• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

Slotzuster schrijft aan werkgroep "Exodus"

14/1/2018

 
Verschenen in POSITIEF nr. 2 - mei 1969

De laatste maanden is een werkgroep van en voor uitgetreden priesters en kloosterlingen, onder de benaming Exodus, zeer actief opgetreden : verspreiding van foldertjes, brochures, vragenlijsten aan priesters in functie, enz. De inhoud ervan wijst meer op een geloofscrisis dan wel op een ambtscrisis. Dat ageren en agiteren heeft beroering en verontwaardiging verwekt.
 
In zo'n eerlijke verontwaardiging en uit liefde voor de priesters heeft zuster Maria-Agnella van het Clarissenklooster te Eeklo op 4-2-69 vrijmoedig en talentvol een brief gericht aan de Werkgroep Exodus. We geven hier de voornaamste passages ervan letterlijk weer. Men begrijpe het goed schrijfster heeft het uitsluitend over de Werkgroep Exodus, zijn mentaliteit, zijn actie, zijn methodes.                                  J.V.
 
Mijne Heren, U hebt het in uw foldertje over Camilo Torres . Dit stemt tot nadenken. U bewondert Camilo Torres, dat is klaar. Ernest Hello zegt ergens: «Bewonderen is evenaren» Dit kàn waar zijn, maar men mag niet te vlug geloven dat het ook zo IS.
 
Laten we liever zeggen : "Bewonderen leidt tot evenaren» Camilo Torres was ongetwijfeld een idealist. Dat wil niet zeggen dat hij de juiste weg heeft gekozen. Ook idealisten kunnen zich vergissen, en de ondervinding leert dat het nogal eens gebeurt, en ook : dat zij dan een radicaal-verkeerde weg opgaan. Over hun bedoelingen kan God alléén oordelen.
 
Nu moeten we echter niet té vlug geloven, dat allen die een radicaal verkeerde weg opgaan, idealisten zijn! In concreto : dat alle priesters en religieuzen die uittreden, dit doen uit louter idealisme, zoals u schijnt te willen veronderstellen.
 
Er zijn ook idealisten die de juiste richting kiezen als ze op de tweesprong staan; ik noem er twee : kardinaal Léger en Dom Helder Camara. En dan heb je nog mannen als Ch. de Foucauld, Pater Damiaan, Franz Stock, Flor Hofmans, en zovele anderen, - gekende en ongekende, onder wie zeker de vele missionarissen die telkens weer terugkeren naar een ondankbare missie waar ze meer dan eens bijna vermoord werden of in de grootste eenzaamheid en ontbering leven, en waar ze meestal langzaam onder het werk bezwijken. Dàt zijn echte MANNEN : door alles heen trouw aan het gegeven woord, tot het uiterste en allerlaatste toe, al moesten ze «ervan in stukken springen», zoals onze Jan Berchmans het eens uitdrukte toen hij het mes (van zijn geloften) op de keel voelde; mannen die geen eisen stellen, maar die zichzelf geven, totaal en onvoorwaardelijk.
 
Trouw aan het gegeven woord is toch vóór alles het kenmerk van de "mannelijke man », als ik het zo eens mag zeggen. Wij weten en ondervinden allen wat het is, mens te zijn, wij beseffen maar al te goed onze eigen zwakheid en die van anderen, wij weten dat dwalen menselijk is, maar we kunnen onmogelijk akkoord gaan met hen die verlangen dat we de woordbrekers toejuichen als helden, als dé ware, ja de énige «eerlijken en oprechten». Als we te zwak zijn om ons woord gestand te doen moeten we dat durven bekennen, en die zwakheid niet bedekken met gelijk-welke-mooie-mantel.
 
Onder ons gezegd, Heren, ik begrijp niet hoe een vrouw het aandurft zich te verbinden met, zich toe te vertrouwen aan een man die zijn eens aan God gegeven woord heeft gebroken. Persoonlijk kan ik in elk geval als vrouw geen respect hebben voor mannen die - op welk vlak en om welke reden ook - een gegeven woord (en dat is altijd een “erewoord») breken. Maar zodra zij hun ongelijk ruiterlijk erkennen en hun fout proberen goed te maken, krijgen zij dat respect ten volle terug.
 
Zo komen we vanzelf op het onderwerp «celibaat» en wat er zoal bij hoort. Dat een mens maar ten volle mens zou kunnen zijn in en door het huwelijk, is een theorie die reeds lang op afdoende wijze door bevoegde instanties werd weerlegd, maar méér nog door het leven zelf. Daar wil ik dan ook niet verder op ingaan. We kennen trouwens allemaal vele ongehuwde mensen - gelovigen en ongelovigen - die hun leven zó wisten uit te bouwen en in dienst te stellen van de gemeenschap, dat zij tot voortrekkers van de gehele mensheid werden. Zulke mensen zullen er goddank altijd zijn. Om maar één priester te noemen, een tijdgenoot : was Flor H o f m a n s geen prachtmens, een meeslepende, harmonische persoonlijkheid? ... Niet door het in crisismomenten «op te geven» worden we méér mens, maar door ondanks alles «vol te houden»!
 
Wat de ongeëvenaarde aantrekkingskracht betreft, die er tegenwoordig voor sommige priesters van het huwelijk schijnt uit te gaan, wil ik dit zeggen. Vroeger dacht ik steeds dat priesters toch wel een zeer realistische kijk op de wereld moesten hebben, gezien hun studies en hun dagelijkse ervaring in de biechtstoel en elders. Nu zie ik dat dit klaarblijkelijk een vergissing van mij was. Want het is werkelijk onvoorstelbaar -moet je er om lachen of om huilen? - hoe naïef vele priesters over het huwelijk denken en spreken, alsof dààr alles geluk en zonneschijn zou zijn. De confidenties die wij, slotzusters, in onze spreekkamers te horen krijgen, doen ook de meest wereldvreemde zuster (als er nog zulke zijn) de ogen opengaan. Goddank, er zijn nog ideale huwelijken, maar er zijn wel geen huwelijken meer zonder problemen, - getuige de reacties rond «Humanae Vitae»! We weten van priesters die hun geluk in het huwelijk hebben gezocht, maar het blijkbaar ook dààr niet hebben gevonden, aangezien ze na korte tijd ook dié band hebben verbroken ...
 
Wij weten óók dat priesterschap en celibaat niet noodzakelijk met elkaar verbonden moéten zijn. Intussen is het in de westerse Kerk praktisch toch zo; in de encycliek –“Sacerdotalis caelibatus» werd voldoende uiteengezet WAAROM. Misschien mag ik hier nochtans ook een uitspraak van de grote GANDHI aanhalen. «Het celibaat», herhaalde hij dikwijls, "heeft tot op onze dagen het katholicisme zo jeugdig gehouden. .. De geloften maken de mens vrij en versterken de wil en het geloof in de genade van God.» U weet misschien dat Gandhi zelf, als vader van vier jongens, gelofte van onthouding deed voor de rest van zijn leven, en met toestemming van zijn geliefde vrouw afstand deed van alle vreugden die het gezinsleven biedt - dit alles ter wille van zijn verheven levensideaal.
 
Bij M a r t e I e t  S.J. lees ik het volgende : «Sacrement de mariage et virginité chrétienne sont l'un et l'autre indispensables à I' évangélisation réelle de l'amour conjugal : le sacrement, parce qu'il sanctifie cet amour par l'usage, la virginité chrétienne, parce qu'elle le situe, en le sacrifiant de façon prophétique. C'est dire aussi que toute étude sur l'affectivité humaine, dans le célibat ecclésiastique ou dans la chasteté religieuse, qui ne tiendrait pas compte de la place souveraine du Christ, égarerait à coup sûr ceux et celles qu'elle prétendrait éclairer.» (1)
 
"La place souveraine du Christ» : dat is wel de kwintessens van het celibaat! Als de liefde van en voor Christus niet het hele hart en het hele denken beheerst - of niet langer beheerst - worden maagdelijkheid en celibaat natuurlijk dode dingen die men tenslotte als ballast van zich afwerpt ... Maar dat degenen bij wie het zover komt er dan ook vrij voor uitkomen hoé het met hun liefde gesteld is, en niet proberen de anderen mee te trekken in een poging om hun eigen falen te maskeren of te camoufleren. Want daarop komt het tenslotte allemaal neer, hoe men het ook draait of keert. Karl R a h n e r schrijft : «De bekoring ... heeft in de mens zélf een bondgenoot : zijn honger naar geluk, zijn verdriet en de melancholie van het leven die begerig zijn naar een verdoving, zijn vertrouwen op het onmiddellijk grijpbare en zijn wantrouwen tegen het toekomstige van het volgende leven, zijn verbazingwekkende en angstaanjagende vaardigheid tot zedelijke muntvervalsing, die het goede kwaad en het kwade goed kan praten - en dat niet alleen ten bate van anderen en tegenover anderen, maar ook tegenover zichzelf, ... een vervalsing die niet alleen een fout bij het meten maakt maar die de waarde - maatstaven zélf verandert, totdat zelfs de zonde en het verkeerde voor het eigen geweten in deugd en rechtschapenheid zijn omgetoverd." En wat verder : «Er moet in ons een vrije, mannelijke toorn opsteken, over onszelf. over de lafhartige sluwheid die altijd juist dàn onze maatstaven wil vervalsen, wanneer wij er last van hebben, - er moet
een trotse toorn in ons opsteken over ons hart, dat troost méér begeert dan trouw, geluk méér begeert dan bewijzen van goede wil, dat zichzelf méér begeert dan God ... " (Karl R a h n e r. "Noodzaak en zegen van het gebed», blz. 135-137).
 
«Engagement», Heren, is een mooi en diepzinnig woord, en het is niet moeilijk het in de mond te nemen. Het schijnt echter zéér moeilijk, er de juiste consequenties uit te trekken. In elk geval is het zo, dat voor de meeste priesters die dromen van een vollediger engagement ten bate van de stad van de mens, de verwezenlijking van deze droom begint met een sentimentele idylle en eindigt in een banaal burgerlijk bestaan waarin voor anderen nog nauwelijks een plaatsje te vinden is. Boven dezulken verkies ik dan toch een Camilo Tor r e s.  Ik vraag me echter af of deze priesters dan nooit de Evangelies en de andere geschriften van het Nieuwe Testament hebben gelezen, vermits het voorbeeld van de Zoon Gods, onze Heer Jezus, die toch wel de meest- geëngageerde van alle priesters was en is, hen zo weinig schijnt te zeggen ...
 
Om te eindigen zou ik zo vrij willen zijn, aan die priesters die zich in een  -conflict-situatie- bevinden (en ook aan alle anderen) een goede raad te geven, nl.: «Ora et labora». Bid en werk. Niet het éne of het andere, maar die twee samen. Dat is de beste manier om «waakzaam" te zijn. En vergeet niet, terwijl u met uzelf vecht, dat duizenden priesters zich intussen doodwerken voor de Heer, of als gevangenen en dwangarbeiders de tol van hun trouw aan de Kerk en hun celibaat betalen.
 
Zuster Maria-Agnella, o.s.c.
Uit de encycliek over het celibaat, nr 14:
" Wij menen dat de geldende wet van het celibaat ook nu verbonden moet blijven met het priesterschap. Ze moet de priester steunen bij zijn besluit om zich geheel, voor altijd en exclusief te geven aan de hoogste liefde van Kristus en zich te wijden aan de goddelijke eredienst en aan de belangen van de Kerk. Het celibaat moet bovendien het specifieke kenmerk zijn van de levensstaat van de priester, zowel binnen de gemeenschap van de gelovigen als daarbuiten."
 
(1) Vertaling van het citaat uit M a r t e I e t
 
«Het sacrament van het huwelijk en de christelijke maagdelijkheid spelen allebei een onvervangbare rol bij de wezenlijke evangelisatie van de echtelijke liefde : het sacrament, omdat het die liefde heiligt doorheen de beleving; de christelijke maagdelijkheid, omdat zij diezelfde liefde in het juiste perspectief plaatst door ze op profetische wijze ten offer te brengen. Dat betekent tevens dat elke studie over de menselijke affectiviteit in het kerkelijk celibaat of in de religieuze kuisheid, die geen rekening zou houden met de al les overheersende plaats van Christus. zonder enige twijfel allen zou misleiden die zij zogenaamd zou willen voorlichten.»
 
(G. M a r t e I e t, S.J .. Réflexion théologique sur le décret «Perfectae caritatis», in «Vie consacrée», jan.-febr. 1966, p. 43)


Comments are closed.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht