• Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht
THOMAS MORE GENOOTSCHAP
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht

Archief Positief

Op deze pagina worden artikels aangeboden uit tijdschrift POSITIEF sinds 1969

De Ster van Bethlehem

10/1/2024

 
Verschenen in POSITIEF nr. 48 – JANUARI 1975 

​Aanleiding tot het schrijven van dit artikel is de wrevel die in mij opwelde toen ik op het Driekoningenfeest van dit jaar een preek moest aanhoren waarin de modernistisch gezinde predikant met grote zelfzekerheid en nauwelijks verholen minachting het evangelieverhaal over de drie Wijzen en hun ster verwees naar het rijk der «vrome legenden, waar de Bijbel zo rijk aan is.» 
 
Ik heb me afgevraagd : Waarop steunt die zelfzekere, minachtende afwijzing ? Is de predikant op de hoogte van het onderzoek dat ernstige Bijbelkenners, en geleerde sterrenkundigen aan dat verhaal hebben gewijd ? Zo ja, dan zou hij wat voorzichtiger zijn in zijn uitspraak en tenminste de kern van het verhaal niet voor een fictie houden. In de volgende bladzijden wil ik de opzoekingen aangeven van geleerden die de ster voor een werkelijk verschijnsel hielden. 
 
Laten we, hier eerst aandachtig het Mattheus-evangelie lezen (geschreven in de jaren 80-90 na Christus) en daarna onderzoeken of we - gewapend met onze moderne astronomische kennis - niet uitmaken kunnen of er al dan niet iets bijzonders: aan de hemel te bespeuren viel rond' de tijd van Christus' geboorte. 
 
HET EVANGELIEVERHAAL (Mattheus Il, 1 - 12) 
 
«Toen Jezus geboren was te Bethlehem van Juda. in de dagen van koning Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het Oosten te Jeruzalem en zeiden : «Waar is de nieuwgeboren koning der Joden? Want we hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem te aanbidden.» Toen koning Herodes dit hoorde werd hij ontsteld en geheel Jeruzalem met hem En hij riep alle opperpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en vroeg hen, waar de Christus moest geboren worden. En zij zeiden hem : In Bethlehem van Juda. want zo is geschreven door de- profeet : «En gij. Bethlehem, land van Juda, g.eenszins zijt gij de minste onder de hoofdplaatsen van Juda; want uit u zal de vorst voortkomen, die mijn volk Israël besturen zal» (Mich 5,2). Toen ontbood Herodes: heimelijk de Wijzen en ondervroeg hen nauwkeurig over de tijd, waarop hun de ster was verschenen, en hij zond hen naar Bethlehem en zeide : Gaat en doet zorgvuldig navraag naar het Kind, en als gij het gevonden hebt, meldt het mij dan, opdat ik ook zou komen om het te aanbidden. Als zij de koning gehoord hadden gingen zij heen. En zie de ster welke zij in het Oosten hadden gezien, ging vóór hen uit, totdat zij kwam en bleef staan boven de plaats waar het Kind was. Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En het huis binnentredend. vonden zij het Kind met zijn Moeder Maria, en zij vielen ter aarde neder en aanbaden Het. En hun schatten openend, droegen zij Hem geschenken op, goud, wierook en rnyrrhe. En in een droom gewaarschuwd om niet terug te keren naar Herodes, gingen zij langs een andere weg weder naar hun land.» 
 
Om te controleren of het evangelieverhaal met betrekking tot «de ster» de waarheid spreekt zou het volstaan de hemel te reconstrueren zoals die er uit zag ten tijde van de Geboorte en daarin dan te speuren naar enig opvallend object.
 
Welnu, hoe onmogelijk het voor de oningewijde ook moge klinken. het is mogelijk, met behulp van een planetarium-projector op het halfbolvormig gewelf van een planetarium de hemel te vertonen zoals die er uit zag op gelijk welk tijdstip en vanuit gelijk welke plaats op aarde. Het volstaat enkele schakelaars en bedieningsknoppen gepast in te stellen, en elk hemellicht dat aan de gekende vaste bewegingswetten onderworpen is, zal gezien worden op de plaats die het op dat tijdstip innam. En aangezien er niets in het evangelieverhaal laat vermoeden dat de ster «iets buitengewoons» was, iets dat niet onderworpen was aan de geldende natuurwetten, mogen we besluiten dat we de mogelijkheid hebben de “ster" te zien zoa!s de Wijzen haar zagen vanuit het Midden-Oosten en rond de Geboorte, op voorwaarde dat we ook het tijdstip van de Geboorte nauwkeurig zouden weten. Dat laatste echter is helaas niet het geval. 
 
WANNEER IS CHRISTUS GEBOREN? 
 
Door de gewone gelovigen wordt vrij algemeen aangenomen dat Christus geboren werd bij het beg.in van onze tijdrekening, dus bij de aanvang van het jaar één, maar dit is beslist onjuist, en het is bijgevolg noodzakelijk het werkelijk tijdstip van de Geboorte te achterhalen willen we onze planetarium-projector juist instellen en die hemel te zien krijgen die de Wijzen zagen. 
 
Hoe kon dit tijdstip vergeten geraken? Wel, de Schriftuur vermeldt het juiste jaar van Christus· geboorte niet, en de geschiedkundigen zijn het nooit helemaal eens kunnen worden aangaande dit punt. 
 
Maar een ding staat wel zo goed als vast: Christus is 5 à 7 jaar vroeger geboren dan onze tijdrekening laat veronderstellen. Precies met de invoering van onze tijdrekening in het jaar 523 sloop de fout in. Tot in dat jaar werden in het Romeinse Imperium (en Christus werd onder de Romeinse Overheersing geboren) de jaren geteld : A.U.C. d.w.z. «ad urbe condita-, vanaf de legendarische stichting van Rome. Maar in dat jaar onzes Heren 523 stelde de Roomse abt Dionysius Exiguus voor die heidense kalender te vervangen door een christelijke en de jaren te nummeren «vóór Christus» (v.C) en «na Christus» (n.C. of A.D. = Anno Domini). Maar onze abt beging een fout in zijn kalender door de Geboorte te plaatsen in het jaar 754 A U.C. wat 5 tot 7 jaar mis was. Hij vergat het jaar nul in te voeren tussen 1 v.C. en 1 n.C en evenzo vergat hij de 4 jaren bij te tellen die keizer Augustus geregeerd had onder zijn oorspronkelijke naam Octavianus. Zijn fout werd evenwel vroegtijdig ingezien maar dan was de nieuwe jaartelling al voldoende stevig ingeburgerd om ze nog maar eens te veranderen. En vandaag de dag is dit zeker het geval 
 
Ook het hierboven aangehaalde Evangelieverhaal van Mattheus wettigt het besluit dat Christus een zestal jaren vroeger geboren is dan onze tijdrekening doet vermoeden. We lezen immers dat Jezus geboren werd « in de dagen van Koning Herodes». en volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus stierf deze vorst enkele dagen na een maansverduistering die zichtbaar was te Jericho en enkele dagen vóór het feest van de Voorbijgang. Nu, de datums van de maaneclipsen en van de Voorbijgang worden geregeld door de beweging van de maan en kunnen dus gemakkelijk berekend worden. Zo is de eclips waarvan sprake waarschijnlijk die van 13 maart van het jaar 750 A.U.C of 4 v.C.; het feest van de Voorbijgang viel op 1 April van datzelfde jaar. De Geboorte moet dan zowat twee jaar vroeger hebben plaats gevonden want Mattheusverhaal over de Wijzen gaat verder: (11, 16) «Toen Herodes nu zag dat hij door de Wijzen was verschalkt… werd hij zeer toornig. En hij zond zijn Lieden uit en doodde in Bethlehem en geheel de omtrek alle knapen van twee jaar en daaronder, volgens de tijdruimte die hij bij de Wijzen had uitgevorst». Besluit : we mogen het jaar 6 v.C. als het vermoedelijk jaar van de Geboorte voorstellen 
 
Het evangelie van Sint Lucas voert tot ongeveer hetzelfde besluit. In zijn geboorteverhaal (II. 1-14) gaat Jozef en Maria naar Bethlehem omdat Keizer Augustus een bevel had uitgevaardigd dat heel de wereldbevolking moest geteld worden «...ieder in zijn eigen stad». Indien we het jaar van deze volkstelling kenden, kenden we meteen het juiste jaar van de Geboorte. Maar eens te meer ontbreken exacte aanduidingen daarover. Toch werd een kwart eeuw geleden een oud inschrift blootgelegd in Ankara dat een lijst geeft van de jaren waarin bevelen tot telling en taxatie werden uitgevaardigd en daaronder komt het jaar 8 v.C. voor als het dichtste bij ons vermoedelijk jaar van de Geboorte. Welnu het is zeer goed aan te nemen dat als gevolg van lastige communicatiemiddelen in die dagen er één à twee jaar verliepen tussen de uitvaardiging van een bevel en de praktische uitvoering van dat bevel, zodat de Geboorte dan in de jaren 6 à 7 v.C. te situeren is. 
 
Sint Lucas geeft nog een nadere informatie : «Deze volkstelling geschiedde onder Quirinus, landvoogd van Syrië. Nu kan Quirinus Syrië niet geregeerd hebben tenzij nà zijn consulaat, in 12 v C. en er is geen aanduiding noch bij Flavius Josephus, noch bij de Romeinse geschiedschrijvers, dat hij zou geregeerd hebben tussen 11 v.C. en 4 v.C. Maar wèl was hij gouverneur van Syrië in 6 - 7 n.C. en voerde hij dan in Judea de volkstelling uit die de opstand van Judas de Galileeër uitlokte. Maar deze telling kwam 10 jaar na Herodes' dood en is dus niet te situeren rond de tijd van de Geboorte. Trouwens Lucas spreekt uitdrukkelijk van deze telling in de Handelingen (V. 37). «Na deze man (Theudas) stond Judas van Galilea op in de dagen van de telling ... » Dat er bijgevolg twee volkstellingen hebben plaatsgehad, vrij kort na elkaar, kunnen we opmaken uit de tekst van Tertulianus volgens dewelke er een volkstelling geweest is onder Eaturnius die gouverneur was van Syrië rond de tijd 9 - 6 v.C. 
 
Dat noch Lucas, noch Tertulianus verkeerd zijn maar dat de eerste de titulatuur niet heel precies heeft weergegeven is uitgemaakt geworden door de archeologie. In Antochië is inderdaad een fragment gevonden van een Romeins inschrift waaruit blijkt dat Quirinuseen militaire expeditie geleid heeft tegen de Homonadenses, een stam uit de Cilicische Taurus-streek, toen hij keizerlijk legaat was in Syrië tijdens het leven van Koning Herodes (9 - 6 v.C3) en zijn zetel en hoofdkwartier vestigde in Syrië ten tijde dat Saturnius proconsul was in deze periode. Archeologie, Lucas en Tertulianus samen voeren bijgevolg tot één sluitend verhaal en duiden het jaar 6 v.C aan als het meest waarschijnlijke jaar van de Geboorte, al hebben ook 5 v.C. en 7 v.C. een kans om daarvoor in aanmerking te komen. 
 
In verband met de juiste instelling van onze planetarium-projector, volstaat het echter niet dat we het jaar kennen van de Geboorte; om «de ster» terug te vinden moeten we zoniet de dag, dan toch de maand of zeker het seizoen kennen waarin Jezus geboren werd. Nu is het zo goed als zeker dat Jezus niet in December geboren werd. Volgens het Evangelie van Sint Lucas geschiedde de Geboorte in de tijd dat “de herders hun schapen hoedden bij nacht”. Welnu sinds de vroegste tijden was het alleen in de Lente, in de lammertijd, dat de herders in Judea de nacht doorbrachten bij hun kudde. In December vielen de koude regens en was er vorst, en werden de kudden binnengehouden. Er zijn inderdaad nauwkeurige weerkundige statistieken aangelegd over het klimaat in Hebron dat niet ver van Bethlehem af ligt en die statistieken vertonen duidelijk dat December en Januari de vriesmaanden zijn en ook de maanden met de grootste regenval. 
 
Wat nu waar is moet ook vóór 2000 jaar zo geweest zijn want er is niets wat ons toelaat te besluiten dat het klimaat van Palestina zich in de tussentijd zou gewijzigd hebben. We mogen dus aannemen dat Bethlehem in de greep van de koude zat rond Kerstmis en dat noch de schapen, noch het andere vee buitengelaten werden in die periode Een bevestiging vinden we immers in de Talmud (het joodse wetboek) die vermeldt dat de kudden alleen uit grazen gelaten werden van Maart tot November. Uit de globale informatie worden wij bijgevolg genoopt te besluiten dat Jezus naar alle waarschijnlijkheid geboren is in de lammertijd, wanneer “de herders 's nachts buiten bij de kudde- waren”, dus in de Lente, en zo zijn Februari (minder), Maart en April de vermoedelijke maanden voor de Geboorte 
 
Vele lezers zullen zich ongetwijfeld afvragen hoe het mogelijk is dat zo een enige gebeurtenis zo volkomen verkeerd werd gesitueerd in het jaar. De uitleg is dat bij vele volkeren in het Noordelijk halfrond de Winter-zonnewende gevierd werd als het feest van de hergeboorte van de natuur, als het feest van de zon. De Romeinen vierden het uitbundig en dagenlang: de z.g. «Saturnalia» liepen van 17 December tot in het begin van Januari met als hoogdag: 25 December, de «Dies Natalis Solis lnvicti » = de Geboortedag van de onoverwonnen Zon. Het waren heidense feestdagen, feestdagen vol uitspattingen, en aangezien ook veel christenen daaraan deelnamen besloot de jonge Kerk het heidens feest door een christelijk te vervangen en plaatste zij het christelijk feest op de datum van het heidense waarbij de geboorte van de ware zon, de Zon der Gerechtigheid werd gevierd. En zo kwam het dat Paus Julius I (337 - 352 n.C.) 25 December uitriep tot feestdag van de Geboorte van de Heer. 
 
Aan de hand van deze kennis kunnen we nu op het gewelf van ons planetarium die hemel vertonen die de Wijzen gezien hebben, en daarin speuren naar hun ster. Maar die hemel is zo uitgestrekt dat we wel graag zouden weten in welk gedeelte ervan de ster te zoeken is. Het evangelieverhaal zegt hierover zeer weinig en toch wordt dat weinige heel wat, als we het in verbinding brengen met het toenmalig beoefenen van de astrologie. 
 
Hier passen vooreerst een paar definities: de astronomie of sterrenkunde is de wetenschap die op verantwoorde wijze vorst naar de beweging van de hemellichten, naar de krachten die deze beweging veroorzaken, naar de fysische en scheikundige opbouw van de hemellichten, naar hun ontstaan, hun evolutie en hun einde; de astrologie daarentegen is geen wetenschap, het is een bijgeloofwaarvan een der grondstellingen is dat het lot van de mens, zijn lichamelijke verschijning en zijn karakter bepaald worden door de stand van de planeten in het gesternte op het ogenblik van de geboorte van die mens Elk eerder zeldzaam gebeuren aan de hemel is in dat bijgeloof bovendien de aankondiging van een belangrijk gebeuren op aarde. De astrologen of sterrenwichelaars zijn dus geen geleerden, het zijn mensen die de hemel observeren om voorspellingen te maken in verband met de toekomst van individuen en volkeren, een soort geleerd schijnende waarzeggers dus. 
 
De (vermeende) kunst om de toekomst te lezen in de sterren moet zowat 6000 jaar geleden door de Babyloniërs tot ontwikkeling zijn gebracht. Ze stichtten zelfs een bijzondere school voor astrologie te Sipper (waarvan nog documenten gevonden zijn) en de mensen die met succes deze school hadden doorlopen stonden in hoog aanzien en werden de Wijzen des lands of Magiërs genoemd. In tegenstelling met de meeste volkeren uit het Nabijë Oosten misprezen de Joden de astrologie, maar het is bekend dat, tijdens de ballingschap van de Joden in Babylon, Nabuchodonosor intelligente Joden naar de school te Sipper zond om er de astrologie te leren en ze daardoor in nauwer contact te brengen met de Babylonische beschaving en ze beter te kunnen integreren in zijn eigen volk. We kunnen gerust aannemen dat bij het beëindigen van de gevangenschap meerdere Joden zullen verkozen hebben in Babylon achter te blijven, en dat sommigen daarvan, of hun nakomelingen, de astrologie zullen beoefend hebben. Anderzijds moeten er ook onder diegenen die terugkeerden adepten van de astrologie geweest zijn, want we weten uit de beroemde «rollen" die in 1952 in een spelonk aan de Dode Zee zijn ontdekt geworden dat in de sekte der Esseniërs de· sterrenwichelarij aan bod was. Keren we na deze uitwijdinq terug naar het evangelieverhaal en naar de vraag die boven deze sectie werd gesteld. 
 
De Wijzen of Magiërs kwamen uit het oosten, vermoedelijk uit de bakermat van de sterrenwichelarij: het oude Babylon (het huidige Irak).Ze verklaren de ster gezien te hebben «in het oosten" en zien ze, later in het verhaal, boven Bethlehem terug «met grote vreugde». De eerste verschijning hebben ze dus gehad in hun land van herkomst en deze verschijning heeft hen aangezet zich op weg te begeven naar het westen, naar Jeruzalem, alhoewel ze de ster zagen «in het oosten". We moeten dus de op ons planetarium-gewelf geprojecteerde sterrenhemel onderzoeken aan de oostelijke kant, en meer bepaald een beperkt gebied daarvan. De bijbelvorsers hebben inderdaad opgemerkt dat in de Griekse tekst «in het oosten» opgetekend staat, “en tèi anato!èi"  in de enkelvoudsvorm, terwijl het oosten altijd aangeduid werd met de meervoudsvorm «anatolai -. Welnu die enkelvoudsvorrn zou een bijzondere astroloqische betekenis gehad hebben; hij zou namelijk betekenen de (altijd oostelijke) opkomst van de ster kortweg voor zonsopgang. de zgn «heliacale » opkomst van de ster, zodat de juiste vertaling van de oorspronkelijke evangelietekst zou moeten luiden «Wij (de Wijzen) hebben zijn ster zien opkomen bij dageraad». Wij moeten dus onze planetarium-hemel zó instellen als hij eruitzag een paar uur vóór zonsopgang, in de vroege lente van het jaar 6 v.C en dan naar de oostkant kijken. Dan zitten we meteen in het sterrenbeeld «de Vissen», En merkwaardig genoeg moet dat sterrenbeeld, of beter wat daarin te zien viel, de aanleiding geweest zijn voor het zich op reis begeven van onze Magiërs. 
 
Het is inderdaad zo dat de astrologen niet alleen een betekenis toekenden aan de planeten, aan Zon en Maan en kometen maar ook aan de sterrenbeelden, en in hun opvatting was het sterrenbeeld «Pisces» of “de Vissen” het sterrenbeeld van de westelijke landen, Syrië en Palestina, voor de Joodse astroloqen meer bepaald was dit het sterrenbeeld van het land der Joden, en alles wat zich in dit sterrenbeeld afspeelde moest betrekking hebben op de Joden Uit alle tot nog toe hier vermelde informatie mogen we dus besluiten dat indien «de ster van Bethlehem» werkelijk een natuurlijk hemellicht is geweest, ze moet terug te vinden zijn in het sterrenbeeld “Pisces” vóór zonsopgang in een vroege Lentenacht van het jaar 6 v.C.
 
WAT, WAS HET NU, DAT DE WIJZEN ZAGEN?
en dat ook wij kunstmatig kunnen terug zien? 
 
Een paar inleidende bedenkingen zijn hier wel van pas. 
 
1. De «ster» die de Wijzen beweerden gezien te hebben is niet noodzakelijk een "ster" geweest in de strikte zin van het woord. d.w.z. een reusachtige vuurbal. Ook wij gebruiken het woord ster om hemellichten aan te duiden die helemaal geen sterren zijn, b.v. zeggen we ‘staartster’ voor ‘komeet’; ‘dwaalster’ voor ‘planeet’, ‘vallende ster’ voor ‘meteoor’, ‘ster’ ook ‘voor de nevel’ in het zwaard van Orion. Zo kunnen ook de Wijzen het woord «ster» gebruikt hebben om «datgene» aan te duiden dat ze «voor bijzonders» aan de hemel hadden gezien en waarvan de vakkundige beschrijving voor de oningewijden in de astrologie te lang of niet bevattelijk zou hebben geklonken. 
 
2. Datgene wat de Wijzen gezien hadden moet iets onopvallends geweest zijn, alleen voor ingewijden iets betekenend, zodat het aan de gewone tijdgenoten onopgemerkt is voorbijgegaan. Dat kunnen we alvast afleiden uit het evangelieverhaal: « Toen Herodes er uit de mond der Wijzen van hoorde werd hij zeer ontsteld, en geheel Jeruzalem met hem. Noch de koning, noch zijn raadgevers, noch de stadsbewoners, mogen we daaruit besluiten, hadden dus "de ster” gezien. 
 
Was die «ster» dan een visioen dat alleen aan de Wijzen was voorbehouden? Laten we in deze wetenschappelijk gewilde benadering, het wonder zo lang mogelijk buiten houden en alleen logische, natuurlijke conclusies trekken uit de evangelietekst. Dan mogen we uit de hierboven gecursiveerde zin alleen besluiten dat «de ster» voor de overgrote meerderheid der bewoners van Jeruzalem en omgeving onopgemerkt is gebleven en daarop steunend kunnen we met een heel deel valse voorstellingen afrekenen. 
 
 
WAT «DE STER» HAAST ZEKER NIET GEWEEST IS. 
 
Zo is de ster alvast niet geweest een uitzonderlijk helder voorwerp dat de ganse nachtelijke hemel boven Jeruzalem en Bethlehem in licht deed baden, zoals enthousiaste dichters of predikers wel eens voorhielden. Evenmin mogen we denken aan een permanent licht dat vóór de· Wijzen uitging en hun de weg wees, zo bijna als de vuurzuil die vóór de Hebreeën uitging in de woestijn, 
 
Evenmin kan het de «Morgenster» (de planeet Venus) geweest zijn, want deze komt zo geregeld terug dat Magiërs in haar verschijning onmogelijk een sensationeel «teken» dit wil zeggen: de aankondiging van een groots gebeuren kunnen gezien hebben. 
 
Evenmin kan het een komeet geweest zijn, maar dit dan op grond van andere overwegingen. Er is vooreerst het reeds geciteerde feit dat die komeet dan niet gezien is geweest te Jeruzalem Welnu dat moet ongelooflijk klinken, want zo het waar .is dat een komeet in onze dagen veel belangstelling wekt dan was dit duizendmaal meer waar in de Oudheid. Daarbij komt nog dat in de verschijning van een komeet meestal de aankondiging werd gezien van spoedig te verwachten groot onheil en de menselijke reacties· op die verschijning waren niet gering: voorgenomen huwelijken werden uitgesteld, verlovingen verbroken, krijgstochten werden afgebroken, vorsten deden afstand van hun troon, slaven werden vrijgelaten, zelfmoorden werden gepleegd en andere dingen meer. Het is bij gevolg al weinig waarschijnlijk dat de Wijzen in de verschijning van een komeet het voorteken zouden gezien hebben van een zo gelukkig iets als de komst van de langverwachte vrede brengende Messias Koning. 
 
Toch is de verleiding sterk om -de ster" van Bethlehem te vereenzelvigen met een komeet en in de lichtende staart daarvan de «vinger Gods» te zien die de Wijzen de richting aanwees naar het Kind. Vandaar dat boven zo menig kerststalletje een staartster prijkt. Als mogelijke kandidaten voor «de ster» zijn dan ook twee kometen voorgesteld geworden. De eerste is vermeld geworden in Chinese documenten; het moet een buitengewoon helder hemellicht geweest zijn (het is echter niet duidelijk uit de tekst of het een staatster dan wel een «nova» (zie later) geweest is) dat verscheen in het jaar 5 v.C. Qua tijdstip van zijn verschijning is het dus een kanshebber, maar de plaats van zijn verschijning doet het niet. Het schitterde inderdaad gedurende 70 dagen in het sterrenbeeld «de Arend» i.p.v. in «de Vissen». 
 
De tweede kandidaat is de komeet van Halley. Deze meest beroemde van alle kometen bezocht onze Aarde met een periode van plus minus 76 jaar, en er zijn bij verschillende oude volkeren en beschavingen vermeldingen gevonden van haar verschijning; de oudste bekende vond plaats in 240 v.C., de jongste in het jaar 1910 van onze tijdrekening. Zo weten we o.m. dat de komeet ook verschenen is in het jaar 11 v.C. in het sterrenbeeld “de Tweelingen”. Qua lokalisatie aan de hemel is opgemerkt geworden dat uit de gedetailleerde Chinese plaatsaanduiding volgt dat de komeet precies door het zenit van Bethlehem (d.i., juist hoven Bethlehem) is doorgegaan, wat dan in verband wordt gebracht met de zin uit het verhaal van Mattheus dat de ster stilstond hoven de plaats waar het kind was, maar qua datum van haar bezoek komt de komeet 5 jaar te vroeg om als «de ster van Bethlehem» te kunnen optreden. Wel kunnen we aannemen dat de Wijzen een zo helder hemellicht zeker in Babylonië zullen hebben opgemerkt en dat ze er een voorteken hebben in gezien van iets grootst dat ging gebeuren. Hun nieuwsgierigheid zal hun dan zeker hebben aangezet om met een verscherpte aandacht naar verder «verklarende" tekens de hemel af te spieden; aan die verhoogde werkzaamheid hebben ze het waarschijnlijk te danken dat ze het eigenaardig verschijnsel dat zich 5 jaar later aan de hemel zou afspelen, niet hebben gemist. 
 
Nog groter is de onwaarschijnlijkheid dat «de ster» een meteoor of vallende ster geweest is. Het aanflitsen daarvan is zo kortstondig dat een vallende ster onmogelijk als gids kan gediend, hebben op de lange reis van Babylonië naar Jeruzalem, en even onmogelijk is het stilstaan van een zo snel bewegend hemellicht boven een plaats 
 
Dat «de ster" een zgn. «nieuwe ster» of “nova”» zou geweest zijn is al even moeilijk aan te nemen 
 
Nova noemen de astronomen een ster die een ontploffing doormaakt Die ontploffing is zo geweldig dat de ster haar buitenste hulsel afschudt en een tijdlang haar veel hetere binnenlagen blootstelt De hitte die daarbij uitgestraald wordt is zo groot dat de ster dan tienduizenden, ja soms miljoenen malen zo veel licht geeft als onze zon, wat maakt dat ze, van een totaal voor het blote oog onzichtbaar sterretje vóór de ontploffing, opflakkert tot een voor het blote oog goed zichtbare ster (vandaar de indruk dat men met een « nieuwe- ster te doen heeft). Soms zelf is de helderheidstoename zodanig groot dat de ster voor enkele dagen of weken in volle daglicht, zichtbaar blijft, waarna ze weer geleidelijk afzwakt tot het nietige nachtlicht dat ze vóór de explosie was. Het is begrijpelijk dat zo een zeldzaam en indrukwekkend' fenomeen tot de verbeelding spreekt en er zijn dan ook bij veel oude volkeren, Chinezen, Babyloniërs, Egyptenaren, Indianen, Grieken en Romeinen aantekeningen inscripties en rotstekeningen gevonden zijn die ons vertellen van nova-verschijningen tot in het verre verleden. 
 
Het is evident dat indien de Wijzen zó iets gezien hebben, ze dat vanzelfsprekend als de aankondiging hebben aangezien van iets enig (uniek) dat gebeuren ging. Maar weer eens, het is niet te geloven dat een zó opvallend verschijnsel door geen mens in Jeruzalem zou waargenomen zijn. Bovendien, zijn, buiten het reeds door de Chinezen vermelde fantastische hemellicht uit het jaar 5 v.C. - dat in plaats van een komeet misschien een nova geweest is - geen andere nova-opflakkeringen bekend rond de tijd van de Geboorte. Diegenen waarover inlichtingen bekend zijn, en die het dichtst dit tijdstip nabijkomen zijn te situeren in respectievelijk 134 v.C en 173 n.C. Men kan natuurlijk opwerpen dat misschien niet alle nova-verschijnselen zijn opgetekend geworden en dat haast zeker niet alle ooit neergeschreven getekende of gegrifte inlichtingen tot ons zijn gekomen, maar het feit blijft dat een zo gemakkelijk waar te nemen en indrukmakend fenomeen dan toch in en rond Jeruzalem onopgemerkt zou gebleven zijn, en dat is niet te aanvaarden. 
 
WAT WAS « DE STER» DAN WEL? 
 
Om het antwoord te vinden zetten we onze planetarium-projector zó aan dat hij ons de hemel vertoont zoals die te zien was in Babylon en Palestina begin mei van het jaar 7 v.C.; laten we hem in versneld tempo draaien zo dat hij de veranderende nachthemel vertoont tot op het einde van dat jaar en houden we bestendig het sterrenbeeld «de Vissen" in het oog Daarin treffen ons dadelijk de twee heldere planeten Jupiter en Saturnus die zichtbaar worden twee uur vóór zonsopkomst. Jupiter gaat aan Saturnus voorbij op 29 Mei en verwijdert zich ervan maar keert dan terug en gaat opnieuw, nu in omgekeerde richting langs Saturnus heen op 3 oktober, loopt verder uit maar verandert dan opnieuw van richting en passeert Saturnus een derde maal, nu op 4 December. Daarna gaan de twee planeten voorgoed uiteen. Een voorbijgang van twee planeten noemen we een «samenstand», of, ietwat geleerder klinkend: een «conjunctie» 
 
Conjuncties zijn eerder zeldzaam, voor Jupiter en Saturnus gebeuren ze maar eens om de twintig jaren ( en de drievoudige samenstand in een tijdperk van zes maanden, een zogenaamde "grote conjunctie”- is nog veel zeldzamer en gebeurt gemiddeld maar één keer in meer dan 800 jaren, maar daarvan hadden de Wijzen geen weet. Dat ze de grote conjunctie die hier beschreven werd,  gezien hebben is  praktisch zeker. In 1925 is een Duits vorser erin geslaagd een heleboel Babylonische geschriften, afkomstig van het reeds vermelde instituut voor astrologie te Sipper, te ontcijferen en daaronder is er één dat de posities aangeeft van onze twee planeten in het sterrenbeeld Pisces gedurende vijf maanden van het jaar 7 v C Het is verleidelijk om aan te nemen dat deze waarnemingen door onze Wijzen zelf zijn gedaan en op schrift gesteld, maar of dit zó is is van ondergeschikt belang. Wat telt is dat het teken aan de hemel dat de Magiërs zegden gezien te hebben en dat ze kortweg als «Zijn ster» vernoemden naar alle waarschijnlijkheid niets anders was dan de hierboven beschreven grote conjunctie. Alles wijst inderdaad in die richting.  Vooreerst legt die stelling uit hoe het mogelijk was dat het verschijnsel door de niet-ter zake-deskundige hofhouding van Herodes, noch door de inwoners van Jeruzalem was opgemerkt geworden. 
 
Vervolgens verschaft de stelling ons de meest natuurlijke uitleg over de interpretatie die Wijzen van dit buitengewoon hemelteken gaven en aan de beweegreden van hun reis naar het westen dan wanneer zij "de ster" zagen in het oosten 
 
Die uitleg is deze: zoals we reeds hoger aanhaalden had voor de astrologen elke planeet een betekenis : zo werd Jupiter algemeen beschouwd als de koninklijke ster, ook als geluksster, en Saturnus was voor de Joodse astrologen de beschermer van Israël, terwijl ook het sterrenbeeld «de Vissen» voor hen het teken was voor Palestina De drievoudige samenkomst van de twee planeten in dat bepaald sterrenbeeld konden Joodse magiërs dus wel moeilijk anders uitleggen in de lijn van het astrologisch denken, dan als de aankondiging van de geboorte in het land hunner vaderen, van een machtige koning, bevrijder van Israël, de Messias en de begeerte moet onmiddellijk bij hen ontstaan zijn om die pasgeboren koning persoonlijk te gaan zien en hem hun hulde aan te bieden. Waar elders konden ze vermoeden die koningszoon te vinden dan te Jeruzalem, de hoofdstad 
 
Ook chronologisch passen al de opgegeven data netjes in een schema Stel dat de Magiërs de drie conjuncties hebben waargenomen in Babylonië, de laatste dus in December van het jaar 7 v.C . en dan nog gewacht hebben tot het einde van de koude winterregens alvorens de 900 km lange reis aan te vangen van Babylon naar Jeruzalem. Die reis, per kameel moet de Wijzen enkele maanden gekost hebben waarbij de tijd moet gevoegd worden van hun oponthoud te Jeruzalem en van hun zoektocht naar Bethlehem. In de tussentijd werd Jezus, geboren in de Lente van het jaar 6 v.C, besneden na acht dagen, en naar de tempel gebracht voor de opdracht, zodra de drieëndertig dagen van Maria's zuivering waren verlopen. En dat is pas na de terugkeer van Jozef en zijn gezin te Bethlehem dat de Wijzen het huis «waarboven de ster bleef stilstaan" hebben gevonden en het Kind hun offers gebracht hebben. Rond die tijd stond Jupiter de koningsster slechts op geringe afstand van de zon en lichtte ze op in de invallende duisternis, laag boven de westelijke horizon, misschien juist boven een huis gebouwd op een heuvelrug : "het huis waar ze het kind vonden» Het is inderdaad onvoorstelbaar dat Jozef zich nog naar Jeruzalem zou gewaagd hebben voor de opdracht nà het bezoek der Wijzen We weten immers hoe levensgevaarlijk het ook nu nog is om troonpretendent te zijn in oostelijke vorstendommetjes Dat was 2000 jaar geleden zeker zo en daarvan waren de Wijzen voorzeker niet onkundig en toen ze ontdekten dat hun nieuwgeboren koning een onbeschermd arme-mensenkind was moeten ze zich op slag bewust geworden zijn van het gevaar dat het vanwege de a! te nieuwsgierige Herodes liep. Voorzeker kan hun bezorgdheid in de slaap van een van hen in een droom tot uitdrukking zijn geomen, en kan God hun daarbij het besluit hebben ingegeven niet naar Herodes terug te keren. Zijnerzijds moet ook Jozef zich direct het gevaar gerealiseerd hebben waarin het kind zou verkeren zodra publiek werd dat dit kind de toekomstige koning der Joden was, zoals de Magiërs hem kond deden Ook hij is waarschijnlijk door de angst vervolgd tot in zijn slaap, tot zijn besluit vaststond : vluchten 
 
Zo worden de verschijning van de ster, de reis der Wijzen en hun aanbidding van het Kind de vlucht naar Egypte, tot een drieluik waarvan de panelen door een sterke innerlijke logica worden samengehouden. 
 
Er zijn natuurlijk ook een paar tegenwerpingen. Allereerst beweren de sceptici dat een conjunctie van planeten onmogelijk kan verward worden met een ster, en dat de Wijzen alleen over “zijn ster" praatten Maar op deze objectie hebben we reeds geantwoord en we kunnen er bijvoegen dat de Schrift niet bedoelt natuurlijke wetenschap bij te brengen, men denke maar aan de zeven “dagen" uit het scheppingsverhaal. Vervolgens zijn er exegeten die het hele verhaal over ster en Wijzen verwerpen op grond van het feit dat alleen Mattheus dit verhaal opdist, terwijl Lucas de gebeurtenissen met geen woord vermeldt. Maar is dit niet eenvoudig de weerspiegeling van de opvattingen over de astrologie in de joodse gemeenschap van toen: een meerderheid die al wat naar astrologie zweemde misprees, een minderheid die in sterrenwichelarij geloofde. Wat is natuurlijker dan aan te nemen dat Mattheus tot de minderheid behoorde, en Lucas tot de meerderheid, waardoor hij in zijn evangelie geen plaats gunde aan het relaas over het wondere bezoek der Magiërs. Aangehaald mag hier ook wel de Joodse historicus Flavius Josephus die schrijft dat destijds d.w.z. zowat een jaar na de ons bekende conjunctie, het gerucht de ronde deed dat God besloten had een eind te stellen aan de Romeinse heerschappij en dat een teken aan de hemel de komst had aangekondigd van een Joodse koning. 
 
Wellicht zijn er heel wat lezers die weten willen hoe men op de idee is gekomen in «de ster » eenvoudig de samenstand van twee planeten te zien. Die idee gaat uit van Johannes Kepler (1574-1630 ) de vader van de moderne astronomie, hij was het die tot zijn grote verrassing een « grote conjunctie » zag in 1603-04 en zich toen een geschrift herinnerde van de rabijn Aherbanel (1437 - 1508) die het grote belang vermeldde dat Joodse astrologen hadden toegedacht aan het sterrenbeeld “de Vissen" en volgens wie een conjunctie van Jupiter en Saturnus de geboorte zou aankondigen van de Messias. Sterk daardoor geïntrigeerd begon Kepler - die de wetten ontdekte volgens dewelke de beweging van de planeten verlopen - te berekenen hoe dikwijls zo een "grote conjunctie" kon optreden, en uit zijn berekeningen kwam te voorschijn dat er een voorgekomen was in het jaar 7 v.C. Het is diegene die ons planetarium ons te zien gaf.
 
BESLUIT 
 
Uit de ganse uiteenzetting menen we te mogen besluiten dat het wetenschappelijk onverantwoord is het Mattheusverhaal zo maar naar het rijk der fabels te verwijzen, maar dat alles er op wijst dat erin het relaas gegeven wordt van een echt gebeuren, de vroegtijdige erkenning door drie Wijzen van de Messias, de Koning der Joden die onder deze titel aan het kruis zou sterven. 
 
Professor A. VAN HOOF(1906-1989) (*) astronomie aan de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN 
 
(*) Het artikel is een vrije bewerking van een studie van D. L. Cole, verschenen in MNASSA, het tijdschrift van de Zuid-Afrikaanse sterrenkundige vereniging. 


Opmerkingen zijn gesloten.
    Overzicht Artikels
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Wie we zijn
  • De heilige Thomas More
  • Kalender
  • Tijdschrift: POSITIEF
  • Archief
    • Overzicht