• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De lichaamshoudingen bij het eucharistisch gebed (1)

12/1/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 61 - APRIL 1976

Bisschoppelijke brief
«In de laatste jaren is men er nogal eens toe gekomen om gedurende heel de eucharistieviering - eucharistisch gebed en consecratie incluis - te blijven zitten». - Aldus de bisschoppen in een gemeenschappelijke brief aan de priesters en hun medewerkers over de Eucharistie (30 oktober 1976).
 
Over het misbruik neer te zitten onder misgedeelten waarbij dit niet past. schrijven zij dat het «de passiviteit van het gelovige volk sterk in de hand werkt». Een zware aanklacht: heel die omvorming van de Mis, die door velen voor een revolutie aangezien en zeer betreurd wordt, had de actieve deelneming van het volk op het oog En kijk, in hoeveel kerken heeft ze tot de platitude van het passieve neerzitten gevoerd?
 
Daarom nodigen de bisschoppen hun priesters. uit “aandacht te geven aan de richtlijnen betreffende de lichaamshoudingen tijdens de eucharistieviering, in het bijzonder tijdens het eucharistisch gebed.” Tevens vragen zij hen, er nog eens de Algemene Inleiding van het missaal op na te lezen. Onder nr. 21 zijn daar de volgende richtlijnen gegeven:
 
a) de gelovigen knielen onder de consecratie;
b) zij staan recht vanaf de aanvang van de Mis tot aan de eerste lezing; verder bij het Evangelie; bij de geloofsbelijdenis en vanaf de prefatie tot aan het einde van de Mis;
c) voor de overige delen komt het zitten in aanmerking (ook tijdens de ogenblikken van stilte na de H. Communie kan men zitten).
 
De latere toelichtingen
Na het verschijnen van hun gezamenlijke brief hebben de bisschoppen ieder afzonderlijk, enkele daarbij aansluitende toelichtingen aan hun clerus gezonden. Voor het bisdom Gent zijn die kort. Ze doen niets af van de gemeenschappelijke brief. De bisschop verwijst naar zijn vorige herhaalde instructies in deze, en zegt dat ze stroken met de algemene directieven van de Kerk. Nog eens verklaart hij -dat de gelovigen tijdens de consecratie knielen». Voor de andere bisdommen wordt aan de clerus een “minimum programma” voorgesteld, dat zou “haalbaar” zijn in alle kerken
a) rechtstaan bij de aanvang van de Mis, bij het kruisteken en de begroeting_ Daarna gaat men zitten; dus onder de schuldbelijdenis, het Gloria en het openingsgebed;
b) men staat recht bij het Evangelie; en “liefst” ook onder de geloofsbelijdenis;
c) men staat recht vanaf de prefatie tot na de consecratie; en tenslotte op het einde van de Mis, bij de zegening en de wegzending ..
 
Zoals men ziet verschilt deze regeling heel wat van de regeling aangegeven in het missaal. Wat het eucharistisch gebed betreft, waartoe deze bijdrage zich beperkt, valt het op dat er niet gevraagd wordt te knielen onder de consecratie; wel, recht te staan vanaf de prefatie. Doch, eenmaal de consecratie voorbij, mag ieder weer gaan zitten tot aan het einde. Zou dit tweede deel van het eucharistisch gebed minder belangrijk zijn dan het eerste? En zou dit zitten het waarachtig. Betrokken zijn van het gelovige volk bij deze innigste delen van de Mis uiten en bevorderen?
 
Al die zetels in de plaats van de knielstoelen gekomen, hebben een bom geld gekost. Niet zonder aanzienlijke uitgaven kan men de gelovigen de gelegenheid terugbezorgen om te knielen in hun kerk.
 
Dit kan de reden zijn van het minimum programma waarin het knielen niet meer in aanmerking komt. - Maar waarom aanvaardt deze regeling verder dat de gelovigen zitten onder misgedeelten (b.v. de geloofsbelijdenis), waarin het rechtstaan wordt gevraagd ? De uitnodiging tot zitten die in het kerkgebouw van al die zetels uitgaat, moet wel zeer sterk zijn, dat zo velen er niet konden aan weerstaan en degenen die er nu tegen waarschuwen de indruk geven er niet afdoende te kunnen tegen reageren.
 
Niet naar de aard van het volk?
In het reeds genoemde nr. 21 wordt ook gezegd dat het aan de bisschoppen-conferentie toekomt «de gebaren en lichaamshoudingen die in het verloop van de Romeinse misritus beschreven staan, aan de aard der volkeren aan te passen». De toelichtingen voor het bisdom Brugge vermelden dit. In nr. 21 is er evenwel aan toegevoegd dat deze aanpassingen dienen te «beantwoorden aan de zin en het karakter van ieder deel van de viering».
 
Het kan een wijze maatregel zijn. De Kerk is immers verspreid onder de meest verscheidene culturen. Maar zal men beweren dat bij ons het knielen onder de consecratie niet naar de aard van het volk is? Eeuwen lang hebben wij het gedaan. Zoals dit ook in vele andere landen gebeurt. Knielen is wel in strijd met de gemakzucht van de mensen die een ondeugd is. Geheel in de aard van alle Westerse (en ook in de aard van de islamitische) volkeren ligt het echter, door een knielende houding ons innigste bidden en onze aanbidding van God tot uiting te brengen en daardoor tegelijk te bevorderen. Voor wie gelooft en door zijn geloof weet wat er zich onder de consecratie voltrekt, is het knielen tijdens deze ogenblikken dan ook iets vanzelfsprekend - een regel die slechts uitzonderlijk mag wegvallen ..
 
Zo zeer ligt het in onze aard te knielen en zo duidelijk anderzijds hebben de gelovigen ook de zin en het karakter aangevoeld van het eucharistisch hooggebed dat de consecratie omgeeft, dat velen zelfs tijdens heel dit misgedeelte knielen. Wie verkiezen recht te staan, kunnen dit en storen niet. Dank zij de knielstoelen is dit mogelijk. Bovendien blijven onze kerken, die wel op de eerste plaats voor het vieren van het eucharistisch offer bestemd zijn, altijd huizen van gebed. Er warden oefeningen van gebed en van aanbidding van het Allerheiligste gehouden. Het zou ongerijmd zijn daarbij alleen maar te zitten of recht te staan, De knielstoelen moeten tot het meubilair van onze kerken behoren.
 
In hoeveel kerken werden ze door zetels vervangen ? Het knielen van de gelovigen werd er onmogelijk. Zou dit dan een redelijke aanpassing zijn van de algemene richtlijnen aan de aard van het volk ? Zou dit in overeenstemming. zijn met het karakter van de respectievelijke misgedeelten ?
 
Meer dan eerbied
De toelichtingen voor het bisdom Brussel-Mechelen en ook die voor Brugge, stellen beide overtuigend in het licht dat het rechtstaan in de liturgie een houding van eerbied is. Iets wat zelfs in het burgerlijk leven geldt. Denk aan de uitvoering van het volkslied. Zo wordt dan de rechtstaande houding onder de Mis gemotiveerd : Jezus is op vele plaatsen tegenwoordig in de eucharistische viering. Dit wordt aan de hand van een passage uit de verklaring (2l «Eucharisticum Mysterium» verduidelijkt : Jezus is tegenwoordig in de gemeenschap, verenigd in Zijn Naam; in Zijn Woord wanneer de H. Schrift wordt voorgelezen in de kerk; Hij is aanwezig in het H. Misoffer, zowel in de persoon van de bedienaar als - en dit heel bijzonder - onder de eucharistische gedaanten.
 
Deze passage gaat terug op de encycliek «Mysterium Fidel» van Paulus VI. Doch heel die encycliek is geschreven om, naast andere misopvattingen, ook omtrent deze veelvuldige tegenwoordigheid van Jezus een verkeerde voorstelling op te heffen. Zij toont aan dat de eucharistische tegenwoordigheid niet op een lijn kan worden gesteld met die andere. Want in de Eucharistie is Jezus niet alleen door Zijn Geest, zoals Hij kan zijn in degenen die gelovig luisteren naar Zijn Woord in de Schrift; Hij is er tegenwoordig met Zijn goddelijk Lichaam en Bloed. Heel de encycliek weidt daar breedvoerig over uit, in een toon van vreugde en dankbaarheid, heerlijke woorden aanhalend van de kerkvaders en van oecumenische concilies.
 
D e z e tegenwoordigheid stellen wij dan ook in de uiting van onze achting, niet op een lijn met de andere. Om d e z e tegenwoordigheid te erkennen staan wij niet alleen maar uit eerbied recht, zoals b.v. onder het Evangelie. Zij vraagt meer dan eerbied; onze aanbidding. Daarom knielen wij onder de Mis op bepaalde ogenblikken.
 
Waar het om gaat
De meest ongehoorde dwaze dingen zijn er de laatste tijd bedreven geworden onder de Mis (of onder wat een Mis had moeten zijn). Zowel voor als tijdens het eucharistisch gebed. Priesters hebben elkaar de loef willen afsteken met de vreemdsoortigste z.g. creativiteit. Men heeft natuurmissen gehouden; missen tegen luchtbezoedeling. lk zie nog een aantal jonge lieden met een gasmasker aan, om het altaar lopen onder de herhaalde kreet : «het stinkt ! het stinkt ! » Missen waaronder men met een claxonnerende oude auto op het hoogkoor kwam gereden. Men heeft in plaats van uit de H. Schrift. uit alles en nog wat voorgelezen. Priesters hebben zonder priesterlijk gewaad aan het altaar gestaan alsof zij aleen maar burgers waren. Priesters zijn opgetreden met gefantaseerde eucharistische gebeden met twijfelachtige of ongeldige consecratiewoorden of zonder consecratiewoorden.
 
Kan men zich indenken dat zo iets mogelijk is waar er om het altaar door de gelovigen wordt geknield?
 
De zaak waar het om gaat is hoogst belangrijk. Een kwestie van behoud of langzaam teloorgaan van het geloof van onze mensen. Zolang een katholiek knielt voor de Eucharistie blijft hij zijn geloof in de Eucharistie ronduit belijden en staat dit veilig. Slechts dan alleen. - Ook de protestant kan men heden horen zeggen dat hij gelooft in de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie. Maar hij knielt niet voor de hostie. Dat doet de katholiek : hij gelooft dat het brood en de wijn veranderd warden in het Lichaam en Bloed van de Heer.
 
Voor de protestant is Jezus' tegenwoordigheid er altijd maar een «in een zekere zin». Brood en wijn blijven echter wat ze zijn. Daarom zitten de protestanten bij hun viering van hun «avondmaal » _ De katholiek dingt niets af op Jezus ' woorden «Dit is mijn Lichaam». Hij aanvaardt wat ze bevestigen. Hij buigt er voor met zijn verstand in deemoed doch met de zekerheid van het geloof. Hij weet zich in dit geloof verenigd met heel zijn Kerk die over de bisschoppen en de Apostelen reikt tot aan de Heer, Derhalve knielen de katholieken voor de Eucharistie en kan dit bij de viering van het eucharistisch offer en offermaal, niet algeheel achterwege blijven.
 
Wat sommige priesters van de Mis hebben gemaakt is noodlottig geweest voor het geloof van het volk. Het hoeft geen betoog. Wij zijn nu zo ver dat men het heden in sommige kerken, bij begrafenissen en huwelijksmissen kan meemaken alle aanwezigen naar voren hun hostie te zien gaan halen. lk heb er jonge mensen onder gezien die niet eens voor de Kerk hadden willen huwen Vele tekenen wijzen onloochenbaar op een verduisterend geloof en een verminderende eerbied bij het volk tegenover de H. Eucharistie. Des te belangrijker wordt het dat wij op de wijze waarop wij dat altijd' hebben gedaan, knielen onder de Mis en dat het kerkmeubilair de gelovige daartoe de gelegenheid biedt. Des te groter belang krijgen tevens de oefeningen van godsvrucht tegenover het Allerheiligste zoals gedurende aanbidding en sacramentsprocessies die wij vroeger plachten in te richten.
 
Zolang de katholiek knielt voor de Eucharistie, zeiden wij, blijft zijn geloof. Niet slechts zijn geloof in dit H. Mysterie, maar zijn geloof zonder meer. Wie zich verlatend op Jezus' woord dat door de Kerk wordt beleefd en voorgehouden, zijn ”credo” voor dit aan onze zintuigen onttrokken wonder van de eucharistische verandering uitspreekt, zal ook zijn “credo uitspreken tegenover heel het bovennatuurlijke karakter van onze godsdienst”. Omgekeerd ook, als eenmaal de katholieken in hun kerken niet meer knielen voor het H. Sacrament, wordt samen met hun geloof in de Eucharistie, hun hele geloof aangetast.
 
Dit is zeker niet de bedoeling geweest van vele priesters die ineens de knielstoelen gingen omdraaien in hun kerk. Maar even zeker zijn bij dit afbreken met een zo zinvol gebruik, de modernistische opvattingen van kleine groepen betrokken die daarmee bewust op een afbreken met het oude geloof aanstuurden. De kostelijke zetels in de plaats van de knielstoelen gekomen zouden de uitbanning van het knielen bestendigen en dit in zijn gevolgen laten doorwerken.
 
Wij aanbidden in geest en waarheid. Doch niet zonder het lichaam. Daarom kunnen kerkmeubilair en lichaamshoudingen zo'n uitzonderlijke betekenis krijgen als ze nu bezitten. Dat weet de vijand van ons geloof maar al te goed.
 
(1) Vgl. Positief, 1971, sept., nr. 16, bl. 24-28. Firminus, Nog knielen in de kerk?
(2l van de Congregatie voor de geloofsleer, 25 mei 1967, nr 9.
 
W. DU MONT O.P.

Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht