw voor man kan gaan beleven. Dan houden deze mensen van elkaar boven alles; zij zijn in liefde een, elkaars wederhelft. Dan heeft men de liefde. die werkelijk huwelijksliefde is, die een eenheid van !even brengt, en maakt dat ieder zeggen kan: al het mijne is het uwe, en al het uwe is het mijne.
 
De huwelijksliefde is een overgave, niet van een deel van het mens zijn aan de ander, maar een overgave van heel het mens zijn in al zijn uitingen en geledingen. Nu zijn er in de mens, zoals in ieder materieel levend wezen. twee fundamentele strevingen. leder levend wezen - wij zien het overal in de natuur - heeft op de eerste plaats een drang naar eigen welzijn, naar de ontplooiing en beleving van zijn eigen wezen in al zijn mogelijkheden. Daarnaast heeft ieder aards levend wezen in zijn natuur zelf de drang zich te vermenigvuldigen. de drang zich voort te planten in wezens van dezelfde soort: en deze drang, juist als de drang tot eigen welzijn, maakt alles wat er in dat levend wezen is, aan zich ondergeschikt.
 
Wanneer dan een man en een vrouw zich in volkomen liefde aan elkaar willen geven, omvat die overgave alles waartoe beide strevingen de mens drijven. Op de eerste plaats wat het menselijk leven op zich vervult. Men wil elkaar gelukkig maken; een goed wat de een toekomt, wordt door de ander als eigen goed ervaren; het is een ware vriendschapsliefde, een liefde, waarin men niet zichzelf, maar bovenal het welzijn en het geluk van de ander nastreeft. alle egoïsme en egocentrisme moet daaraan vreemd zijn. Deze vriendschapsliefde tussen man en vrouw heeft wel een eigen karakter, een eigen kleur. Vriendschapsliefde abstraheert als zodanig van het verschil in geslacht; zij kan even goed bestaan tussen twee mannen of twee vrouwen als tussen man en vrouw. Maar omdat man en vrouw psychisch geheel andere wezens zijn, en bovendien van natuur ook psychisch op elkaar ingesteld zijn, zal de liefde tussen beiden zich anders uiten dan bij de liefde tussen gelijkgeslachtelijken.
 
De liefde geeft, omdat men zich tot de ander richt, maar deze liefdedaad is niet vervuld, indien de ander deze liefdedaad niet ontvangt, zich niet voor haar openstelt en de gave tot het zijne maakt. Daardoor alleen wordt de eenheid volkomen, en geeft de liefde de wederzijdse bevestiging, die haar vruchtbaarheid constitueert, omdat de wederzijdse overgave in geven en ontvangen tot de vreugde van de liefde voert. Bij de vriendschapsliefde nu van man en vrouw komt deze eenheid in geven en ontvangen volmaakt tot haar recht, omdat zij psychisch van nature geheel tot elkaar geordend zijn. Natuurlijkerwijze uit zij zich van de kant van de vrouw meer in het ontvangen. De man is van nature meer actief, de vrouw leeft zijn !even mee, vangt al zijn gevoelens op, beantwoordt ze volkomen door zich met hem te verenigen, en geeft hem daardoor de vreugde dat zijn liefde ontvangen wordt. En de vrouw heeft de vreugde omdat zij zijn liefde ervaart, in haar liefdesbeantwoording met hem een wordt. wat beider natuur volmaakt verlangt. ** Deze vriendschapsliefde schenkt daarom de voltooiing aan de menselijke natuur. Deze is niet compleet in een geslacht; haar volkomenheid wordt eerst bereikt als de man zich in liefde geven kan aan de vrouw die voor hem geschapen is, en die zijn liefde ontvangt en terug schenkt. en daardoor de twee-eenheid in liefde vormt.
 
De huwelijksliefde is dan een algehele overgave van twee mensen aan elkaar. Het is dus ook vanzelfsprekend dat dit een onoplosbare. onontbindbare overgave is. Men geeft zich geheel, en dat neemt men niet terug. Een reserve maken, een mogelijkheid stellen er op terug te komen, is geen algehele overgave van zich zelf - men neemt elkaar for better and for worse, zoals de huwelijksliturgie van de Anglicaanse kerk het zo prachtig uitdrukt; men geeft zich voor altijd. Natuurlijk zullen er moeilijkheden komen : de volmaaktheid is nu eenmaal in menselijke zaken nergens te vinden; maar dat verandert de eenheid tussen echtgenoten niet; alle bijkomstigheden kunnen de kern niet raken : men heeft zich gegeven en deze gave blijft.
 
Men geeft zich dan in liefde helemaal, met alles wat er in zijn mens zijn is. Men geeft zich op de eerste plaats met zijn wil; men wil van elkander zijn, men wil met elkaar in eenheid leven, alle lief en leed delen. Men wil dan oak van de aanvang af alles oplossen wat die eenheid in de weg zou staan; men wil het huwelijk goed maken, hoe dan ook, omdat er nu eenmaal een onverbrekelijke band is, door beider wil geschapen. · Wat God gebonden heeft, zal de mens niet scheiden ·, heeft Christus gezegd, toen Hij het verlof tot scheiden van de joodse wet een concessie aan de hardheid des gemoeds noemde, die Hij in de nieuwe wet niet meer wilde laten gelden; daardoor heeft hij de natuurlijke orde van de liefde in haar volkomenheid hersteld.
 
De eenheid van wil is de kern van de huwelijksliefde; maar zoals in het menselijk zijn de geestelijke wil wel het essentieel bepalende, maar niet de volheid van het menselijk handelen is, zo is ook de wilsliefde wel de kern, maar niet de volheid van de huwelijksliefde
 
De huwelijksliefde, zoals iedere menselijke liefde, moet ook gevoelsliefde zijn, en dan hier een gevoelsliefde, die heel de mens omvat. en een gave van heel de mens aan de ander constitueert. En omdat deze gevoelsliefde de diepst menselijke liefde is, zal alles wat wij over de ontwikkeling, de groei, de vreugde en het lijden van de liefde hebben gezegd, heel bijzonder op deze huwelijksliefde van toepassing zijn Het is een gevoelsgave aan elkaar, en in de mate. waarin deze gevoelsgave volledig en wederkerig is. zal de vreugde en het geluk in het huwelijk bloeien. Er is veel lijden in het huwelijk omdat men niet in liefde geeft; er is ook veel lijden in het huwelijk, omdat men niet in liefde ontvangt. Men geeft niet in het huwelijk. als men zich voor zijn partner terughoudt. en zijn eigen !even blijft leiden, zonder de partner daarin te laten delen, voor zover dat mogelijk is Men ontvangt niet, als men de liefde niet beantwoordt, en aan de partner het lijden van de liefde geeft. In ons boekje 'De onvolkomenheid van het goede huwelijk *** hebben wij in bijzonderheden uiteengezet, wilt tekort aan gevoelsliefde voor in zich goede huwelijken kan betekenen; wij behoeven niet te zeggen, hoeveel lijden er komt, wanneer hot gebrek aan gevoelsliefde tot een tekort aan wilsliefde leidt, en de essentiële verhoudingen van liefde en trouw gebroken worden.
 
De huwelijksliefde is een volledige overgave aan elkaar: men geeft zichzelf en ontvangt de and er zoals men is; en omdat men zich geeft en de ander ontvangt zoals men is, geeft en ontvangt men elkaar ook met de menselijke defecten, die men heeft. Geen mens is volmaakt, en iedereen heeft zijn tekorten en zijn fouten; ieder geeft zichzelf dus ook met zijn fouten, en men ontvangt de ander ook met zijn fouten. De wederzijdse overgave sluit dus een aanvaarding in van het leven met de ander met zijn fouten en menselijkheden, want het is onmogelijk, dat iemand in eens zijn natuur met haar defecten veranderen kan. Het dragen van deze defecten van de wederpartij. dat de huwelijksliefde dus uiteraard medebrengt, is zeker het meest onomstotelijk bewijs dat er werkelijk ware huwelijksliefde is; en tegelijkertijd maakt het de liefde steeds dieper en zuiverder, zoals Christus het in het huwelijk juist heeft gewild en waarom Hij het huwelijk tot een sacrament heeft gemaakt.
 
 
* Het is daarom geheel onjuist, en in strijd met het natuurlijk gevoelsleven, om de homofiele liefde gelijk te stellen met de heteroseksuele liefde.
 
** In het huwelijk is deze vriendschapsliefde. juist omdat zij een overgave van heel de mens is, ook een overgave op het zinnelijke vlak. Zij zal zich uiten in tederheden, in woorden, in blikken, in strelingen. en iedere psychiater weet, hoe belangrijk deze sensitieve liefdesuitingen voor de stemming tussen de echtgenoten zijn, Op zich genomen hebben deze sensitieve liefdesuitingen niets met seksualiteit te maken. al kunnen zij door de seksuele drang worden opgeroepen; zij zijn dan echter dadelijk heel anders van aard.
 
***3' druk, Roermond, Romen & Zonen.

Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht